Niet OK.

N
Omdat je in december op de een of andere manier niet alleen terugkijkt op het afgelopen jaar, maar ook direct je hele leven evalueert – of nou ja, ik in ieder geval – vertel ik ons verhaal de afgelopen weken weer in een recordtempo. Dus hoe bijzonder het is dat Stach er überhaupt ooit gekomen is, dat de moeder van onze zoon in ons leven is en dat elke keer als ik me besef dat ik er best nog eentje zou willen, ik me plots bedenk hoe fucking amazing het is dat we deze ene in onze schoot geworpen hebben gekregen.

Afgelopen week sprak ik met een nieuwe collega terloops en toevallig over Stach. Na mijn hysterisch blije verhaal vroeg ik of hij kinderen wilde. “Ja, maar het kan vooralsnog niet, ik ben onvruchtbaar, we onderzoeken nu een traject in België.” Juist. Dan ben je daarna best snel uitgeluld. Ik vroeg nog naar zijn plannen voor kerst, maar hij ging verder. “Mijn broer heeft drie dochters, superlieve meiden, maar elke keer als ik ze zie is het alsof er duizend messen door mijn ziel snijden.” Woorden die in tegenstelling tot de meeste conversaties die ik op dagelijkse basis voer, wél zijn blijven hangen.  Dit jaar vieren wij namelijk voor de derde keer kerst met z’n drietjes en ik heb er eigenlijk geen seconde over nagedacht hoe ons leven zou zijn als Ongewenst Kinderlozen.

Wat een vreselijke term is dat eigenlijk, Ongewenst Kinderlozen, en dat afgekort ‘OK’s’ noemen. Want tsja, echt ‘oké’ zijn ze daar dan natuurlijk niet mee. In Nederland is er één op de vijf vrouwen kinderloos, hoeveel daarvan er ongewenst geen kinderen hebben is niet bekend. Over mannen zijn er helemaal geen statistieken beschikbaar. Maar ja, feit is wel dat als je halverwege de dertig bent, een relatie hebt, maar nog niet aan kinderen bent begonnen. er dan ‘iets aan de hand’ is. Of je wilt ze niet, of het lukt dus niet. En dan ben je dus gewoon flink de lul.

Kinderen zijn namelijk overal. De hele dag door. Hoeveel kinderloze vakantiebestemmingen je ook boekt, tegenkomen blijf je ze toch. En let maar eens op: steeds als iemand nieuws zich voorstelt, waar dan ook, begint diegene altijd als eerste over zijn of haar relatie en dan de kinderen. Je bent een knapperd als jij je dan als niet oké-zijnd OK-mens met rechte rug door je eigen voorstelrondje weet te worstelen. Ik zie de meelijwekkende blikken al voor me als je de woorden “maar ik heb wel een hele lieve kat” uitspreekt.

Eigenlijk ben je gehandicapt. Zo ben ik het althans gaan zien. Je wilt iets heel graag, maar dat kan nou eenmaal niet. Net zoals blind zijn, of verlamd. Een fundamentele beperking of tekortkoming. Wat kort door de bocht wellicht, maar als je er op die manier over nadenkt zijn we allemaal een beetje gehandicapt. Depressie, werkeloos, een klotejeugd of eenzaamheid. Niemand ontspringt de dans op een bepaald moment in het leven. En dus hebben we allemaal wel iets. Niets of niemand is perfect. Kinderloos of niet-kinderloos, ziek of niet-ziek, dat schept ergens toch een band.

Dus ik tel deze kerst niet alleen mijn zegeningen, maar ik sta extra stil bij iedereen die niet oké is. In welke vorm dan ook. Maar ik steek tijdens de kerstdagen wel een kaarsje aan voor mijn nieuwe collega. Of eigenlijk voor zijn zwemmertjes. Dat er komend jaar ééntje bij is die tegen alle statistieken en de verwachtingen in toch het strebertje uit wil hangen. En slaagt.

Plaats reactie

De Archiefkast