Zooitje Ongeregeld.

Z

Sinds mensenheugenis één van mijn maandelijkse hoogtepunten: het moment dat The Oprah Magazine op de deurmat ploft. Eventjes wegdromen bij de achtergrondartikelen, recepten en ander licht leesvoer van de talkshowkoningin. Maar ondanks twintig jaar trouwe dienst is het blad bij het grof vuil gezet en na de voor mij totaal onbegrijpelijke opheffing van de papieren editie begin dit jaar is m’n abonnement plotseling omgezet naar een ander Amerikaans vrouwentijdschrift: Good Housekeeping. De initiële teleurstelling en irritatie te boven komende heb ik het maar geaccepteerd en weggezet als een speling van het lot. M’n huishoudelijke verantwoordelijkheid laat namelijk nogal te wensen over.

‘Creatieve mensen kennen geen rommel, die hebben overal ideeën liggen’, las ik onlangs ergens op het wereldwijde web. Een absolute convenient theory for me want dat zou dan de ultieme reden zijn om niet teveel op te ruimen en je werkkamer vol te plempen met krantenartikelen, post-its, knipsels en andere papieren meuk. Aardig bedacht moet ik eerlijk bekennen en dus compleet in mijn straatje passend. Alleen klein probleem: de teringzooi in ons huis eindigt niet bepaald bij het kantoortje. Tot groot ongenoegen van mijn geliefde leven we van boven tot onder in één grote chaos. Overal ligt wel iets. Dus na het binnenstappen via de achterdeur struikel je minstens drie keer over een aantal paar schoenen, de hond, een verzameling boodschappentassen en talloze dozen oud papier nog vóór je überhaupt de keuken bereikt. Ik ga daar stiekem behoorlijk goed op, the husband overduidelijk ietsje minder.

De enige reden waarom ik ooit íets in het huishouden zou doen is als er visite komt, of misschien als de rottende paprika op het aanrecht een luchtje aanneemt waardoor alle eetlust me tijdens het ontbijt spontaan vergaat.

Opruimen is zeg maar niet mijn ding. Nooit geweest ook. Allereerst heb ik simpelweg geen last van de stapeltjes spullen die mijn gezichtsveld links en rechts of waar dan ook altijd bepalen. Of het nou de opgebouwde verzameling kranten van een maand is die enorm casual op de eettafel kampeert of de met een stoflaag die zo hoog is dat je er eigenlijk niet meer overheen kan kijken rij waxinelichthoudertjes in de vensterbank, ik houd énorm van de gezelligheid van al die accessoires om me heen. Steevast gehad trouwens, tijdens m’n kindertijd puilde mijn kamer zó enorm uit van de reutemeteut dat er nauwelijks nog een vierkante meter vrij was om daadwerkelijk een stap te kunnen zetten. De enige reden waarom ik dan ook ooit íets in het huishouden zou doen is als er visite komt, of misschien als de rottende paprika op het aanrecht een luchtje aanneemt waardoor alle eetlust me tijdens het ontbijt spontaan vergaat. Uiteraard wel met de Franse slag, alles tussen de randjes of onder het tapijt bestaat niet voor mij. Voor het oog is dan écht prima. En hoewel ik oprecht trots kan zijn op dat kleine momentje van redelijke reinheid, er hoeft maar één legosteentje op tafel terecht te komen of een trui willekeurig over een stoel gedrapeerd te worden en in mum van tijd zijn we weer terug bij af. Dan ontstaat er overigens wel lichte kortsluiting in mijn hoofd, want als ík er een rommeltje van maak is dat geen enkel probleem, maar de rondslingerende rotzooi van zoonlief kan me vervolgens acuut tot het uiterste puntje van wanhoop drijven.

De ergernis van m’n wederhelft in combinatie met stress door ‘t non-stop niet kunnen vinden van een sleutelbos, een bril, een oplader of een hondenriem heeft me doen realiseren dat het de hoogste tijd is om de Marie Kondo die heus ergens in mij schuilt te bevrijden.

