Sprookje.

S

Terwijl ik op de fiets zit krijg ik het pushberichtje binnen op mijn mobieltje. Ik weet dat ik eigenlijk niet mag kijken, want ik moet me concentreren op de weg, zeker met een blij schoppend mannetje voor op het stuur. Maar ik kijk toch: ‘vermoedelijke aanslag op vliegveld Brussel staat er’. Juist ja. In een poging om het slechte nieuws nog even buiten de deur te houden, stop ik mijn telefoon weg, blaas door de haren van mijn kleine muis en begin liedjes te zingen. Een paar minuten later sta ik tussen de tekeningen, ballonnen en het kleurrijke speelgoed van het kinderdagverblijf, toch één van de fijnste plekjes op aarde voor een kind. En stiekem ook voor de ouders, want alles is daar leuk. Ik geef mijn zoon een dikke kus, wens hem een fijne dag toe en pas buiten pak ik mijn telefoon er weer bij. Het nieuws is er nog steeds niet beter op geworden: Brussel staat in brand.

Gedurende de dag blijft het slechte nieuws maar komen. De dodelijke slachtoffers stapelen zich op en het onbegrip groeit. Bij elk geluid van huilende en schreeuwende kinderen in de Journaals op televisie krimp ik een beetje in elkaar. Als ik de eerste beelden zie van na de aanslag en ik kinderwagens tussen de rookwolken zie staan moet ik zelfs een beetje huilen. De wereld is helemaal gek geworden, dat weten we nu inmiddels allemaal wel. Behalve onze kleine kinderen. Die weten het nog niet, hun wereld is nog fijn en blij. Een wereld van poppen, blokken, vriendjes en vriendinnetjes. Een sprookje. Ik vraag me toch af hoe lang mijn zoon nog in dat sprookje kan blijven geloven. Ik hoop nog heel lang. Want ik wil er niet eens over nadenken hoe ik hem straks moet uitleggen wat er in de wereld gaande is. Een poging doen om in grote mensen-taal te vertellen waarom al die onnodige doden gevallen zijn. Terwijl ik zelf helemaal niet weet waarom. En wat ik dan in hemelsnaam zou moeten zeggen. Eigenlijk wil ik het liefst dat hij altijd klein blijft. En dat we elke dag blij zingend op de fiets naar huis kunnen gaan.

Terwijl mijn zoon aan het einde van de dag zijn ogen sluit en in zijn dromen vertrekt richting het land van de regenbogen en vliegende hertjes, beleef ik de nachtmerrie van vandaag nog een laatste keer via alle nieuwsprogramma’s op televisie. De conclusie blijft hetzelfde, de wereld is soms helemaal kut. Maar hier in huis nog even niet. Ik houd de smerige ellende nog eventjes buiten de deur en laat het voorlopig bij het sprookje. Voor de verdrietige waarheid hebben we in de toekomst vast nog tijd genoeg. Helaas.

Plaats reactie

De Archiefkast