Meten is Weten.

M

Zoonlief kwam vandaag in dit wederom gekke schooljaar eindelijk weer op de proppen met een rapport. Zinnetjes als ‘we zijn blij je in de klas te hebben’ en ‘je woordenschat is enorm goed’ doen me niet alleen ontploffen van trots, het brengt me ook in één klap terug naar mijn eigen kindertijd. Die spannende momenten dat ik met zo’n bloedbelangrijk papiertje naar m’n oma ging en daar dan een gouden cent voor kreeg. Die vijf gulden was toen niet alleen een gigantische beloning voor het harde werken, het gaf me tevens een soort signaal dat ik op de juiste weg zat. En dat ik het ergens voor deed. Zonde eigenlijk dat die manier van checken in de loop van de volwassenheid volledig naar de achtergrond verdwenen is. Want af en toe de balans opmaken is helemaal zo slecht nog niet denk ik. Maar dan wél op een deugdelijke manier. En dat vind ik best pittig.

Alles komt uiteindelijk met bepaalde concessies en ik scoor liever op verschillende fronten een redelijk cijfer, dan knetterhoog bij één ding.

In een tijd waar de fictieve en perfecte wereld op social media tot ware kunstvorm is verheven, vergelijk ik mijn eigen doen en laten namelijk vooral met dat van anderen. Hoe ik zelf in het leven sta of welke prestaties ik aflever zijn ineens minder relevant, ik stel alleen nog maar vragen als ‘die heeft dat wel en waarom ik niet?’ of ‘hoezo is het gras altijd groener bij die en die en die?’, terwijl je daarbij nóóit het hele plaatje ziet. Ondanks de jaloersmakende wensen die ik zie langskomen en zelf óók graag zou willen, is de schaduwzijde daarvan vaak níet te bekijken. Zo kan ik mezelf enorm spiegelen aan iemand met bijvoorbeeld een topcarrière, terwijl ik werkelijk geen flauw idee heb welke offers daar allemaal bij zijn komen kijken. En misschien is het rapportcijfer werktechnisch dan wel een acht of een negen, maar komt de huishouding op een dikke onvoldoende uit. Ik bekijk dan dus een stukje, maar match die situatie aansluitend honderd procent op mezelf. En dáár gaat het behoorlijk scheef. Want wíl ik tachtig uur per week werken en vervolgens overal maar een beetje zijn? Natuurlijk niet, ik heb andere keuzes gemaakt in m’n doen en laten. Alles komt uiteindelijk met bepaalde concessies en ik scoor liever op verschillende fronten een redelijk cijfer, dan knetterhoog bij één ding. Behalve met rekenen wellicht, dat kan me -net als vroeger- nog steeds gestolen worden. Niet erg ook, want je kan nimmer overal in uitblinken.

De enige wedstrijd die je rent is met jezelf. Het maakt niet uit wie of wat er eerder aan de finish verschijnt, als je er maar komt.

De enige wedstrijd die je rent is met jezelf. Het maakt niet uit wie of wat er eerder aan de finish verschijnt, áls je er maar komt. In dat competitieve brein van mij gaat dat regelmatig mis. Nog steeds gesterkt door een oergevoel om zo’n gouden cent te verdienen en te zorgen dat ‘men’ trots op me kan zijn, wil ik álles en het liefst ook meteen. Daardoor loop ik niet in zeven, maar soms wel zeventig sloten tegelijk. En kan ik daardoor de belangrijkste dingen uit het oog verliezen. Zoals wat mijn liefje op dagelijkse basis meemaakt op z’n werk of hoe bizar goed Het Kind in no-time heeft leren schrijven terwijl ik niet oplette. Compleet gemist door mijn eigen onrealistische stappenplan. En ook de kleine geluksmomentjes verdwijnen compléét naar de achtergrond. Een vers bakje koffie of genieten van je heerlijke bed verliezen hun glans als je altijd maar verder kijkt naar méér, méér en nog meer.

Vroeger kladderde de meester of juf steeds nieuwe inzichten op het bestaande rapport. Zo kreeg je dan in de lente te horen wat er verbeterd was sinds de kerstvakantie. Overzichtelijk en verhelderend. Een tactiek die ik per direct bij mezelf ook weer ga herintroduceren. Klaar met het beoordelen van m’n huzarenstukje op basis van anderen, maar juist op je éigen progressie. Hoe goed je bezig bent of welke stappen je allemaal hebt gezet, ontdek je enkel en alleen als je het vergelijkt met oud gedrag. Van jezelf dus. En dan weet je ook meteen wat de verbeterpunten zijn, waar je energie van krijgt en welke ballast je misschien overboord moet gooien om tóch sneller vooruit te komen in het bestaan. En dat zijn de statistieken waar het om draait. Niet de weegschaal of dat meetlint rondom je buik: objectief kijken naar de ontwikkeling van je eigen lichaam. Maar ook ophouden met Funda afstruinen om te ontdekken welke mooiere paleisjes er -natuurlijk altijd- out there zijn en niet meer verwachten dat je geluksgevoel elke dag een tien moet opleveren, een zes mag soms óók. Of een twee. Accepteren dat sommige dingen zijn zoals ze zijn, blijven werken aan jezelf en streven naar een hoger gemiddelde. En na dat investeren in m’n eigen persoontje ten slotte wél zorgen voor een passende beloning. Geen gouden cent meer, ik dénk dat het iets van een willekeurige vreetschuur gaat worden. Dat is dé ultieme motivatie in mijn geval, want ik kan nú al niet wachten.

Illustraties: Studio Zaterdag

2 reacties

Sjieke Spam

Een vorstelijke behandeling krijgen als lezer? Dat kan! Schrijf je in en ontvang direct een mailtje als een nieuwe column het levenslicht heeft gezien...

Koninklijk Archief