Ho Ho Ho Maar.

H
Driving home for Christmas ging dit jaar niet op. In plaats daarvan was het eerder knetterlam nog ergens in een trein springen na het kerstfeestje van één van m’n opdrachtgevers, om na een paar uurtjes zogenaamde slaap te ontwaken met een springende peuter op m’n volle blaas. Het ware kerstgevoel, zeg maar. Ik ben geen mietje, aan de bar een vent dan aan de ontbijttafel ook, dus daar ging ik.

Later op die dag voor kerst gaven mijn lief en ik elkaar vol trots een high-five op het schrale parkeerterrein van onze lokale megasupermarkt. Want niet alleen hadden we zowaar alles wat moest, we wisten het ook te presteren om als volwassen mannen zonder te hoeven dreigen met een echtscheiding een taak te volbrengen. En zoonlief had zich als een engeltje gedragen. Bizar eigenlijk voor best een lange tijd, hij was gek genoeg maar half afwezig.

Zo gek was dat dus niet. Kerstavond. De festiviteiten konden eindelijk bijna gaan beginnen. “Goh, geeft de thermometer nou echt 39.9 graden aan?” Je kunt het wel raden: dat deed ‘ie en bleef ‘ie tot het einde van Eerste Kerstdag gewoon doen. Ho ho ho maar dat je plannen kunt uitvoeren met een kind erbij. Maar met een knetterziek muisje de dag doorbrengen, heeft ook wel wat. Onwijs zielig voor hem, ja, maar ik kon er stiekem wel van genieten om onder een dekentje met ‘m naar óf Brandweerman Sam te kijken op de iPad, óf te slapen.

Tweede Kerstdag was alles weer redelijk normaal. Zoonlief was beter en tegen de traditie in (wij vieren kerst normaal gesproken met z’n drietjes) gingen we met mijn schoonfamilie op pad. Want tsja, schoonmoeder had een buffet gewonnen via Facebook, dus het was eigenlijk weggegooid geld als we niet op de uitnodiging waren ingegaan. Op een activiteitenpark was het etentje. Een plek waar je zonder kinderen niet dood gevonden zou willen worden tijdens kerst, maar nu de hemel op aarde, met een springkussen en raceautootjes als vermaak zodat je als ouder ook daadwerkelijk kunt eten en een volwassen gesprek kan voeren op hetzelfde moment.

En toen gebeurde het: als The Grinch Who Stole Christmas waagde een blonde vrouw van middelbare leeftijd het om naar ons tafeltje te komen stamelen. Of we er toch voor konden zorgen dat de kinderen wat stiller konden zijn, zij hadden tenslotte ook betaald voor dit kerstdiner. Terwijl ik haar aan de binnenkant van mijn ogen al met een appel in haar mond aan het spit zag draaien, reageerde mijn echtgenoot kalmpjes met “nee”. Wauw. Nog nooit zo’n krachtige afwijzing gehoord als die. Eventjes dacht ik een vallende ster te zien tijdens dat magische moment. Het ware kerstgevoel was ver te zoeken, want de rest van de avond was er een koude oorlog vol vileine blikken aan de gang. Onze zoon kreeg daar niets van mee, die lieten wij lekker met zijn autootjes door de zaal rommelen, want nogmaals: het was op een activiteitenpark, niet het vlaggenschip van het Hilton.

Het diner en daarmee de avond en de kerstdagen, eindigde met de doffe klap waarmee één van de kerstballen uit de boom waaronder onze zoon aan het spelen was op de grond kletterde. In honderd stukjes uiteraard, dat hoort namelijk. Als blikken konden doden was ons gezinnetje tijdens deze kerstdagen omgekomen, maar nu niet, gewoon opruimen en door met ons leven. Op dat soort momenten ben ik superblij en trots op onze vrije doch no bullshit opvoeding. Een kerst die van A tot Z anders was dan op de planning stond. Beter kan eigenlijk niet. Over 364 nachtjes is het weer zover. Ik kan niet wachten, al ben ik blij dat het nog wel eventjes duurt.

Plaats reactie

De Archiefkast