Omgekeerde Levensgenieter.

O

Keihard kan ik zijn. Voor mezelf, maar helaas ook voor de geliefden om me heen. Op de momenten dat ik eigenlijk geen contact met de mensheid wil hebben, maar tóch aanwezig ben. Fysiek althans. Dat ik als een totaal onbenaderbare zombie in huis rondloop en het liefst zo snel mogelijk van de aarde wil storten om maar met rust gelaten te worden. Dat blijkt toch een vrij lastige opgave te zijn met een zesjarige in de buurt die niets liever wil dan oprechte aandacht van zijn vader krijgen. Of in ieder geval een intensere respons dan ‘ja leuk’ op alles wat ie doet of zegt terwijl die papa ondertussen met een verdwaasde blik uit het raam staart. Naar niks. Naar een leegte die op dat moment blijkbaar belangrijker voor me is.

Zonder dat ik me ervan bewust ben, hangt er een heel elektrisch veld aan frustratie om heen. Klaar om iedereen te elektrocuteren die zich daar een weg doorheen probeert te banen.

Het vervelende is dat ik pas weet dat ik me zo voel als je contact met me maakt. In mijn uppie zonder prikkels kan ik namelijk best vermoeden dat ik verdrietig ben, of boos, maar het begint uiteindelijk te knetteren als ik in aanraking kom met andere mensen. Dat er, zonder dat ik me daarvan bewust ben, een heel elektrisch veld aan frustratie om mij heen hangt. Klaar om iedereen te elektrocuteren die zich daar een weg doorheen probeert te banen. Zo kan ik ontploffen als mijn favoriete pindakaas bij de Albert Heijn uit het assortiment is gehaald of een scheldtirade beginnen tegen een bejaard stelletje dat hun hond los laat lopen zonder riem op een plek waar dat absoluut niet mag. En daarmee komen ze in het oog van mijn tiran-tornado terecht en moeten juist zij geslachtofferd worden. Het besef dat ik misschien beter in bed had kunnen blijven liggen, komt dan uiteraard veel te laat.

Wat een ijverige supermarktmedewerker of zo’n overjarig koppel van me denkt zal me overigens een worst wezen. Een overgevoelige dramaqueen, een agressieve Neanderthaler, boeit me werkelijk totaal niet. Maar het is toch écht andere koek als de twee mensen waarvan ik meer houd dan van wie of wat dan ook -inclusief mezelf- me met open mond en totale onbegrip aankijken als ik voor de miljoenmiljardste keer de buitensporig boze vader of aanhoudend afwezige hubby uithang. Want ik verpest daarmee niet alleen mijn eigen dag, ik sleep ze allebei harteloos mee de afgrond in. Een beetje zoals die wasmiddelencommercials uit de jaren negentig, waarin vlekken dan uit de kleding vlogen, rechtstreeks het wasbolletje in. Dan ben ik dus dat bolletje en alle vlekken zijn de mooie momenten. Ik slok ze allemaal op. Met gemak. Om ze daarna als dampende drol te retourneren. Gratis en voor niks.

negatieve emoties sijpelen langzaam uit de gierende wond in m’n ziel, om via mijn hele zijn vervolgens op slinkse wijze de wereld te glijden.

De omgekeerde levensgenieter. Dat is de term die ik er zelf aan gegeven heb. Vond dat de lading van het probleem wel redelijk dekken. En als omgekeerde levensgenieter kan ik van werkelijk íedere situatie een verschrikkelijk pijnlijke aangelegenheid maken. Zegt mijn liefje links, dan wil ik rechtsaf. Zelfs als ik stiekem heus wel weet dat zijn weg de betere is. Toegeven zal ik dat nooit, of in ieder geval niet binnen een respectabele termijn waarbij het niet volledig uit de hand loopt. Alsof ik mijn ellendige mindset niet alleen voor mezelf wil houden en het feestje dan maar voor ‘t hele gezin verpest met mijn woordenkots. En het ergste vind ik nog dat het zich onbewust keer op keer herhaalt. Niet expres dus, negatieve emoties sijpelen langzaam uit de gierende wond in m’n ziel, om vervolgens via mijn hele zijn op slinkse wijze de wereld te glijden.

