Slaapfeestje.

S
Vroeger klaagde ik regelmatig over vermoeidheid. Na een drukke week op het werk of na een avondje stappen trok ik nou eenmaal niet meer zo snel bij als toen ik twintig was. Maar inmiddels weet ik na twee jaar ouderschap dat het geklaag van toen allemaal maar zwaar overdreven was. Vermoeidheid heeft tegenwoordig namelijk een status apart gekregen. Net zoals koffie: als ik die these days niet op tijd krijg word ik net zo lijp als een droogstaande junk. Maar aan het chronische slaapgebrek ga ik gewoon nooit wennen.

Het is alsof de kleine muis van ons een soort zesde zintuig heeft. Als ik vroeg naar bed ga slaapt ie tot ver na mijn wekker uit, maar als ik een avondje doorwerk of een lekkere fles wijn opgetrokken heb, besluit ie om te gaan spoken. Rond middernacht en dan om de twee uur opnieuw. En dat vond ik al irritant toen ie zijn ledikantje had, maar sinds de komst van zijn grote jongens-bed kan ie er uitstappen wanneer hij maar wil. En dan staat ie naast het bed te roepen in plaats van aan de andere kant van de verdieping – toch een belangrijk detail tijdens je slaapdronkenschap.

Overigens ben ik heus de beroerdste niet hoor, ik sta op als het kippetje verdrietig is. Ik zing een liedje, lees een boekje of knuffel hem net zo lang tot ie weer klaar is om verder te slapen. Uiterst geduldig. Maar na het tweede ritueel tijdens dezelfde nacht is mijn geduld compleet op. Net als mijn humeur trouwens, dat ligt dan meestal nog in bed. Tsja, en dan kom je dus in die spiraal terecht: neem je Het Kind mee naar je eigen bed? Want 1) dat wil ie zelf zo graag en 2) jij wilt dat stiekem zelf eigenlijk ook, want dan is hij weer even baby en zo gezellig dichtbij. Maar ja, je weet ook dat hij 3) nooit gaat slapen en er toch een ordinair slaapfeestje van maakt met veel gespring en gegil.

Heel af en toe ga ik toch voor de bijl en neem ik de Route Slappe Zak, zoals ik ‘m in ons huishouden noem. Tegen beter weten in mag zoonlief bij ons in bed slapen. “Als je niet praat en lief gaat slapen”, dat zeg ik er tegen beter weten in dan altijd bij. Gevolg van dit scenario is dat ik ‘m drie kwartier later alsnog terug in zijn eigen bedje leg, maar dan inclusief een irritatielevel van oneindig, want op dat punt van de nacht weet ik al dat ik toch nooit meer in slaap ga vallen en voel ik de eerste wal al oppoppen onder mijn oog. Je zou kunnen zeggen dat ik dat soort slaapfeestjes dus eigenhandig de kop kan indrukken, maar ja, ik weet ook dat de eerstvolgende keer dat ik die knipperende Bambi-oogjes in het holst van de nacht naast mijn bed zie staan, ik toch meteen weer voor de bijl ga. Schattigheid wint het, helaas voor mij, altijd nog van de slapeloosheid.

Trouwens, dat samen slapen schijnt nog hartstikke hot te zijn ook. Ikea brengt zelfs bedden voor het hele gezin op de markt. Ja, mij echt niet gezien hoor.

Overigens heb ik een kersverse oplossing voor het ‘probleem’ bedacht. Ik blijf lekker lang op, tot diep in de nacht. Met een goed boek of een fijne serie. Dan heb een paar welverdiende uurtjes me-time, maar op een gegeven moment ben ik dan zó gigantisch kapot dat ik naar boven slenter en in een vrijwel directe coma raak. Huilende kinderen en non-stop omdraaiende echtgenoten bereiken me dan niet meer. Dat ik alsnog met paarse en groene vlekken van de vermoeidheid aan de ontbijttafel zit, is nog een kleine plooi in dit meesterplan dat ik nog even moet glad zien te strijken.

Plaats reactie

De Archiefkast