De zachtaardige stem van oma laat in mijn brein dan namelijk ineens van zich horen. ‘Een opgeruimd huis is een opgeruimd hoofd’ hoor ik haar zeggen. Een vlieger die vervolgens níet voor mezelf opgaat, maar waar ik mijn kind wél mee belast. Terwijl ik heus weet dat ‘t aapje als kleine spons werkelijk álles kopieert van zijn vaders, waaronder uiteraard mijn smeerlapperij. En dus heb ik maar weer ‘s besloten dat iets anders moet. De ergernis van m’n wederhelft in combinatie met stress door ‘t non-stop niet kunnen vinden van een sleutelbos, een bril, een oplader of een hondenriem heeft me doen realiseren dat het de hoogste tijd is om de Marie Kondo die heus ergens in mij schuilt te bevrijden.

En wat denk je? Zo’n opgeruimd honk werkt nog rustgevend ook. Het geeft me niet alleen het gevoel dat ik daadwerkelijk iets nuttigs bijdraag aan ons mannenhuishouden, het levert me een vreemd soort gewaarwording van controle op. Alsof ik dit stuurloze stukje van mijn leven eindelijk in eigen hand heb genomen. Dat in een wereld vol onzekerheden onze eigen leefomgeving tenminste wél voorspelbaar en netjes is. Daarnaast zorgt het gebrek aan visuele prikkels voor een behoorlijke portie rust bij een hoogsensitief type zoals ik zonder die talloze objecten aan ruis in mijn gezichtsveld. En om deze positieve ontwikkeling helemáál af te toppen: het feit dat ik m’n nakomeling niet langer kwalijk neem dat ie álles laat slingeren omdat ‘t schaapje het simpelweg bij mij heeft afgekeken, geeft me óók nog eens een flinke boost qua zelfbeeld. En dat allemaal door af en toe een stofzuiger of zwabber uit de kast te trekken. Zo simpel kan het blijkbaar zijn.

Toegegeven, het volste vertrouwen in een goede afloop van deze plotselinge schoonmaakmanie heb ik heus nog niet hoor. Eerdere pogingen om mijn administratie, planning en mentale staat op orde te krijgen mislukten namelijk stuk voor stuk jammerlijk. Ondanks dezelfde goede intenties. Maar ook al ben ik een clichématige ezel die zich steeds weer aan dezelfde steen stoot, zet ik ook deze keer stug door. Want alsof de dankbaarheid en trots van manlief en het stijgende verantwoordelijkheidsgevoel van onze telg daarvoor al niet genoeg redenen waren, is het feit dat ik nog anderhalf jaar tegen wil en dank vastzit aan het abonnement op Good Housekeeping een ultiem doorslaggevende drijfveer. Naast een structurele sloddervos ben ik namelijk óók de meest beïnvloedbare bastard die er rondloopt. De ’84 Pretty Clutter Solutions for Every Room’ die op de cover van het blad prijken wil ik daarom minstens allemaal één keer geprobeerd hebben. Om nog maar te zwijgen over de spectaculaire Bathroom Cleaning Guide en de smeuïg klinkende Decoding Declutter Routine uit de inhoudsopgave. Misschien had mijn oma tóch ongelijk en levert een opgeruimd huis uiteindelijk helemaal geen opgeruimd hoofd op. Maar ‘baat het niet dan schaadt het niet’ zei ze óók altijd en dat is sowieso waarheid als een koe. Ik ga ervoor! Want een swifferende man zijn, dát kan ik best.

Illustraties: Studio Zaterdag

2 reacties

Sjieke Spam

Een vorstelijke behandeling krijgen als lezer? Dat kan! Schrijf je in en ontvang direct een mailtje als een nieuwe column het levenslicht heeft gezien...

Koninklijk Archief