Wereld der Waterpokken.

W

Op dinsdag en woensdag is het voor mij altijd feest. Dan ben ík namelijk de uitverkorene om onze kleine man van het kinderdagverblijf te halen. Een uitje, want dan kan ik hem niet alleen nog even zien spelen met de andere kindjes, maar daarna fietsen we samen naar huis, koken we met z’n tweetjes eten en lezen we samen een boekje. Als klap op de vuurpijl kan ik hem op die twee avonden nog in bed leggen ook. Score! De overdracht is dan ook altijd kort. ‘Fijne dag gehad? Geen bijzonderheden? Goed gegeten? Fijn!’, dat soort werk.

Toen er een week of twee geleden ineens een ‘o ja, hij heeft de waterpokken’ achteraan gebonjourd werd, was mijn kind niet de enige, ik schoot ook direct in de vlekken. Hele doemscenario’s verschenen in mijn hoofd, ik kon de schema’s voor twee weken wel omgooien. Dat ze er op het kinderdagverblijf zo kalmpjes over deden, vond ik maar raar. Want mijn kind was natuurlijk wel gewoon heel erg ziek, hoor!

Nou, niet dus. Het arme schaap zit onder de rode bulten, ik vind het afschuwelijk, maar het kleine mensje kijkt er gebiologeerd naar zonder er ook maar een seconde last van te hebben. Papa maakte er weer eens een drama van, dóór met ons leven. Nou nee, ook niet dus. Want nu weet ik dus niet of ik wel overal mag komen. Is het bijvoorbeeld normaal om je bepokte kind mee te nemen naar een feestje? Of naar het zwembad? Of is het maatschappelijk verantwoord om het kind in te pakken met plastic en ‘m te behandelen als een ebola-patiënt? Ramen en deuren dicht en verroer je niet.

Ik besluit de sociale druk te laten voor wat het is en met een brede glimlach de wereld in te trekken. Ook al is het perfecte melkwitte gezichtje van onze kip gehavend met rode bulten; voor mij is ie prachtig. Voor het Jumbo-meisje minder. Zeventien maanden lang zag ik elke keer haar brede glimlach bij binnenkomst, nu lees ik enkel afschuw van haar gezicht. Alsof ik hoogstpersoonlijk een met hiv-besmette spuit in haar arm probeer te zetten, zo kijkt ze naar mijn kind. Ze is niet de enige, ik zie links en rechts meer zure gezichten om me heen en ik zwéér dat ik een moeder haar kind bij me weg zie trekken. Al kan ik dat me ook inbeelden, wellicht probeerde het meisje de drukke straat over te steken. Dan gaat de telefoon, dat het misschien toch niet zo’n goed idee is als we met zoonlief naar het verjaardagsfeestje van die middag komen, je weet namelijk maar nooit, straks krijgen ‘de anderen het ook’. Ik geef officieel op.

We blijven binnen, want als niemand ons wil zien, dan zijn we gewoon ziek. Ik kijk naar ons kleine krentenbolletje en aanschouw hoe hij net zoals elke dag op zijn auto klimt, achter zijn keukentje staat en compleet zichzelf is. Pokken and all. Het enige verschil met anders is dat de rest van de wereld eventjes niet bestaat. Wij vieren ons eigen feestje. Voor zo lang het duurt, want Dossier Waterpokken is gesloten voor je het weet. Dan ben ik voor mijn muisje heus héél erg blij dat ie weer gezond is,  maar vind ik het stiekem best een beetje jammer dat het echte leven dan weer begint.

Deze column verscheen ook online bij Fabulous Mama & Family op 29-02-2016.

Plaats reactie

De Archiefkast