Oranjebitter.

O

Het jaarlijkse Koningsdagonderzoek van EenVandaag draait er niet bepaald omheen: het vertrouwen in Willem-Alexander en Máxima was nooit eerder zo laag. Diverse redenen zijn daar voor aan te voeren, van hun totále onzichtbaarheid tijdens de pandemie tot de bizar slecht geplande vakantie naar Griekenland afgelopen najaar. En dat roept dus metéén weer de vraag op: hoe belangrijk ís ‘t Koninklijk Huis eigenlijk nog?

Onze royals zijn eigenlijk zoals een soa: regelmatig worden ze verjaagd, maar keren uiteindelijk altijd wel weer terug. En begrijp me goed, ik houd er ultiem van. Ook al is de eeuwige Prins Pils alles behalve sympathiek, zijn Máx maakt een heleboel goed. Gooi een aantal schattige prinsesjes in de mix en mijn koningsgezinde hart is voor de komende jaren wel weer gepaaid. Maar als je het me op de man af vraagt vind ik het uiterst bizar dat de Oranjes ‘t in deze vorm hebben overleefd. Zo’n monarchie voelt onwijs als een onding, we hebben het nou eenmaal dus doen het er maar mee en komen er nóóit meer vanaf. Ze mogen bestaan met de gratie van het volk. Zo lang ze zich kunnen gedragen mogen ze er zijn, mond houden en gaan. Verankerd in de samenleving en vastgelegd in het DNA. Ik vergelijk het daarom graag met je eigen familie. Of nou ja, de mijne althans. Hetzelfde laken en pak. Ergens enorm hartverwarmend, maar tegelijkertijd vind ik het krankzinnig om op te kijken tegen mensen enkel en alleen omdat je in een bepaald wiegje ter wereld bent gekomen. Terwijl er stiekem veel leukere, gezellige en interessantere types te vinden zijn, die níets met je afkomst te maken hebben. De chosen family zeg maar. Ik heb me enorm lang vastgehouden aan het ideaalbeeld van een liefhebbende familie, maar dat sociale contract heb ik uiteindelijk verscheurd. Afscheid genomen van een ingekapseld fenomeen en simpelweg mijn eigen regels opgesteld en grenzen aangegeven. Dat geeft net zo’n gelukzalig gevoel als de zoveelste oranjetompouce die al smakkend de weg naar je slokdarm gevonden heeft.

Elkaar enige feitelijkheden voorhouden was er nooit bij, het tapijt krulde zo’n beetje tegen het plafond door alles wat er keer op keer onder werd geveegd.

Dat familie betrouwbaar tot aan de voordeur kan zijn, ontdekte ik al op vrij jonge leeftijd. Toen ik tien jaar was gingen mijn ouders op niet al te charmante wijze uit elkaar. Shit happens. Maar vanaf dat moment werd bij de ene kant van de familie niet over de andere gepraat en omgekeerd. Partijen werden gekozen, doodverklaringen waren aan de orde van de dag en naast dat ik tussen twee huishoudens in moest bivakkeren, waren de eens zo vredige familiebanden getransformeerd tot een gewelddadig mijnenveld. In die brokstukken moest ik me staande zien te houden, zonder eigenlijk ooit het achterste van mijn tong te kunnen laten zien, dáár was geen ruimte voor. Elkaar enige feitelijkheden voorhouden was er sowieso nooit bij, het tapijt krulde zo’n beetje tegen het plafond door alles wat er keer op keer onder werd geveegd. Al die jaren ging ik daar zonder al te veel morren vrolijk in mee, totáál in mijn nopjes met een confrontatieloos bestaan. Dat ik diep van binnen een loyaliteitsconflict ontwikkelde waar ik de twintig jaar die daar op volgde nog last van zou houden besefte ik me in die periode nog niet helemaal.

Bij het eerste beetje tegengas werden we sneller afgeserveerd dan Janet Jackson na de Super Bowl van 2004.

