Leesluiheid.

L

Er was tijdens de zwangerschap van ons kleine wondertje in 2014 over een flink aantal onderwerpen een aardige discussie. Wilden we het geslacht weten (eh, ja!), voor welke kleuren gingen we op z’n kamertje (geen blauw!) en waar zouden we gaan wonen om ‘m een zo onbezorgd mogelijke jeugd te geven (níet in de stad!)… Over één ding waren we het bizar genoeg sneller eens dan ooit: Stach. De hoofdpersoon uit ‘t boek De Koning van Katoren en toen manlief en ik de bijbehorende film zagen wisten we dát zeker: mochten we gezegend worden met een zoon, dan moest en zou dat z’n naam worden. Niet alleen lekker in het gehoor, ook gewoon krachtig. En mooi. Zo geschiedde en dus loopt ‘onze’ Stach nu al ruim zes jaar zijn vrolijke zelf te zijn op deze gekke aardbol. En blijkt in de praktijk dat we wellicht niet álle keuzes even goed gemaakt hebben, die Stach was een gouden greep.

De laatste taak die ik na het bedritueel elke dag dien te voltooien is, behalve een flinke kus en een knuffel uitdelen, een nog flinkere stapel boeken op zoonlief z’n dekens te deponeren.

Want met een naam die toch ‘n vitaal onderdeel is van de Nederlandse literatuur, zou het enorm fijn zijn als dat kleine aapje enigszins van lezen houdt. Dat is met talloze invloeden van Netflix, Netflix en Netflix een behoorlijk pittige opgave anno 2021, maar het is ons gelukt. Stach weigert te gaan slapen voordat er een flink aantal bladzijdes uit een daadwerkelijk boek (je weet wel, met papier en een kaft) gelezen zijn en hij doet er al járen alles aan om zo snel mogelijk zelf te kunnen begrijpen wat die wirwar aan letters bij elkaar zou moeten betekenen. De laatste taak die ik na het bedritueel elke dag dien te voltooien is behalve een flinke kus en een knuffel uitdelen, een nog flinkere stapel boeken op zoonlief z’n dekens te deponeren. Om ze vervolgens als ik zelf ga slapen links en rechts weer bij elkaar te grissen. Dat er een heus magazine over jeugdboeken met de naam STACH is verschenen, maakt het cirkeltje dan ook heerlijk rond. Wat mij betreft had Stach (onze dus weer) op de cover van het eerste nummer moeten staan. Of als postermodel in het midden. Of heus als vaste kindercolumnist betrokken kunnen worden. Of beter nog: dat allemaal.

In heel veel huishoudens zie je het gebeuren: bij een verhuizing of voorjaarsschoonmaak verdwijnt het ene puntgave en ongehavende boek na het andere in een doos. Dichtgeplakt met dikke tape om ergens in een donker verdomhoekje te verdwijnen. Eeuwig zonde, want die dingen moeten eigenlijk kapotgelezen en vol scheuren en vouwen overgaan naar de volgende generatie of een familielid. Ik kan nog steeds in een enorme jubelstemming raken als zoonlief één van mijn vergeelde en stoffige kinderboeken uit de kast pakt en er vluchtig mee aan de haal gaat. Ook Stach heeft nu al door dat er geen oppervlakkig en eendimensionaal computerspelletje of tekenfilm op kan tegen de rijke en wilde wereld die je zelf in je hoofd kan creëren met een beetje hulp.

Ere wie ere toekomt, het is uiteindelijk aan mijn echtgenoot te danken dat niet alleen onze zoon de kracht van de knisperende blaadjes heeft gevonden, hij heeft ook mij hoogstpersoonlijk ontdaan van een redelijk diepgewortelde leesluiheid. Het type koppensnellen en korte artikeltjes lezen, daar was ik -tot mijn enorme spijt- als volwassene inmiddels in veranderd. Maar ik vond de literatuurliefde terug en zeker niet als enige. Meer mensen hebben zich afgelopen jaar weten te herpakken, want tijdens de coronacrisis lezen we meer dan ooit. Een stijging van 3,7 procent met het jaar daarvoor en dat staat dan weer voor 41,2 miljoen verkochte exemplaren in 2020. Ik houd van dat soort cijfertjes. En van mijn teerbeminde overigens ook. Dus omdat ik met manlief een soort bibliotheek op benen in huis heb gehaald, was ik ook snel weer verknocht aan die oude liefde.

De bibliotheek waar ik altijd kind aan huis was fietste ik ineens strak voorbij tijdens mijn zoektocht naar de zoveelste dertien-in-dozijn-film bij de vintage videotheek.

Gek eigenlijk dat een mens zo makkelijk leeslui kan worden, want toen ik begin jaren negentig zelf de boekenwurm uithing, dacht ik altijd dat ik nooit lang genoeg zou leven om alle interessante boeken te kunnen verslinden voor m’n dood. Onwijs dramatisch gedacht en uiteindelijk ook gewoon verspilde hoop want op het moment dat de televisie z’n intrede deed op mijn eigen kamertje was ik hopeloos verloren. Niks fantasiewereld en je eigen beeld bij een verhaal verzinnen, de voorgekauwde troep op de beeldbuis werd m’n nieuwe standaard. De bibliotheek waar ik altijd kind aan huis was fietste ik ineens strak voorbij tijdens mijn zoektocht naar de zoveelste dertien-in-dozijn-film bij de vintage videotheek.

Zo’n vijfentwintig jaar later is de liefde voor het aloude boek gelukkig weer in ere hersteld. Er zijn namelijk weinig dingen die je zó enorm bij elkaar brengen dan een goed verhaal. Zelfs het voorlezen van de Donald Duck is tegenwoordig een waar avontuur: zoonlief kruipt intens dicht bij me op de bank en op dat moment bestaat er eigenlijk niets anders dan wij tweetjes. En Duckstad natuurlijk. De verhaaltjes voor het slapengaan zijn overigens pas het échte hoogtepunt van de dag geworden. Zo spannend mogelijk iets proberen voor te lezen, terwijl ik Stach met open mond hoor luisteren en ondertussen mijn lichaam compleet tot rust voel komen door zijn ademhaling op m’n borstkas. Ik kan dat kleine muisje niet voor álle fouten in zijn leven behoeden helaas, maar ga er hoe dan ook wél alles aan doen om ‘m zo lang mogelijk een boekenwurm te laten zijn. Dat gelukzalige gevoel gun ik niet alleen hem, maar stiekem vooral mezelf óók enorm.

Illustraties: Studio Zaterdag

4 reacties

Sjieke Spam

Een vorstelijke behandeling krijgen als lezer? Dat kan! Schrijf je in en ontvang direct een mailtje als een nieuwe column het levenslicht heeft gezien...

Koninklijk Archief