Piet Snot.

P

Soms is het taai en groen, maar meestal komt het in vloeibare vorm. En het komt vaak, als een malle. Als we een vijver in de tuin hadden gehad, gevuld met de liters snot die de afgelopen maanden uit het kleine neusje van onze zoon gesijpeld is, dan was die vijver absoluut nu al vijf keer overstroomd geweest. Want ik heb met veel dingen rekening gehouden toen de vrucht onderweg was. Poepluiers: hoeveel ik ze ook haat, noodzakelijk kwaad. Korte nachten: heb ik een nog grotere hekel aan dan luiers verschonen, maar opnieuw, hoort nou eenmaal bij het dolle plezier van het ouderschap. Maar aan het vierentwintig uur per dag bezig zijn met snot heb ik werkelijk geen seconde gedacht.

Want het is overal. Naast dat ik er op een vrije dag een dagtaak aan heb om met een lap achter m’n kind aan te lopen om zijn neus af te vegen zodat de bank niet binnen no-time stijf is va het opdroogde snot, kan ik me oprecht niet meer herinneren wanneer mijn hoofd leeg was. En dan heb ik het niet over mijn dwangmatige gedachten over het leven, maar over het feit dat mijn hoofd zó vol snot zit, dat het voelt alsof mijn hersenen zijn afgedaald tot onder mijn schouders. Om nog maar te zwijgen over mijn oogkassen, die zijn zo uitgehold dat er een hele familie vogels onder kan overwinteren. En zo voel ik me niet alleen in de winter, welnee, al maandenlang. Dan hoor ik die weervrouw hartstikke enthousiast vertellen dat het de zachtste winter aller tijden is, nou daar denkt mijn vuurrode geschuurde neus toch echt anders over.

Maar er is altijd één lichtpuntje. Zo na het weekend aanbreekt, begint het hele gezin weer redelijk bacterieloos te raken. Frisse wandelingen maken, lekker uitslapen (tot acht uur ’s ochtends welteverstaan, maar dat heet tegenwoordig uitslapen) en goed eten. In het korte moment dat ik weer eventjes helder kan denken probeer ik  te overpeinzen hoe we het snot voor eens en voor altijd kunnen uitroeien. Dat doe ik tijdens een wandeling in het park, met kind uiteraard. Als ik de proestende en hoestende kinderen om me heen bekijk en zie hoe ons kind zonder enige tegenstand al die ziektekiemen ontvangt besef ik me dat de snotvrije tijd alweer voorbij is. Sterker nog: dat een snotvrij leven de komende dertien jaar nog héél ver weg is. Ik geef op. Kom maar door met die Kleenex.

Plaats reactie