Laten Leven.

L

Pling! Wie had ooit kunnen denken dat een simpel geluidje ongeveer mijn hele leven zou bepalen. Een appje, een mailtje, een pushbericht of een like zorgen ervoor dat ik zo’n zestien uur per dag afgeleid ben van de zaken die zich voor mijn neus afspelen. En hoewel ik steeds weer de illusie heb om maar een fractie naar m’n stomme iPhone te gaan staren, moet datgene waar ik mee bezig ben altíj́d wijken voor de in basis fantastische uitvinding, om er na minimaal een half uur hersenloos scrollen pas naar terug te keren. Een vlieger die overigens óók opgaat voor mijn MacBook, daar is het niet veel beter. YouTube, Facebook, Twitter en Instagram sleuren me net zo lang mee in hun wervelende wereld tot ik vervolgens in gillende paniek het huis verlaat omdat ik de tijd ben vergeten. Werkelijk álles is altijd en overal toegankelijk geworden. Behalve mijn hoofd, dat steeds vaker onbereikbaar is.

Werkelijk álles is altijd en overal toegankelijk geworden. Behalve mijn hoofd, dat steeds vaker onbereikbaar is.

Mijn hersenen zijn helaas pindakaas niet gemaakt om meerdere dingen tegelijk te doen, dus dat enorme trendy multitasken was altijd al een gigantische uitdaging voor me. En omdat daardoor mijn aandachtsspanne is gezakt tot onder het niveau van dat van een goudvis, besloot ik de zaken -extreem als ik soms kan zijn- grondig aan te pakken. Ik heb een tweede telefoon genomen, de nummer één onder de bejaarden: zo’n ouderwetse Nokia fliptelefoon waar Paris Hilton in de jaren negentig verschrikkelijk beroemd mee geworden is. Bellen en sms’en kan je daar nog mee, verder vrijwel niets. Bloedsaai, het ding is dan ook alléén voor noodgevallen zodat manlief me nog kan bereiken als ik weer eens twee uur op zoek ga naar mezelf in het bos. Waarbij ik tegenwoordig dus géén podcasts luister of de ene na de andere nieuwssite doorspit op een schermpje, terwijl ik de beeldschone natuur alleen ervaar als ik door de talloze digitale duizelingen van de weg raak. Mijn impulsverspreidende smartphone heeft op dat soort momenten een enkeltje uitknop te pakken. Ik heb dan officieel en onherroepelijk offtijd, zoals dit unicum ontzettend feestelijk is gedoopt. Zonder slingers en ballonnen welteverstaan, want ik vind het hemeltergend eng. Als ik ervan zou kunnen gaan schuimbekken, deed ik het waarschijnlijk. Verslavingsgevoelige junk die ik ben.

Maar ik zet stug door en dus niet alleen de buitenactiviteiten ga ik tegenwoordig iPhoneloos aan, de offlineblokken die ik heb ingebouwd in m’n agenda gelden óók als ik tijdens andere situaties in deze alsmaar voortdurende coronacrisis werkelijk geen reet te doen heb. Daardoor is de file weer gewoon alleen de file, het ontbijt als vanouds tweerichtingsverkeer en verras ik het kassameisje bij de plaatselijke Albert Heijn sporadisch met een heus gesprek in plaats van een twee seconden durende koude blik als ik even opkijk om mijn Bonuskaart te scannen.  Door me bij tijd en wijle namelijk eens ordinair te vervelen dwalen mijn gedachten af en kom ik weer nostalgisch op creatieve ideetjes. Af en toe helemaal níets doen, ik was bijna vergeten hoe verschrikkelijk fijn en belangrijk dat ook alweer kon zijn.

En dan nog iets: ook mijn ultieme hokjesgeest is buitengewoon in z’n nopjes met deze hervonden way of life. Ik ben een voorstander van het totáál gescheiden houden van al mijn werelden. Vrienden zijn vrienden, familie is familie, collega’s zijn collega’s en ga zo maar door. Maar door de komst van WhatsApp en andere chatprogramma’s is het café niet meer de enige plek voor goede gesprekken met m’n bestie. En hangen in de kantine onder het genot van een klef kaasbroodje met die ene gabber van kantoor is óók al niet meer speciaal. Via de smartphone lopen alle verschillende levensdomeinen kriskras door elkaar. Werk, privé, vriendschappen, de buren, de sportclub en zo kan ik nog wel even doorgaan. Ik krijg daar ruis van in m’n hoofd. En ik heb een mededeling voor je: dat koppie heeft op dagelijkse basis al genoeg te verwerken en dus absoluut geen zin in ruis. De drempel om tóch nog snel een berichtje te sturen is gigantisch laag, terwijl het meestal best kan wachten tot de volgende ochtend. Heb je elkaar nog meer te vertellen ook. Het helpt dan overigens wél als de andere kant van de lijn rustig afwacht tot je klaar bent om te antwoorden, zonder dat de geïrriteerde berichtjes zich opstapelen als je niet binnen tien minuten reageert. Inclusief bijpassende emoji’s. 😤😡

Recht op onbereikbaarheid noemen ze dat in Frankrijk trouwens officieel. Daar is sinds 2017 vastgelegd in de wet dat je als werknemer volledig offline mag zijn buiten kantooruren. De overheid vond de verbazingwekkend stijgende aantallen burn-outs, slapeloosheidsklachten en relatieproblemen onder de Fransmannen en Françaises welletjes en kwam met de extreme maatregel op de proppen. Niet alleen een prima voorbeeld voor ons kaaskoppen, wat mij betreft mag ie dus een stuk verder gaan dan alleen zakelijke contacten.

En ik geef toe, het is makkelijk praten voor mij hoor. Als rechtgeaarde huismuis, kluizenaar, bankhanger of welk naampje je er dan ook aan zou willen geven, bang om een nieuwtje, feestje of borrel te missen was ik al nooit. FOMO is voor een utopie. Wat dat betreft zou ik me eerder aanmelden bij de stroming JOMO: Joy of Missing Out. Maar qua telefoon hield ik dat ding ondanks m’n toenemende desinteresse toch nog steeds elke seconde van de dag in de gaten. Door nu van tijd tot tijd offline te zijn merk ik pas echt dat je eigenlijk totaal niks belangrijks verliest, sterker nog: de uren die ervoor terugkomen gelden als pure winst. En hoewel dit zich op de korte termijn nog niet in klinkende munten heeft uitbetaald, heb ik wel het idee dat mijn aandeel op de effectenbeurs van het dagelijks leven behoorlijk is gestegen. En daar kan echt geen pushbericht tegenop.

Illustraties: Studio Zaterdag

 

Plaats reactie

Sjieke Spam

Een vorstelijke behandeling krijgen als lezer? Dat kan! Schrijf je in en ontvang direct een mailtje als een nieuwe column het levenslicht heeft gezien...

Koninklijk Archief