Uiteindelijk was het de recht voor zijn raap-aanpak van manlief en z’n ouders die tien jaar geleden mijn ogen openden. Hij stelde niet alleen kritische vragen waar ik tot dan toe nog niet eerder over nagedacht had, ik zag vooral dat er intens veel liefde kan bestaan als het servies af en toe wél gewoon door de keuken vliegt. Van je hart geen moordkuil maken en daarna opgelucht samen verder. Mijn bek viel open. In één klap was duidelijk dat ik óók zo wilde worden. Eerlijk zeggen als je ergens problemen mee hebt en samen tot een oplossing zien te komen. Of anders gezegd: elkaar accepteren voor wie ze zijn, niet alles als een persoonlijke aanval te zien en op volwassen niveau met elkaar te leren communiceren. Naïef als ik was had de vers herboren Eric toen nog het idee dat diverse bloedverwanten wel over te halen waren tot een gezondere dynamiek, maar jeetje, wat heb ik me dáár in vergist. Bij het eerste beetje tegengas van m’n echtgenoot of mijzelf werden we allebei sneller afgeserveerd dan Janet Jackson na de Super Bowl van 2004. Van je familie moet je het hebben zeggen ze dan. Eh, nou nee. Blijkbaar gaat die vlieger alleen op als zíj́ de regels bepalen.

Alsof ik van de stamboom werd afgezaagd. Daar hoefde ik niet eens een bloederige moord voor te plegen hoor, enkel en alleen het vertellen van de waarheid was al voldoende.

Bizar eigenlijk: als vrienden, collega’s of kennissen zich misdragen door non-stop kritiek te leveren op jezelf of je geliefde, emotioneel manipuleren als de norm zien en zichzelf steeds weer als slachtoffer willen bestempelen, zou iedereen het advies geven om zo snel mogelijk weg te wezen. Bij familierelaties is dat dan ineens totáál anders: die moeten we -net als het Koningshuis- plotseling koesteren ten koste van alles. Iets wat ik dus een enorm lange tijd ook heb gedaan, zelfs toen ik me er volledig onbegrepen en alleen door voelde. Tot die ene dag. Dat moment. Waarbij ik besloot om m’n eigen gezin, geluk én psychische gezondheid op de eerste plek te zetten. Een broodnodige maar toch ontzettend heftige stap, die behoorlijk wat impact had. Voor mij dan. Maar bij de meeste familieleden bleef het akelig stil. Ik hoorde zelfs helemaal niets toen ik een aantal jaar geleden op het randje van de dood balanceerde, of op het moment dat ik mijn jeugddroom uit zag komen en bij RTL Boulevard in beeld kwam. En toen ik eigenhandig m’n hart weer enigszins heelde door het contact met m’n vader na jaren afwezigheid weer te herstellen, werd ik helemáál persona non grata. Alsof ik van de stamboom werd afgezaagd. Daar hoefde ik niet eens een bloederige moord voor te plegen hoor, enkel en alleen het vertellen van de waarheid was al voldoende.

Inmiddels zijn we jaren verder en heb ik m’n routekaart naar een zelfgekozen nest tot ware kunstvorm verheven. Simpelweg eigenhandig een plattegrond van mijn sociale cirkel ontworpen, héérlijk. En precies zoals ik het wil: naast mijn veilige haven met die twee prinsjes thuis, eindelijk óók inclusief beide ouders in m’n leven. Aangevuld met broer en zussen plus alle aanhang en kinderen daar weer van. M’n schoonouders zijn ultiem belangrijk, evenals de moeder van onze zoon en haar geweldige relatives. Hier en daar nog een neefje, nichtje, oom of tante en dan zijn we er wel. Eigenlijk enkel de types die het fenomeen verwantschap ook daadwerkelijk begrepen hebben en ‘t niet als één grote familiare farce zien: geloven dat je elkaar nodig hebt, maar die zeepbel bij het minste of geringste uit elkaar laten spatten. Een beetje zoals Harry & Meghan tegen de rest zeg maar. Daar steek ik niet één seconde tijd of energie meer in. De vrijgekomen aandacht besteed ik dan toch liever aan de vorstelijke verhalen rondom onze royals. Veel veiliger. Aan de Oranjes zit ik de rest van m’n leven namelijk nog wél vast.

Illustraties: Studio Zaterdag

1 reactie

Sjieke Spam

Een vorstelijke behandeling krijgen als lezer? Dat kan! Schrijf je in en ontvang direct een mailtje als een nieuwe column het levenslicht heeft gezien...

Koninklijk Archief