Open Wond.

O

Als ik één Joker in zou mogen zetten na de afgelopen week, dan is het wel om de woordencombinatie hoe, gaat, het, met en jou voorlopig níet meer te hoeven horen. Want hoe lief, warm, attent en vol goede bedoelingen ook: m’n limiet is bereikt. Suf eigenlijk, want hoe overweldigend fijn kan de mensheid óók zijn? Het valt volledig aan mij en m’n bijbehorende struisvogeltactiek te wijten. Kop in het zand, afstand nemen en vooral doorgaan met m’n leven. Alsof er níets aan de hand is. Hoewel ik me heus wel besef één van de meest verschrikkelijke aanslagen op een mensenleven in de recente geschiedenis van dichtbij te hebben meegemaakt, ergens heb ik nog steeds de illusie om over een maand wakker te worden uit deze nachtmerrie. In een wereld met regenbogen en zonnestralen, in plaats van eentje vol kogels, bedreigingen en grauwheid.

Zoonlief heeft zich als een soort Britney Spears van de lage landen volledig aan mijn grillen over moeten geven en de afgelopen honderdvijftig uur als wandelend troetelbeertje gefungeerd.

Het is één van die situaties waarop het me ineens niet meer zo enorm slecht uitkomt om de emotioneel afgestompte boer van ‘t gezelschap te zijn. Terwijl heftige gebeurtenissen zoals deze vaak zorgen voor verbinding en elkaar opzoeken, merk ik als vanouds dat alleen in m’n eigen veilige wereld zijn me voorlopig de meeste rust oplevert. En dus heb ik -nadat de eerste wolken na die beruchte dinsdagavond in Amsterdam opgetrokken waren- toch vooral afstand proberen te nemen. Niet alleen fysiek, maar vooral in mijn hoofd. Uiteraard heb ik de prachtige afleveringen RTL Boulevard van mijn collega’s met brok in m’n keel bekeken, heb ik iPhone-RSI opgelopen door het constante app-verkeer met m’n werkfamilie en scrol ik heus vaker dan me lief is naar rtlnieuws.nl, in basis gaat al het andere ‘gewoon’ z’n gangetje. De boodschappen, lunchtrommels vullen, hondje uitlaten en vooral veel knuffelen. En kussen. Zoonlief heeft zich als een soort Britney Spears van de lage landen volledig aan mijn grillen over moeten geven en de afgelopen honderdvijftig uur als wandelend troetelbeertje gefungeerd. Met succes. Het gaf me de rust die ik nodig had om níet non-stop in de werkelijkheid te blijven hangen. Voor sommige mensen overigens juist wél de ultieme afleiding van alle ellende. Zo zie je maar, iedereen heeft een andere soort pleister om op hun mentale open wond te plakken. En alles is goed, mag er zijn en meer van dat.

Maar ja, wat gebeurt er met een pleister die je op het hart deponeert zonder er verder naar om te kijken? Juist, die gaat lekken. En dan vooral op de momenten dat je het ‘t minst verwacht of zin in hebt. Een gedichtje dat je dan tóch raakt, die hevig verdrietige collega die naast je in janken uitbarst of een verdwaalde foto uit het archief die je nog niet eerder zag. In een tijdbestek van denk ik een halve seconde is die niet-bestaande en zelfgecreëerde droomwereld zonder moordaanslagen plotseling verdwenen als sneeuw voor de zon. Dan realiseer ik me dat één van m’n meest bevlogen en betrokken collega’s, waar ik óók heus een goede discussie mee kon voeren op z’n tijd, nog steeds voor zijn leven vecht. En dat ons leuke, vriendelijke, vrolijke, gezellige en onschuldige programma ineens het middelpunt van allerlei headlines over dreigingen en onveiligheid is geworden. Als het niet zo enorm serieus en erg was, zou je bijna denken dat we hier met een slecht geschreven verhaallijn uit een middelmatige soap te maken hebben.

En dan schiet er plotseling nóg een pleister los. Het exemplaar op m’n ziel, waar een scheepslading aan woede weggestopt is, maar na een redelijk stabiele periode in ruste te zijn geweest z’n weg naar buiten heeft weten te manoeuvreren. En zich in moordend tempo vermenigvuldigd. Ik weet niet waar ik het meest boos over ben: dat de wereld krankzinniger geworden is dan ik ooit had kunnen vermoeden of dat angst en kansloos triest geweld in één klap m’n hele leven en dat van die lieve collega’s lijken te bepalen. Van beide situaties komt het stoom ouderwets uit m’n oren en moeten mijn gezinsleden het weer doen met een explosieve Eric in huis. Daar heb ik helemaal geen zin in en dus is het een situatie die ik vrij snel de kiem in kan smoren tegenwoordig. Het voelt namelijk zó weerzinwekkend, dat het beter is om er zo weinig mogelijk aandacht aan te besteden. Of en wanneer de dreun wellicht nog komt, zie ik dan wel weer. Op dit moment krijgen mijn collega’s hardere klappen te verwerken, beter dat ik me dáár voorlopig even op focus. Veelal nog op afstand, maar toch opvallend dichtbij. En ondanks dat er iets vreselijks voor nodig was om het te beseffen, ik ontplof bijna van trots door wat we met ons RTL Boulevard-team voor elkaar weten te boksen iedere dag weer. Dat m’n vakbroeders en vakzusters aanvoelen als echte familie wist ik al een tijdje, maar dít is echt een heel nieuw level.  Standvastig, moedig en vol vuur. Dat gebroken hartje van mij kan ondertussen wel wat hebben, het ding klopt tenminste nog. En ik ben van plan daar zo lang en hard mogelijk mee te strijden als ik maar kan. Voor iedereen die daar -om wat voor reden dan ook- níet meer de gelegenheid voor heeft. Een ultieme pleister op de wonde.

Illustraties: Studio Zaterdag

6 reacties

Sjieke Spam

Een vorstelijke behandeling krijgen als lezer? Dat kan! Schrijf je in en ontvang direct een mailtje als een nieuwe column het levenslicht heeft gezien...

Koninklijk Archief