Lange tijd zat er een enorme pleister op die wond, zo lang ik me kan herinneren eigenlijk. Maar sinds ik actief aan mezelf ben gaan werken een paar jaar geleden, barst ie steeds een stukje meer open. En à la Als de Dijken Breken is er niet een slimme manier om ‘m af en toe weer dicht te plakken. Dus neem ik ‘m gezellig overal mee naartoe. Zoals op vakantie. Het ultieme moment om te ontspannen en je verstand eindelijk eens op nul te zetten. Maar een nogal vervelende bijkomstigheid van die wond is dat ik mezelf niks gun. Ik vind mezelf dan zó intens weinig waard, dat ontspannen en plezier maken beiden níet op de blije bingokaart voorkomen. En helemaal kut: er ontstaat een soort onbereikbaar takenlijstje waardoor mijn hele doen en laten als een kaartenhuis in elkaar stort. Want waarom zou ik in de zon gaan liggen als ik ook kan werken? Of eventjes met een boek in de hangmat ploffen als ik óók tien kilometer zou kunnen wandelen? Verschrikkelijk vermoeiend. En verdrietig, want daardoor doet mijn leven de meeste tijd van zo’n vakantie enorm veel pijn en blijft er van oprecht genieten vrij weinig over. En dat is dan weer het gevoel dat ik dan weer zonder enige moeite overdraag aan mijn gezin, alsof het de pest is. Vakantieman, gezellig hè? Nou nee.

Maar: ook hier verschijnt af en toe tóch een beetje licht aan de horizon. Letterlijk in dit geval. Er is één plek waar ik volledig kan ontspannen en ultiem op wil gaan in het moment met m’n twee liefjes. Het strand. Bij voorkeur dat van Vlieland. Want ook al kan ik werkelijk de héle dag zeiken en zaniken over elke stap die we zetten en waarom iedereen me in hemelsnaam toch altijd zo tot last is, met de voetjes in het zand is alles eventjes weer goed en kalm. Alsof mijn deprimerende gedachtegang door het geluid van de zee onder hypnose gaat. En mijn lekkende breinwondvocht rechtstreeks door de golven opgeslurpt wordt, zonder eerst een afslag te nemen naar mijn algehele gesteldheid. Ik kan weer verliefd kijken naar mijn echtgenoot en zoonlief oprecht in de armen sluiten terwijl de koude wind links en rechts de zandkorrels door onze haren blaast. Een vleesgeworden fata morgana in een woestijn vol diepe ellende. Tot er uiteraard een zandkorreltje mijn oog in vliegt en het kwetterende gekut al snel ‘t geluid van de meeuwen overstemt. Zoals een mossel zoek ik dan meteen mijn schelp weer op, waarbij de harde buitenkant me moet wapenen tegen het denkbeeldige kwaad van buitenaf. Gelukkig heeft mijn kind er een soort sport van gemaakt om als jeugdige jutter ieder weekdier van zijn pantser te ontdoen. Het liefst met harde hand. Ik blijf dus hopen dat ie dat bij die van mij óók blijft doen. Ook thuis. En dat er een dag komt dat ie in plaats van die gapende wond een echte parel aantreft. Zodat ik niet alleen in kan gaan zien dat ik het zélf waard ben om te schitteren, maar me ook eindelijk eens besef dat ik -ondanks mijn pessimistische piraterij- met m’n gezin allang de allergrootste schatkist ooit heb binnengesleept. En dat ik daar bést een stukje meer dankbaar en zuiniger mee om zou mogen springen. Want die rijkdom kwijtraken? Dat nooit.

Illustraties: Studio Zaterdag

6 reacties

  • Jeetje , ik lees werkelijk met tranen in mijn ogen jou verhaal , dit is ook zo mijn verhaal en wat heb ik lang gedacht dat ik de enige was met zo,n complex karakter .
    Ik noem het mijn Dr jeckel en Hyde persoonlijkheid .
    Ik kan werkelijk heel lief zijn en begripvol maar ook werkelijk een monster zonder enig begrip voor een ander !
    Ik kan ook werkelijk helemaal uit mijn dak gaan door kauw , slik , adem of gewoon leefgeluiden van mijn partner en wordt dan echt zo onredelijk !!
    Ik ben daar zelf nu wel mee aan het werk doormiddel van schema therapie omdat ik die enorme kwaadheid in mezelf haat .
    Ik volg je verhalen met veel bewondering en herkenning .

    • Dankjewel voor je reactie! En toch ook fijn om te lezen dat ook jij er mee aan de slag bent, dat is uiteindelijk toch the key denk ik!
      Zet ‘m op! En top dat je me volgt! Betekent echt veel voor me.

Sjieke Spam

Een vorstelijke behandeling krijgen als lezer? Dat kan! Schrijf je in en ontvang direct een mailtje als een nieuwe column het levenslicht heeft gezien...

Koninklijk Archief