Peuterpapa.

P

Vandaag zijn mijn lief en ik precies zes jaar bij elkaar. Langer dan ik ooit met iemand uitgehouden heb. Als je het zo opschrijft lijkt het nog helemaal niet zo lang, terwijl het voelt als twintig jaar. Misschien omdat we in die zes jaar gevoelsmatig tien keer zijn verhuisd, zijn getrouwd en op wonderbaarlijke wijze vaders zijn geworden van die prachtige zoon van ons. Twee van de zes jaar draait het ‘pas’ om dat kleine kereltje, maar het voelt écht alsof het nooit anders was. Het is na een jaartje of twee dan ook gewoon niet meer voor te stellen hoe je leven er pré kind uitzag. Want tuurlijk, een baby heeft ook zo zijn verzorging nodig, maar je bent relatief flexibel in je doen en laten. Tijdens een bezoekje aan de supermarkt kun je bijvoorbeeld gewoon de meest logische route nemen en niet één of andere vage omweg om de meest kwetsbare producten niet in het zicht van je peuter te brengen. Een baby gaat zonder morren de auto in en maakt geen geluid alsof je hem handmatig aan het martelen bent. Een baby is. Een peuter is altijd aanwezig. Om af en toe helemaal gek van te worden.

Mijn man heeft vader van een peuter zijn tot een ware kunstvorm verheven. Die gooit een flinke portie geduld in de mix met een beloning hier, wat kalmte daar en nog een levenslesje erbij om de boel af te toppen. Met open mond kijk ik toe hoe een discussie over het wel of niet opeten van die boterhamkorstjes eindigt in een liefdevolle scène waarin beide partijen in vrede van tafel verdwijnen. Ik stampvoet meestal met stoom uit mijn oren van tafel omdat ik 1) een doekje moet halen om welk willekeurig broodbeleg dan ook van de muur te krijgen, 2) me heb laten bedotten door een kind van twee en 3) mijn portie geduld over de dag moet spreiden omdat er anders voor acht uur ’s morgens al geen land met ons te bezeilen is. Mijn man is slim, creatief, fantasierijk, lief en fantastisch als het om de communicatie met onze zoon aankomt. Ik ben daarentegen een groot kind die zijn zin wil krijgen, maar aan de andere kant ook leuk gevonden wil worden. Ook in de opvoeding. Mijn man heeft het zwaar met ons.

Het resultaat is bij allebei onze aanvliegroutes overigens identiek: compleet uitgeput staan we een boekje te lezen voordat die muis van ons gaat slapen. Of dat in zijn bedje of achter het behang is, is meestal de vraag op dat moment van de dag. En net als je over het randje van je irritatie dreigt te gaan, geeft het kind je een onwijs dikke knuffel en mompelt ie dat ie van je houdt. Voor iedereen buiten ons gezin onverstaanbaar, maar wij weten dat ie dat bedoelt. Niet alleen kan ik op dat moment janken van geluk omdat die kleine muis er is, maar ook omdat na zes jaar mijn man niet alleen meer mijn man, maar ook de beste vader in de wereld is. En daarmee is alles perfect en staat de teller van geduld weer eventjes op nul.

Plaats reactie

De Archiefkast