Kijk, een Koe!

K

Stel je voor: één van de laatste zomerse dagen in september. Met zoonlief vertrek ik naar de plaatselijke ijssalon bij het water (ja, dat is zo’n vijfentwintig minuten fietsen) voor een niet te versmaden Smurfenijsje. Nadat het ding binnen een mum van tijd is verorberd vind ik het wel weer tijd om naar huis te gaan, maar dáár wil Het Kind niets van weten. Hij zou het wel enorm leuk vinden om nog even met papa te voetballen. Ik weet niet wat ik erger vind: het laten trekken van een kies zonder verdoving of achter zo’n balletje aanrennen zonder reden, maar ik ben een keer de beroerdste niet en doe mee. Na twintig minuten rennen, springen en trappen vind ik het welletjes en is het feest voorbij. Eenmaal bij de fiets kom ik tot de schokkende ontdekking dat er naast veel zweet erbij, er óók iets weg is: mijn iPhone. Ergens tijdens de onwijs heteronormatieve bezigheid kwijtgeraakt. Een zoekactie levert niets op, zelfs úren later niet met hulp van zo’n beetje de hele buurt. En hoewel de app Find my iPhone heet, levert ie opvallend weinig resultaat. Dus ik geef op: pak een oude telefoon uit de la en neem definitief afscheid van mijn lieveling.

Bekenden tegenkomen die je al sinds de kindertijd kent, dat is zó enorm Dawson’s Creek, daar ga ik goed op.

Ruim drie weken later. Van vrienden, kennissen, juffen en totale vreemden krijg ik massaal dezelfde foto toegestuurd: mijn zoekgeraakte iPhone met duidelijk herkenbaar zoonlief als wallpaper. Afgeleverd bij het plaatselijke politiebureau. Alsof ik een fata morgana heb gezien, knipper ik een paar keer met m’n ogen. Want dit kán gewoon niet. In Amsterdam had het ding al binnen een half uur op de Dappermarkt gelegen, maar in de Achterhoek heb je dus nog gewoon de kans om ‘m terug te krijgen. Daar heeft íemand de moeite genomen om mijn telefoon niet gewoon te stelen, maar ‘m óók nog eens willen inleveren op het bureau. En heb ik mijn iPhone terug, met nog niet één krasje erop. Het is meteen het perfecte voorbeeld wáárom ik het zo heerlijk heb op het platteland en ook met gierende banden ben teruggekeerd naar mijn ‘thuisland’ een paar jaar geleden. Maar er zijn meer redenen, ik geef je er vijf.

1.) Er is hier werkelijk geen reet te doen

Oké, er is één keer per jaar de avondvierdaagse, de volksfeesten en de intocht van Sinterklaas. Maar op een gemiddelde dag is hier werkelijk níets te beleven. Behalve het luisteren naar het geluid van de wind door de bladeren in de vele bomen wellicht. Fear of missing out komt overigens niet in mijn woordenboek voor. Hier vált niks te missen en ik haat drukte. Maar echt: háát.

2.) Het is hier overal groen

Je moet er van houden, maar zo’n beetje elke stap die ik uit mijn huis zet, eindigt in groen. Of het nou een bos is, een schattig riviertje of een natuurtuin. En ook leuk voor de kinderen: paarden en koeien zijn hier gewoon nog in het wild te spotten. In overvloed zelfs, heb je geen Google Images voor nodig.

3.) Openbaar vervoer bestaat hier nauwelijks

Tractoren zie je vaak, meestal met aardappelen of mest erin. Af en toe een verdwaalde vrachtwagen of die ene bus, maar over het algemeen is openbaar vervoer hier totáál afwezig en overbodig. En omdat je toch echt moet eten doe je dus zo’n beetje alles met de fiets. Regen of geen regen. O, had ik trouwens al gezegd dat Thuisbezorgd.nl hier ook niet bestaat? Dat was ooit even reden voor paniek, inmiddels weet ik niet beter. En dát geeft rust.

4.) Het is hier altijd stil

Eens de gelegenheid om jezelf te horen nadenken? Kom naar de Achterhoek. Niks auto’s, rijdende trams of gillende kinderen: hier in het dorp is het stil. Gewoon altijd. Behalve het geluid van een krijsende vogel zo nu en dan. Onbetaalbaar. Nu mijn gedachten nog rustig zien te krijgen, maar dat is een detail.

5.) Ons kent ons

Naar buiten gaan in een verlepte slobbertrui, ongewassen haar en trainingsbroek? Geen haan die er naar kraait. Maar als er wél een keer stront aan de knikker is, staat de hele buurt voor je klaar. Zelfs voor een mensenhater zoals ik levert dat een warm gevoel op. Net zoals een babbeltje bij de bakker, zelfs dát is hier best goed te doen. En bekenden tegenkomen die je al sinds de kindertijd kent, dat is zó enorm Dawson’s Creek, daar ga ik goed op.

Voorlopig heb ik het nog best naar mijn zin in de tv-wereld, maar áls ik mezelf ooit ga omscholen dan staat het beroep al vast. Lekker eentje die met uitsterven bedreigd is ook nog eens: boer. Vroeg opstaan, hard werken, hele dagen doorbrengen in de natuur, altijd verse melk. En als klap op de vuurpijl: ergens in een boerderij wonen zonder buren of mensen om je heen. Waar kan ik tekenen? Ik hang de roze overall vast klaar. En dan uiteindelijk sterven in het harnas. Zie het al helemaal voor me.

Illustratie: Studio Zaterdag

 

 

 

 

Plaats reactie

De Archiefkast