Keukenprins Eric.

K

Er is inmiddels een hele generatie opgegroeid die níet weet dat er midden jaren negentig van de ene op de andere dag ronde plastic schijfjes met afbeeldingen van tekenfilmfiguren zoals Bugs Bunny en Daffy Duck erop in talloze zakken chips opdoken om te sparen. Deze zogenaamde Flippo’s werden direct een gigantische rage en zo’n beetje ieder kind wilde zijn of haar collectie zo snel mogelijk compleet hebben. Inclusief de Eric van een jaartje of elf/twaalf jaar oud. En ik nam dat soort dingen nooit licht op, het was alles of niets. Dus steeds bij het uitkomen van een nieuwe reeks van die krengen, kocht ik zo’n beetje de halve Albert Heijn leeg om vervolgens met tientallen aangebroken zakken naturel, paprika en weet ik wat allemaal nog meer voor smaken chips onder mijn bed te eindigen. Miste er daarna nog steeds Flippo’s? Dan begon het hele circus opnieuw. Keer op keer op keer. En die voorraden chips schoof ik in de tussentijd zó enorm snel naar binnen, dat ik af en toe nog wakker schrik van de gedachte aan die verschrikkelijke Cheetos Frites en hoe ze letterlijk mijn neus uitkwamen. In 1997 verdween de hype na een paar laatste stuiptrekkingen weer net zo snel als ie begon. Maar van m’n inmiddels behoorlijk opgebouwde speklaagje aan chipskilo’s en de helemaal gratis verworven verstoorde verhouding met eten verliep het afscheid toch minder gezwind.

De interne oorlog die in mijn brein gaande was, had het alleen door ‘t leven willen stappen tot een natuurlijke staat van zijn gebombardeerd.

In principe heb ik me altijd al een buitenstaander gevoeld, toen ook. Maar ik legde me daar heus niet zo maar bij neer en deed er van alles aan om ergens bij te horen. Tevergeefs. De interne oorlog die in mijn brein gaande was, had het alleen door ‘t leven willen stappen tot een natuurlijke staat van zijn gebombardeerd. Aan de buitenkant was ik sociaal en aardig, maar zocht ik vooral aansluiting op mijn eigen voorwaarden. Ondertussen probeerde ik dat diepe gevoel van eenzaamheid te neutraliseren. Met het enige wapen dat in die tijd voor handen was: vreten. De scheepsladingen junkfood, chocolade en taart zorgden er met verve voor dat ik even niet dacht aan mijn negatieve zelfbeeld en het gebrek aan zelfvertrouwen en eigenwaarde. Emoties als schaamte, schuld, onzekerheid en angst bestonden niet als ik de zoveelste doos Bossche Bollen in drie happen en zonder er ook maar één seconde van te genieten naar binnen harkte. Bang om te falen, bang om niet goed genoeg te zijn en bang om verantwoordelijkheden te nemen. Dus wilde ik niets liever dan controle, die vond ik in voeding. Daar was ík de baas over. En nog beter: een frikandel speciaal zegt niks, oordeelt niet en staat altijd aan jouw kant. Maar m’n groeiende zwembandjes maakten daardoor uiteindelijk wel heel langzaam de zelfhaat die van binnen zat, tóch zichtbaar.

Een flink vleugje zelfdestructie is mij totáál niet vreemd. Een gemiddelde avond stond dan ook in het teken van de drie M’s: magnetronmaaltijden, mierzoete budgetwijn en Marlboro.

Er vlogen jááren voorbij en mijn gehele studententijd leefde ik op diepvriespizza’s en van die ultiem ranzige en ongezonde poederpasta’s die je met kokend water kon bereiden. Als het geld aan het einde van de maand écht op was, ging ik weer terug naar mijn eerste liefde: chips. De budget-versie van de Aldi dit keer. Toen ik eenmaal bij de televisie ging werken werd mijn eetpatroon een tikkeltje beter, simpelweg omdat ik zo ontiegelijk vaak luxe afhaalmeuk kreeg op kantoor, dat mijn maag vreugdesprongetjes begon te maken door de ontdekking van verse ingrediënten. Of iets groens. Inmiddels waren er wel andere verleidingen opgedoemd om m’n vertroebelde connectie met de mensheid te vereenvoudigen: alcohol en sigaretten. Een flink vleugje zelfdestructie is mij totáál niet vreemd. Een gemiddelde avond stond dan ook in het teken van de drie M’s: magnetronmaaltijden, mierzoete budgetwijn en Marlboro. De enige momenten dat ik me daadwerkelijk in de keuken bevond was om snel te plassen in de wasbak omdat naar het gemeenschappelijke toilet gaan geen optie voor me was als ik iemand op de gang hoorde praten. Ik wilde alleen zijn, no matter what.

