Hij Was Maar een Clown.

H
Het is een belangrijk weekend bij mijn favoriete buurtjes. België dus.  Zaterdag organiseren televisiezender VTM, de Vlaamse radiotak van Qmusic en de bank Belfius voor het tweede jaar op rij Rode Neuzen Dag. Gebaseerd op het Britse origineel, de zogenaamde Red Nose Day, een dag waarop er door allerlei ludieke acties geld opgehaald moet worden voor een betere opvang voor Vlaamse jongeren met psychische problemen. Een schrikbarende één op de vijf Vlaamse jongeren kampt namelijk met dit soort klachten en krijgt zelden de hulp die ze daadwerkelijk nodig hebben. Een initiatief wat ik enorm toejuich en graag ook naar Nederland zou willen halen, het is een thema dat namelijk behoorlijk close to home komt. Ruim twintig jaar geleden, toen er nog lang geen sprake was van Rode Neuzen Dag, schoten bij mij namelijk de eerste steekjes los.

Veel herinneringen zijn door de jaren heen wat vertroebeld en uiteindelijk onthoud je ook alleen wat je wilt onthouden, maar geheel zonder weeffouten ben ik niet opgegroeid weet ik nu. En waar het is begonnen, tsja, dat weet ik er zo op terugkijkende niet meer precies. Het kan zijn door de scheiding van mijn ouders welke ik als tienjarige Eric moest doorstaan. Weinig momenten in m’n ontwikkeling hebben zo’n grote impact gehad, zeker omdat mijn vader daarna niet meer naar me omkeek maar zijn energie bewaarde voor zijn nieuwe gezin. Ook andere mensen in mijn omgeving lieten me maar een beetje bungelen, omdat ik, daar duikt ie voor het eerst op, altijd zo blij was. Daarnaast kan het komen omdat ik op de lagere school nogal werd gepest. Niet heel lang en niet zo heel intens, maar ik was wel altijd dat kleine strebertje die liever met meisjes ging hinkelen dan met de jongens wilde voetballen. Ik fladderde van de ene groep naar de andere, maar hoorde daardoor nergens echt bij, waardoor ik een gemakkelijk doelwit voor suffe, maar toch pijnlijke pesterijtjes werd. Uiteindelijk sloot ik me steeds vaker af van de wereld om me heen, maar aan de buitenkant was er niets te zien. Tandpastasmile en denkbeeldige rode neus op en gáán.

Ik ben nooit echt depressief geweest of kan zeggen dat ik psychische klachten heb gehad, maar er is wel een moment in mijn puberteit geweest waardoor de onbezorgde en blije Eric afscheid genomen heeft en plaatsmaakte voor het stille en teruggetrokken wezen dat soms compleet geen raad met zichzelf wist. Van extreme woedeaanvallen waarbij ik zo hard schreeuwde dat mijn keel er pijn van deed tot versuft op bed de leegte van mijn kamer in staren. Alsof ik van een afstand naar mezelf aan het kijken was, zonder te weten wat er daadwerkelijk met me aan de hand was. Hulp zoeken deed ik niet, de clown uithangen had ik inmiddels al tot kunstvorm verheven en was een veel gemakkelijkere oplossing.

Inmiddels ben ik drieëndertig jaar en zijn er nog steeds momenten dat ik me helemaal schor schreeuw uit woede. Veel minder dan in mijn jeugd, maar het waarom weet ik eigenlijk nog steeds niet. Omdat niemand me dat gezegd heeft en omdat ik er ook liever niet naar vraag. Net zoals dat alles me soms zó enorm teveel wordt, dat ik me het liefst zou opsluiten in een zolderkamertje om maar alleen te kunnen zijn. Altijd maar dat verdomde alleen willen zijn. Net als vroeger in mijn kamertje. Lekker veilig blijven zitten tot de ellendige momenten weer voorbij getrokken zijn. Erover praten doe ik met niemand, want dat heeft namelijk nooit iemand me geleerd. In plaats daarvan hang ik nog steeds op dagelijkse basis, net als toen, liever de clown uit om mezelf voor de buitenwereld vooral zo ongecompliceerd mogelijk te laten lijken. Zo langzamerhand begin ik er wel een beetje genoeg van te krijgen en zou ik willen dat ik er toen iets aan gedaan had. Of wist bij welk loketje ik aan had moeten kloppen. Het tijdperk clown mag wat mij betreft nu wel een keertje ten einde komen, zo grappig is het namelijk niet.

Plaats reactie

De Archiefkast