Monsterlijk.

M

Pasen is van alle christelijke vieringen de belangrijkste feestdag. Als je het mij vraagt ook de leukste, beter dan kerst. Omdat het meestal veel warmer en zonniger is dan de decemberdagen en als kind keek ik zo’n beetje het hele jaar al uit naar dat rondzwieren met die gekleurde stokken met slingers eraan. En natuurlijk die broodjes in de vorm van een haan of haas met zo’n rozijntje als ogen. Terwijl gelovigen met de paasfestiviteiten stilstaan bij het opstaan van Jezus uit de dood nadat ie gekruisigd en begraven was, is mijn persoonlijke party mood op dit moment ver te zoeken. Ik sta weer op standje mezelf juist de dood injagen, zonder wederopstanding als het eventjes zou kunnen. Depressief. Een woord dat ik bijna nooit uitspreek, laat staan opschrijf, maar helaas wel de waarheid. Het grote monster in m’n hoofd is weer volop aanwezig om m’n algehele staat van zijn te ruïneren.

Dit misbaksel is altíj́d in de buurt en doet enorm zijn best om me bij m’n enkels te pakken en me daarmee op de meest onhandige momenten een donkere en mistige wereld binnen te slepen.

Ik ben niet zo’n enorme van fan het grote monster in m’n hoofd. Nooit geweest ook. Als kind was ik niet bang voor de niet bestaande-monsters onder m’n bed, des te angstiger ben ik voor deze volwassen versie. Dit misbaksel is namelijk altíj́d in de buurt en doet enorm zijn best om me bij m’n enkels te pakken en me daarmee op de meest onhandige momenten een donkere en mistige wereld binnen te slepen. Eenmaal daar aangekomen laat ie me weer gaan om in m’n eentje een weg naar buiten te moeten vinden. En dát duurt soms eventjes. Met mijn agenda houdt die harige prop ellende al helemaal geen rekening, dus helpt ie weekendjes weg, vakanties of andere ogenschijnlijke hoogtepunten waar ik enorm naar uitkijk met liefde om zeep. In goede periodes kan ik namelijk redelijk functioneren en weet ik dat gedrocht aardig in z’n kooi te houden. Op slechtere dagen is uit bed stappen al een uitdaging. En eet ik niets, of juist alles wat ik tegenkom. Ik weet niet wat ik met mezelf aan moet, schreeuw onredelijk tegen de mensen om me heen en ben me non-stop aan het excuseren voor m’n gedrag. Concluderend: ik voel me radeloos en leeg. Van de ene op de andere dag, want hoe enorm lang het mormel en ik elkaar al kennen, echt aankomen voel ik z’n genadeklap nooit.

Een vreemde gewaarwording voor iemand zoals ik die matig tegen onvolkomenheden of imperfectie kan. Het maakt me compleet gek als dingen niet gaan zoals ik het voor ogen heb. En daar ben ik dan zelf: kapot en gebroken. Mijn lichaam is nog dezelfde, maar ik kijk totáál anders tegen de wereld aan. Mensen en momenten waar ik enorm mee bezig zou moeten zijn, interesseren me werkelijk geen tiet meer. Een voorgeprogrammeerde robot die zo snel mogelijk zonder al te veel kleerscheuren zijn dag door moet zien te komen blijft over. En vooral níets moet laten merken aan de rest, dat vind ik het meest belangrijk. Nog steeds het hoofddoel tijdens zo’n depressie, maar ik probeer er inmiddels wél over te praten. Meteen vertellen dat er iets mis is. En gelukkig voor mij kent m’n liefje me vaak beter dan ikzelf, dus begint híj́ -tot mijn grote irritatie op zo’n moment- de dialoog. Uiteindelijk het ultieme steuntje in de rug.

Want wetende dat het misselijkmakende monster in m’n hoofd er eeuwig gaat zijn maakt me op dagen zoals deze compleet radeloos, tot het punt dat ik simpelweg niet enorm veel zin en energie heb om nog gigantisch veel langer door te gaan met leven. Voorheen hield ik dit allemaal voor me en stapte met m’n valse tandpastasmile aan de ontbijttafel en worstelde me helemaal alleen door de hoognodige verplichtingen heen. Daar gaat zo’n bloeddorstige beest goed op, dan vreet ie nóg harder aan je ziel. Praten sleurt me dan enorm uit de brand, want dan bestáán je problemen en radeloosheid tenminste. Heel veel beter voel ik me daarna nog steeds niet, maar wetende dat je er nimmer alleen voor staat is al winst. En sterker nog: als ik mezelf die vaak onredelijke woordenbrij heb horen vertellen aan mijn echtgenoot, dan hóór ik het wanschepsel er in terug en kom ik bij zinnen. Dan kan ik het aan om de duivelse draak voor eventjes terug in zijn kooi te stoppen en ‘m niet langer een prachtige dag te laten verpesten.

Enigszins naar je ware wensenlijstje luisteren kan dus al een oplossing zijn. In een wereld waar veel stervelingen steeds meer van zichzelf eisen en streven naar dat ultieme geluk, kán je alleen maar enorm op je bek gaan. Zelfs de types die voor de buitenwereld alles lijken te hebben willen soms dood, omdat ze niet genoeg aan zichzelf en hun mentale staat denken. Ik reken mezelf óók tot die categorie. En daarom ben ik steeds vaker open over mijn issues en strubbelingen. Vaak nog tegenstribbelend hoor, maar het móet. Want hoe druk het leven soms ook kan worden, als je lichaam en geest zo enorm hard schreeuwen om aandacht, moet je dat geven. En uiteindelijk is het tóch een veel beter idee om te verdrinken in liefde en verdraagzaamheid, dan non-stop te blijven vechten tegen zo’n slagvaardige schaduw die graag teert op treurnis, angst en woede. Een pittig klusje, maar ik houd wel van een uitdaging. En mijn geliefden gelukkig ook, dáár zouden ze eens een feestdag voor moeten bedenken. Want dát laten slagen is pas echt de ultieme viering waard.

Illustraties: Studio Zaterdag

4 reacties

Sjieke Spam

Een vorstelijke behandeling krijgen als lezer? Dat kan! Schrijf je in en ontvang direct een mailtje als een nieuwe column het levenslicht heeft gezien...

Koninklijk Archief