Toen ik tien jaar geleden ging samenwonen met mijn grote liefde heb ik uiteindelijk pas enigszins leren koken met meer dan één pan. En zonder enkel plastic verpakkingen. Toegegeven, het was een kleine carrousel met recepten, maar een mens moet ergens beginnen. De sigaretten belandden onder lichte druk van de echtgenoot in de afvalbak, maar het veelvuldig snacken en overmatig drinken hielden een stuk kraniger stand. Sterker nog: het heeft tot Oudejaarsavond 2019 geduurd voor ik pas écht de stap naar een fysiek gezonder leven heb kunnen zetten. Iets met zwarte gaten in mijn geheugen hebben me sindsdien nauwelijks nog een druppel laten drinken. En dankzij minder eten en veel sporten was ik eindelijk niet meer die eeuwige Kiloknaller op twee stalpoten.

Alsof man en kind niet al genoeg met me te stellen hebben, zijn ze nu dus óók al ruim een jaar geheel tegen wil en dank wandelende proefkonijnen voor het ene ‘te gekke’ dieet na het andere. In de afgelopen 365 dagen heb ik daarom vaker in de keuken gestaan dan in de dertig jaar hiervoor. Als een ware keukenprins Eric probeer ik elke dag weer iets op tafel te zetten met zo min mogelijk koolhydraten en calorieën, maar vaak met even weinig smaak. Voor onze zoon die eigenlijk het allerliefste pasta met niks eet, is een maaltijd zonder pasta best een flinke domper. Dezelfde vlieger gaat op voor stamppot met bloemkool in plaats van aardappelen, courgettesliertjes ter vervanging van spaghetti en mijn ultieme specialiteit: ovenschotels met vooral veel ei en weinig anders. De kilo’s vliegen er net zo snel af als de levensvreugde en de gezelligheid aan onze eettafel.

Laatste wapenfeit is de zogenaamde keto-levensstijl. Het is namelijk geen dieet, maar een compleet andere manier van eten. Voor altijd. Want anders werkt het niet. Mijn gehele gezin is eigenlijk zwaar tegen en of het ultiem gezond voor een mens is moet eigenlijk nog goed onderzocht worden, werken doet het als een tiet. Lekker veel kaas, eieren, spek, avocado’s en groene groenten, als je brood, pasta, aardappelen, rijst en fruit maar laat staan. Daar heb ik totáál geen problemen mee: mijn hersenen denken nog steeds in extremen. In plaats van mezelf vol te stoppen met alcohol en chips als een soort schijnveiligheid, kan ik me nu zonder enig echt benul schikken aan de zoveelste afslankhype. En heeft het voormalige emotie-eten plaatsgemaakt voor een onrealistische onthouding van de dingen die ik écht lekker vind. Want als je lichaam eenmaal gewend is aan de complete vetverbranding van die zogenaamde ketose, is een dagje snacken er echt niet meer bij. Het goede daarvan is wel dat mijn hoofd tegenwoordig op dagelijkse basis zó enorm vol zit met het berekenen van koolhydraten en eiwitten, dat ik nauwelijks nog tijd heb om met het gapende gat in mijn ziel bezig te zijn. Of m’n eeuwige eenzaamheid moet proberen te verdoezelen onder een dikke laag poedersuiker. Dat ik in die hippe ketose mijn zoveelste dwangneurose heb gevonden, neem ik dan maar nog eventjes voor lief.

Illustraties: Studio Zaterdag

8 reacties

Sjieke Spam

Een vorstelijke behandeling krijgen als lezer? Dat kan! Schrijf je in en ontvang direct een mailtje als een nieuwe column het levenslicht heeft gezien...

Koninklijk Archief