Op de Barricaden.

O

Ruim een jaar geleden vroeg een lesbische collega aan mij: “Goh, ik hoor dat jij ook een homo-ouder bent, wat leuk!” Ik wist op dat moment niet of ik nou heel erg beledigd moest zijn, of maar gewoon in lachen uit moest barsten. Want wat is het concept homo-ouder dan? Een vader of moeder die met een roze strik en boa om met zijn of haar kind door de stad fietst? Of de hele dag naar Cher en Madonna luistert? Ik identificeer mij in eerste aanleg niet direct als homo. Maar als mens, vader, geliefde, vriend, collega, enzovoorts. Op de laatste plaats staat dan die verdomde geaardheid, want tsja, dat maakt anno 2016 toch écht helemaal niemand meer uit. Zou je denken.

Maar toen ik afgelopen weekend met mijn zoonlief door de Veluwe fietste onderweg naar het dorpje verderop, kwam ik tot de conclusie dat het allemaal niet zo heel erg zwart-wit blijkt te zijn. Een groepje jongens van een jaar of twaalf hield een racewedstijdje. Leuk. Maar de koploper riep tegen de anderen: “Hé, schiet een beetje op, stelletje homo’s!” Een zin waar ik het niet warm of koud van krijg hoor, ik vind het niet beledigend, hooguit een beetje dom. Slechte opvoeding. Dus toen mijn zoon het woord homo vervolgens non-stop achter elkaar uitkraamde, moest ik lachen. Aandoenlijk vond ik het. Schattig. Vooral heel erg grappig. Maar het deed me wel weer denken aan die ene collega en het homo-ouderschap. Want ook al krijgen wij heel vaak verliefde blikken naar ons geworpen als we met z’n drietjes ergens zijn en worden wij overal behandeld als ieder ander ‘doorsnee’ gezin, het is in veel andere gevallen nog steeds vechten voor een plekje.

De homofoob maakt in Nederland namelijk zijn comeback. Mensen die vinden dat homo’s er wel mogen zijn, maar dat moet dan zo’n beetje alles zijn. Trouwen is iets voor man en vrouw, dus nee. Kinderen krijgen al helemáál niet, want tsja, volgens de anti-homoflyer die onlangs nog massaal in Amsterdam werd bezorgd, vallen kinderen van homoseksuele ouders vaker ten prooi aan seksueel misbruik. Dat soort stompzinnige gedachten en meningen raken me doorgaans niet, maar ik kan het ook niet zo makkelijk van me afschudden. Omdat ik ooit aan mijn zoon moet gaan uitleggen waarom mensen zonder enige aanleiding zó kwaad denken over zijn vaders, misschien? Of omdat ik dagelijks in elke vezel van mijn lijf voel hoe gewenst dat kleine mannetje is. En hoe blij en gelukkig hij opgroeit bij zijn twee papa’s.

Ik houd er helemaal niet van om op de barricades te gaan staan, maar heel af en toe mogen we best wel eventjes stilstaan bij de pionierspositie die we in Nederland hebben. Dat we kunnen en mogen zijn wie we (willen) zijn. Laten we er alsjeblieft met z’n allen voor zorgen dat die positie ons niet uit handen glipt. Het zou fijn zijn als ál onze kinderen in een vrije en blije wereld opgroeien en dat we niet weer van voren af aan hoeven te beginnen.

Plaats reactie

De Archiefkast