Ware Waarde.

W

Het is nog steeds -of eigenlijk weer opnieuw- één van de wekelijkse ankerpunten in het huishouden van de De Munckjes: het op de deurmat ploffen van de Donald Duck. Toen ik vader werd en zoonlief nog niet eens één letter uit kon spreken, laat staan lezen, had ik het abonnement sneller dan het licht alweer aangezet. Noem het een guilty pleasure of misschien is het gewoon eventjes wegdromen naar een onbezorgde tijdsgeest, ik lees het vrolijke weekblad nog steeds met enorm veel plezier. Na al die jaren torent Dagobert Duck als all time favourite boven álle andere misschien wel kleurrijker bewoners van Duckstad uit. De gierige grijsaard is de rijkste eend ter wereld, die zijn dagen slijt met het tellen van z’n rotcenten en er een missie van maakt om nóg meer geld te verdienen. En dat ie het enorme fortuin óók nog eens vergaarde met keihard werken, maakte vooral in mijn jeugd ontzettend veel indruk. Ik verzamelde álles van Oom Dagobert. Strips, poppetjes, knuffels, spaarpotten en kluizen. Mijn kamer stond er vol mee. In mijn kindertijd spaarde ik niet voor LEGO, barbiepoppen of treintjes: nee, ik wilde zo’n echte grote brandkast van de Makro bij elkaar verdienen. Met steeds één doel voor ogen: later wilde ik net als Dagobert Duck worden.

Met de onrust gierend door al mijn aderen ben ik altijd aan het werk. En als ik dan eventjes zogenaamde vrijheid ervaar, maak ik stiekem gewoon plannen voor nieuwe klussen.

Overigens was die Schotse gierigaard niet het enige voorbeeld waarop ik een overdreven werkethos heb gebaseerd. Niet alleen mijn eigen oudeheer, maar zo’n beetje alle papa’s die ontbraken op het schoolplein, waren in m’n herinnering óók altijd aan het werk. Als een soort roeping moesten ze daar allemaal non-stop mee bezig zijn. En zonder het misschien zelf enorm graag gewild te hebben ben ik dus precies zo geworden. Nooit te beroerd om te werken, ten koste van zo’n beetje al het andere om me heen. Niet omdat ik m’n baan nou zo enorm belangrijk of levensreddend vind, maar door de constante behoefte om me te (moeten) bewijzen. Om niet waardeloos, maar juist iets waard te zijn. Schathemeltjesrijk zoals Dagobert Duck ben ik daar overigens niet mee geworden, verre van zelfs. Maar het is net als bij die gekke eend nooit genoeg. Met de onrust gierend door al mijn aderen ben ik een soort bezeten bezig bijtje. En als ik dan eventjes zogenaamde vrijheid ervaar, maak ik stiekem plannen voor nieuwe klussen. Een spiraal waar ik met liefde aan zou willen ontsnappen, want ik zou mijn eigen De Munck-telg graag willen meegeven dat je waarde in de wereld vooral níet afhankelijk is van werk. En dat jezelf verdrinken in achteloze arbeid uiteindelijk óók nooit de magische oplossing gaat zijn om dat gapende gat in je ziel te dichten.

Het lastige is alleen: dat werken gaat me zo veel gemakkelijker af dan het dagelijkse doen en laten. Jarenlang is het mijn enige safe space geweest waar ik altíj́d terecht kon. Oeverloos oppervlakkig kletsen met collega’s, de keuze tussen een broodje kaas of een broodje kip als de belangrijkste beslissing van je dag bestempelen en vooral simpelweg níet bezig zijn met de demonen in het koppie. Maar ja, op een bepaald moment moet je die tóch gewoon bij de ballen grijpen en is de tijd van vluchten voorbij. En gratis waarschuwing: als je die putdeksel van ellende eenmaal opengetrokken hebt, is er geen enkele weg meer terug. Maar dan ook niet één. Hoe graag ik op sommige dagen ook een stopknopje op m’n voorhoofd zou willen.

Als Dagobert Duck in één van de stripjes voorbijkomt steek ik m’n liefde voor de vrek heus niet onder stoelen of banken. maar wél met de heldere boodschap erbij dat er meer in het leven is dan geld en spullen.

Tegenwoordig zie ik die eeuwige afleidingsarbeid daarom ook niet meer als mijn nummer één goal in het leven om gezien te worden. Ik heb ‘t geloof in het stellen van prioriteiten overigens sowieso volledig opgegeven, behalve dan misschien de taak om mezelf op de eerste plek te leren zetten. Daarna komt de rest vanzelf is m’n nieuwe mantra. De enige keer is zoonlief het belangrijkste, dan weer de echtgenoot en daarna volgt er wellicht weer een periode van hard werken of extreem sporten. Zo lang de gemene deler daarvan ik uiteindelijk zelf maar blijf. En dat het niet uitmaakt wat ik doe, wie ik ben of welke streken ik soms ook uit mag halen, mijn gezin blijft toch wel van me houden. En juist ‘t allermeeste als ik níet op de vlucht ben voor het dagelijkse bestaan van thuis en me met de ene na de andere smoes in m’n werk verzuip.

En dus zit ik in de ochtend, met een minder goed gevulde portemonnee, maar een des te vollere kop koffie, aan de keukentafel níet langer eerst de krant en vervolgens mijn iPhone door te spitten voor onzinnige nieuwtjes terwijl Het Kind op de achtergrond het ene na ‘t andere creatieve bouwsel maakt en synchroon daaraan al z’n energie gebruikt om zonder positief resultaat mijn aandacht te trekken. Ik neem de tijd voor ‘m en pak de momentjes voor mezelf -waar ik zo enorm naar verlang- als ie twee uur later onder de vleugels van z’n juffen op school is. Dat geeft niet alleen míj́ enorm het idee waardevol te zijn, ik zie dag na dag dat óók zoonlief de oprechte aandacht enorm op waarde weet te schatten. Creating memories noemen al die clichématige influencers en commerciële bedrijven dat geloof ik. Om te kotsen natuurlijk, maar ergens hebben ze wel een goed punt. ‘Lieve, leuke, aanwezige, vrolijke en blije papa’ zou ik namelijk tóch prettiger vinden om ooit terug te zien op mijn grafsteen in plaats van ‘wat was hij toch goed in zijn werk’. En uiteindelijk is de toch al schaarse tijd samen veel en veel meer waard dan een kluis vol klinkende munten. Een bak aan herinneringen heb ik een stuk liever op mijn mentale bankrekening staan. Daarover gesproken, het is tijd om mijn laptop dicht te klappen en op de bank samen met m’n bloedje een Duckie te gaan lezen, zoals ie het blaadje liefkozend blijft noemen. En als Dagobert Duck in één van de stripjes voorbijkomt steek ik m’n liefde voor de vrek heus niet onder stoelen of banken. Maar wél met de heldere boodschap erbij dat er meer in het leven is dan geld en spullen. En voor het eerst meen ik daar nog ieder woord van ook. Dat mag wat mij betreft best eens de Brief van de Week worden. Of in ieder geval op m’n CV prijken. In gouden letters uiteraard.

Illustraties: Studio Zaterdag

2 reacties

Sjieke Spam

Een vorstelijke behandeling krijgen als lezer? Dat kan! Schrijf je in en ontvang direct een mailtje als een nieuwe column het levenslicht heeft gezien...

Koninklijk Archief