I’m A Slave 4 U.

I
Bijna twintig jaar geleden maakte de wereld kennis met één van de meest iconische wereldsterren aller tijden: Britney Spears. Niet omdat ze nou zo’n fantastische zangeres was, maar dankzij haar hele entourage werd zij een grote. Als pukkelige puber kocht ik haar allereerste plaat in 1998, of nou ja, ik kreeg een illegale kopie van mijn collega vakkenvuller bij de Albert Heijn. Het begin van sommige liedjes miste daarom, maar tering wat heb ik die plaat grijsgedraaid. Alleen op mijn kamertje, daar bracht ik namelijk toen de meeste van mijn tijd door. Een instant pop crush. Dat had ik met die vrouw.

Het is nu dus bijna twintig jaar later. Zowel Britney en ik hebben minder puistjes en zijn, al zeg ik het zelf, redelijk goed opgedroogd. Ik zit in een aantal spaarzame uurtjes in mijn uppie naar haar nieuwe briljante single Slumber Party te beluisteren en neem ondertussen haar hele carrière via YouTube door. Mevrouw Spears doet er na twintig jaar nog steeds toe, dus ook die heeft niets te klagen lijkt me zo.

Ik vraag me af hoe het kan dat nostalgie toch zo’n heerlijke ontsnappingsroute voor het volwassen leven is. Waarom het toch zo heerlijk is om op die manier eventjes de realiteit, de prestatiedrang, de stress en de kopzorgen aan de kant te schuiven? Want dat is het voor mij: een veilige schuilplaats waarin ik teruggrijp naar mijn heldin uit mijn jeugd en zo het heden eventjes vergeet. Britney was er altijd namelijk altijd voor me. In de oertijd van Sometimes droomde ik weg bij de videoclip aan het strand. Ik stelde me voor dat het leven ook makkelijk kon zijn en daarnaast was ik smoorverliefd op de blonde basketbaljongen waar Britney in de clip mee ging. Al wist toen nog niemand dat hij de eigenlijke reden was dat ik de clip bij elke vertoning op TMF niet wilde missen.

Ten tijde van Stronger kon ik dankzij dat lied de wereld aan. Of nou ja, de regenachtige fietstochtjes naar school. Inmiddels had ik toen volgens mij al een mp3-speler waar dat liedje nét op paste. I’m Not A Girl, Not Yet A Woman werd het anthem van mijn eerste maanden als student op eigen benen en Everytime werd jaren later het liedje waarmee ik mijn eerste échte gebroken hart weer een beetje bij elkaar probeerde te sprokkelen. In 2011 was Till the World Ends het nummer wat ik grijs draaide toen ik vlinders in mijn buik had van mijn Ware Liefde. En anno nu is de muziek van Britney Spears nog stééds mijn vertrouwds in een onzekere wereld.  Lange tijd moest ik het doen met de echt goede classics, maar ik heb het gevoel dat deze Slumber Party m’n oudste muziekvriendin weer op de kaart gaat zetten. En niet alleen in míjn melodramatische music map des levens.

Plaats reactie

De Archiefkast