The Big C.

T

Acht weken op elkaars lip en vijftig dagen zo’n vierentwintig uur per dag bij elkaar zijn. Voor sommige mensen klinkt dat wellicht als een sprookje, maar als het op een verplicht nummertje begint te lijken is de lol er vrij snel vanaf vind ik. En hoewel we er nog middenin zitten schuilt er toch een beetje licht aan het einde van de tunnel. Tijd voor een evaluatie.

Want wat betekent het eigenlijk als je zó slecht om je eigen man en kind kunt zijn dat je er serieus aan denkt om je wenkbrauwhaartjes er één voor één uit te trekken om de pijn te verzachten? Of dat je je hoofd in een kussen moet stoppen om het schreeuwen te verhullen? Daar kan je urenlang over filosoferen, maar heb besloten om dat deze keer niet te doen: ik heb besloten dat je dan gewoon mens bent. Ondanks dit soort bizarre gedachtekronkels.

Het is namelijk ook écht wel een dingetje hoor. Voor dat die verdomde crisis uitbrak, had ik met mijn gezinnetje een prima modus gevonden. Ik werkte veel, was regelmatig in de sportschool te vinden en trok daarna wat baantjes in het zwembad. De momenten díe ik dan thuis was waren prima te overzien en daar kon ik mijn perfecte vader-skills goed uitvoeren en voor ik volledig doordraaide van ongeduld, was ons kleine wondertje al lang en breed naar dromenland vertrokken. Maar ja, zonder sportschool, zwembad, café, bibliotheek of kantoor om naar te vluchten waren die mogelijk in één klap weg en ben je aangewezen op… elkaar. Ineens hele dagen schoolwerk, koekjes bakken en je eigen vlees en bloed vermaken. De absolute horror.

Na acht weken lockdown en drie kloppende harten zonder bloed op de muur weet ik sowieso zeker: dit is voor altijd.

We hebben het overleefd. Dat is het goede nieuws van deze coronacrisis. Voorlopig dan. Ondanks dat ik de meeste dagen als een uitgeknepen vaatdoek op de keukenvloer lag en mijn gezin volledig terroriseerde, al was het in mijn beleving natúúrlijk andersom. En ik weet heus dat de talloze zorgmedewerkers de helden van deze tijd zijn, bij ons thuis is het mijn echtgenoot. Die als een ware trooper mijn grillen -de meeste momenten- heeft weten te doorstaan. Die zijn eigen behoeften niet alleen voor ons kind, maar ook voor mij opzijgeschoven heeft. Die ondanks mijn onredelijkheid gewoon zei waar het op stond en wat ie van me verwachtte. En die óók gewoon aan me meldde dat ik een stapje opzij moest doen en af en toe simpelweg moest verdwijnen. Niet alleen omdat ie dat zelf wilde, maar omdat ie óók wist dat ik daar behoefte aan had, maar het niet durfde te zeggen. Is dat dan echte liefde? Ik denk het. Al heeft deze crisis dat sowieso al bewezen: echte liefde bestaat. Na acht weken lockdown en drie kloppende harten zonder bloed op de muur weet ik sowieso zeker: dit is voor altijd. En dát geeft uiteindelijk de meeste rust van deze hele periode.

1 reactie

Laat een reactie achter op Sonja Kapel Annuleer reactie

De Archiefkast