Handen in het Haar.

H
De verschillen tussen mannen en vrouwen zijn eindeloos. En al zou ik het af en toe wel echt ge-wel-dig vinden om helemaal los te kunnen gaan met eyeliner en foundation of zou ik waarschijnlijk heel goed zijn in rondparaderen op pumps, ik ben vooral heel blij om een mannetje te zijn. Op dat ene dingetje na dan, mannen worden kaal. Dat is nou eenmaal zo en dat is prima, maar waar sommigen er pas na hun vijftigste mee te maken krijgen is het voor een kwart van de mannen al na de twintigste verjaardag zo ver. Daar ben ik er helaas één van. En daar heb ik moeite mee.

Het valt steeds meer op, die terugtrekkende haarlijn van mij. Een fotogeniek kind hebben is namelijk superleuk, maar je staat zelf toch ook redelijk vaak op die kiekjes. En elke keer ben ik weer verbaasd als ik bij mezelf niet meer die wilde haren van weleer terugzie, maar een soort besnorde bowlingbal. Waar met haarlak nog verwoede pogingen gedaan zijn om er iets van te maken. Onzin natuurlijk, want als ik alleen onder de douche mijn haar naar achter trek en in de spiegel kijk zie ik vaak genoeg de bittere waarheid voor me, tot halverwege mijn schedel is eigenlijk alleen nog maar dor gras te vinden. Oneerlijk vind ik het.

Eigenlijk is het ook gewoon een vies woord: haarverlies. Het insinueert dat je iets kwijt bent geraakt wat je altijd had en wat je dus kunt missen. Waarvan je dan weer verdrietig en somber kan worden. Wat ik daar ook door ben. Want natuurlijk weet ik ook wel dat het oppervlakkigheid in zijn puurste vorm is, er zijn genoeg andere wereldse zaken om je druk over te maken, het voelt alsof er steeds een klein beetje meer van mezelf verdwijnt.

Gelukkig ben ik een nuchtere Hollandse polderjongen en weet ik het het extreme ontkennings- en camouflagegedrag een houdbaarheidsdatum heeft. Als dat moment komt ga ik me niet verlagen tot extreem dure haartransplantaties of dubieuze wondermiddeltjes. Ik pak die kale knars bij de kloten en ga voor de hippe tondeusesnit, met stevige baard. Dat zou niet de eerste keer zijn trouwens, maar misschien moet ik me er nu maar eens definitief bij neerleggen. Mijn kapsel identificeert me namelijk niet als mens. Daarnaast zie ik misschien minder van mezelf bij mezelf terug, maar ik zie des te meer van mezelf terug bij mijn zoontje. En dat is stiekem toch veel meer waard.

Plaats reactie

De Archiefkast