Langs de Lijn.

L

Ik ben al zo’n tien jaar journalist. En in die tien jaar heb ik een aantal specialiteiten ontwikkeld. Verhalen over mensen, het sappige shownieuws en sinds de geboorte van onze kleine man vind ik ook het schrijven over ouderschap en alle ellende, maar vooral de vreugde die dat met zich meebrengt, fantastisch om te doen. Sportjournalistiek heeft me echter nooit getrokken. En niet omdat ik tijdens mijn hele schooltijd als allerlaatste werd gekozen tijdens gymles of dat ik zelfs de wandeltocht van de bank naar de koelkast soms al te ver vind, het is de dynamiek van supporters waar ik nooit aan zal wennen, vanavond werd ik weer keihard met mijn neus op die feiten gedrukt.

Want ik was op uitnodiging van mijn zwager aanwezig bij PSV-De Graafschap. In Eindhoven dus. Live. Voor de achtergrond van dit verhaal moet je weten dat hij diehard aanhanger van PSV is en ik ietsje minder diehard van De Graafschap. Ik ben geboren en getogen in Doetinchem, maar als ik een willekeurige speler van De Graafschap tegen zou komen in de Jumbo zou ik in staat zijn om ‘m te vragen waar ik de kookroom kan vinden. Of de spekblokjes. Met andere woorden: I couldn’t care less. Maar in zo’n voetbalstadion kan je dat natuurlijk niet laten merken, dan is er niets zo belangrijk als wat er zich in de 90 minuten die volgen voor je neus af gaat spelen. En terwijl iedereen als een stelletje dooien non-stop naar dat veld staart, kijk ik vooral om me heen. Dat vuur in die ogen, de passie als er gescoord dreigt te worden en het intense verdriet als een geweldige aanval niet tot een doelpunt leidt. Als er uiteindelijk na ruim een kwartier eindelijk dan toch een bal dat net in gaat steken zo’n honderd mannen links en rechts om me heen synchroon een sigaret op. Ik weet op zo’n moment dan niet of ik moet huilen of moet lachen.

Tussen de 30.000 supporters van PSV, zijn de ongeveer 25 afgereisde Superboeren en ik de paria’s van het gezelschap. Bij het eerste doelpunt van De Graafschap krijg ik nog een semi-enthousiast lachje van iemand van de harde kern toegeworpen, maar als daarna een tweede tegendoelpunt valt heb ik het idee dat ik binnen afzienbare tijd op de middenstip terecht ga komen. Gespiesd uiteraard. Maar ja, dan scoort PSV weer een keertje en alles is vergeten en vergeven. En dat is dus precies mijn probleem met de sport. Het kan vriezen of dooien, maar er is nooit een tussenweg. Het ene moment gaat het vol trots en liefde over hun ‘ploegje’, een minuut later is het een uitzichtloze missie en moet het hele team dood. Vermoeiend. Om nog maar te zwijgen over elke vorm van klasse, het lijkt alsof die bij de toegangspoortjes van het stadion achtergelaten is. De avond eindigt uiteindelijk in een 4-2 overwinning voor PSV, maar ik vind De Graafschap en mijzelf stiekem de morele winnaars.

Plaats reactie