Mannenharten.

M

Het is op de kop af 3795 dagen geleden dat mijn echtgenoot en ik elkaar voor de allereerste keer in de ogen keken. Ik wist echt metéén dat het foute boel was, want dit type zou er wel eens voor kunnen zorgen dat ik mijn ogenschijnlijk fluitende en vrije leventje vaarwel moest zeggen. Iets met de ware liefde gevonden hebben. Of mijn beste vriend. Hoewel, in dat laatste geloofde ik niet. Als ultieme hokjesdenker vond ik dat iemand óf een collega is, óf een vriend. En ook óf een familielid óf een vriend. Logisch genoeg was Silas dus gewoon ineens mijn liefje, wat nou gezeik over beste vriend? Dat is iets totáál anders. Dacht ik toen.

Ik denk dat mijn liefje óók m’n allerbeste vriend is. En van die gedachte kan ik oprecht tintelen van warmte en blijdschap. Het bestaat!

Inmiddels ben ik wat beter (en vooral ook meer) gaan nadenken over mijn theorieën van weleer. Wellicht stond ik er toen zo resoluut in omdat ik niet dacht tien jaar later nog met dezelfde man te zijn als op die bewuste dag in september 2010 (ultieme verlatingsangst kom er maar in) of misschien omdat ik niet had kunnen voorzien (stukje bindingsangst) hoe het is om zó enorm jezelf te kunnen zijn bij iemand anders en dat diegene ondanks alle gebreken en scheurtjes nog steeds van je blijft houden. Of beter nog: m’n liefje wil blijven. Bij mij. Er zijn weinig vrienden waar ik datzelfde van kan zeggen, terwijl ik die toch zorgvuldig op allerlei gronden geselecteerd heb. Terwijl Silas er eigenlijk ineens gewoon was. En waar ik verliefd op werd. Of nou ja, waar ik mezelf verliefd op liet wórden. Want verliefdheid is een keuze als je het mij vraagt. Enfin, ik dwaal af: tijd om die inschattingsfout van toen hierbij openlijk toe te geven. Ik denk dat Hij (niet God, maar mijn echtgenoot uiteraard) óók m’n allerbeste vriend is. En van die gedachte kan ik oprecht tintelen van warmte en blijdschap. Het bestaat!

Oké wacht, voor je nu richting de keuken bent gelopen om een teiltje erbij te pakken. Niet nodig. Ons leven samen is allesbehalve geschikt voor de Hallmark Movie of the Week en van een gemiddelde tegeltjeswijsheid over de liefde komt míj́n maaltijd spontaan weer naar boven. Maar met pieken en dalen hebben we wél een soort modus gevonden waardoor het blijkbaar werkt. Van twee mensen die elkaar vonden en ons uit angst aan elkaar vastklampten, tot een stel dat weet wat ie aan de ander heeft en wat er ook moge gebeuren: we gaan elkaar niet verlaten. Enerzijds omdat ik ontiegelijk veel van hem houd, maar ook: pfft, dat daten klinkt als zo’n énorm gedoe. En ik ben al bijna veertig. Wat dat betreft valt er echt wel iets voor te zeggen om een relatie te laten werken en niet naar iets beters op zoek te gaan. Want dat is er op het oog misschien wel te vinden, uiteindelijk kom je toch altijd weer met wie dan ook op hetzelfde punt terecht. Denk ik. Dus kloppen onze mannenharten wat mij betreft liefdevol met af en toe een enorme piekbelasting voor elkaar door.

Als ik iemand dan tóch als ware liefde en beste vriend heb gebombardeerd, laat ik hem dan ook een groter deel van mezelf geven.

Tegelijkertijd vind ik óók dat sommige dingen in onze relatie wel meer zouden mogen worden zoals die suikerzoete liefdesfilms en series. Zo gedraag ik me na ruim tien jaar nog steeds te vaak als een hond. Die reikhalzend uitkijkt naar de thuiskomst van manlief, maar óók op het tapijt schijt daarna. Die enorm veel aandacht vraagt voor de meest onzinnige dingen zonder er iets van betekenis voor terug te doen. Die hoe ver je de stok ook gooit, ophalen ga ik het ding niet (lees: het huishouden). En die soms geaaid wil worden, maar uiteindelijk vooral enorm hard kan blaffen. Ter compensatie ben ik dan wél weer redelijk lief op m’n goede momenten en is trouw één van mijn belangrijkste eigenschappen. Woef! ‘Gelijkwaardigheid omhoog zien te krikken’ staat wat mij betreft dan ook hoog op het prioriteitenlijstje. Als ik iemand dan tóch als ware liefde en beste vriend heb gebombardeerd, laat ik hem dan ook een groter deel van mezelf geven. Liefde is per slot van rekening een werkwoord (tóch een clichématig tegeltje ingezet, excuus).

Ik vind het fantastisch om hem langzaam ouder te zien worden. Met meer grijze haren, maar met een steeds toenemende mate aan mannelijkheid die ik enorm kan waarderen.

Ik wil dat we het beter doen en dat we liever voor elkaar zijn, juist omdat ik bejaard wil worden met deze man. Vind het fantastisch om hem langzaam ouder te zien worden. Met meer grijze haren, maar met een steeds toenemende mate aan mannelijkheid die ik enorm kan waarderen. Wat dat betreft is het óók wel fijn dat we maar gewoon bij elkaar blijven, dat aftakelen is toch best wel een toestand. En eigenlijk maakt het me natuurlijk ook helemaal niet uit hoe verlept en rimpelig we ooit tegenover elkaar aan de ontbijttafel zitten, zo lang zijn glimlach maar blijft zoals ie nu is. Want Silas is één van de grappigste mensen die ik ooit heb ontmoet. Grappiger dan ik. Sterker nog: ik steel vaak dingen van hem. Als een soort Eric-fluisteraar fungeert ie dan. En gebruik ik -zonder dat ie dat trouwens weet- zíj́n snelle tongval en gevatheid met taal in m’n dagelijkse conversaties.

Het enige waar ik dan wél enorm tegen op kan zien in bovenstaande scenario is het feit dat er uiteindelijk -mochten we niet samen neerstorten met een vliegtuig of veel te hard tegen de vangrail botsen- maar één van ons overblijft. Want hoewel ik soms nog steeds moord en brand schreeuw hoe graag ik alleen wil zijn, is dat stiekem allang niet meer wat ik het allerliefste wens. Maar ja, stel je nou toch voor dat ik kanker krijg en een pijnlijke dood sterf, dat moet Hij dan allemaal maar aanzien. Of omgekeerd. Ook dát gedeelte hoort bij de liefde, weet ik, maar liever gewoon niet. En als het dan tóch moet, laat mij dan maar als eerste het loodje leggen. Ik verdwijn in m’n uppie namelijk vrijwel direct achter de geraniums om er voor eeuwig te blijven. In Silas zie ik meer potentie als de eeuwig jeugdig ogende weduwnaar die getroost dient te worden. Maar eigenlijk wil ik vooral koste wat kost voorkomen dat ik op zijn uitvaart degene ben die de woorden ‘hier ligt mijn beste vriend’ uit m’n strot moet persen. Dat het de waarheid is, neem ik liever mee het graf in.

Illustraties: Studio Zaterdag

6 reacties

Sjieke Spam

Een vorstelijke behandeling krijgen als lezer? Dat kan! Schrijf je in en ontvang direct een mailtje als een nieuwe column het levenslicht heeft gezien...

Koninklijk Archief