Hachje Redden.

H

Het komt binnen als een positieve coronatest die je er nou nét niet bij kon hebben: de neerslachtigheid en het gebrek aan zin en enthousiasme om door te gaan met leven. Een gevoel dat nooit helemáál weg zal gaan, maar zo enorm de kop opsteken was toch al een tijdje geleden. Misschien ergens ook wel logisch, de afgelopen vijftien maanden waren zó ongelofelijk bizar, alsof het dagelijkse bestaan aan de noodrem heeft getrokken en iedereen massaal pas op de plaats deed. Maar nu we met z’n allen ineens in razend tempo afstevenen op een post-pandemietijdperk, begint mijn algehele gesteldheid stukje bij beetje toch weer lichtelijk af te vlakken.

De achterliggende periode was uiteindelijk stiekem hemels voor mij. Een gebrek aan fysiek menselijk contact en interactie heb ik nooit als iets vervelends ervaren namelijk. Stel je toch voor: straks zíen mensen nog dat het niet echt lekker met je gaat. Nee hoor, veilig aan m’n eigen keukentafel hobbelend van het ene Zoomgesprek naar de andere Teamsmeeting is voor mij een way of life geworden die ik met gemak tot het einde der tijden vol zou kunnen houden. Maar ja, aan al het goede komt een eind en dus stromen niet alleen de Nederlandse snelwegen weer vol, ook de gaten in mijn agenda worden sneller gevuld dan me lief is. En merk ik voor het eerst dat de sociale slakkengang waar ik al jaren mee kamp, me nog meer aan het tegenwerken is dan voorheen. Me opsluiten als een kansloze kluizenaar is geen optie, dus ga -net als voorheen- geen uitdaging uit de weg. Helaas lijkt de bijbehorende herstelperiode daarvan steeds langduriger te worden en ook intensere vormen aan te nemen.

Ik zocht ijverig op Google welke pijnloze manieren om jezelf te doden nog níet voorbij waren gekomen tijdens mijn talloze research door de jaren heen.

Terwijl ik me de beginperiode van de quarantaine nog levendig kan herinneren en nog precies weet hoe gillend gek ik kon worden van de constante aanwezigheid van man en kind, heb ik dáár totale vrede in gevonden. Sterker nog: de dagen waarop ik niet hoef te werken of andere verplichtingen heb, voelen als een zegen. Een beetje aanrommelen hier, vleugje koken daar en als ik zin heb om even te gaan liggen, dan trek ik simpelweg een deken over me heen en bestaat de rest van de wereld niet. Gemist worden behoort niet tot de mogelijkheden, want ergens fysiek moeten zijn is absoluut uit den boze geweest ruim vierhonderd dagen lang. Maar met het ene project na het andere lijkt het wel alsof de samenleving plotseling in stroomversnelling geraakt is. Alsof die verloren tijd nog voor kerst ingehaald dient te worden. Massa’s mensen in winkelcentra, overvolle terrassen met kuchende klachten en borrelende buren ver na zonsondergang. Alsof het nooit anders is geweest. Het nieuwe normaal is weer het oude normaal. Klein probleempje: ik ben daar nog niet. En twijfel enorm of ik daar überhaubt ooit weer ga komen. Daar krijg ik stress van. En als ik ergens een hekel aan heb, dan is het wel stress.

Stress ontaard bij mij nog snel in angst. En met de angst voor het oude bestaan en of ik mijn plekje in de wereld nog wel terug ga vinden gierend door mijn lijf, kwam het dus dat ik na een vrij hoog oplopende ruzie met manlief over iets onzinnigs, mezelf met pen en papier aantrof, een afscheidsbrief schrijvende. Vol clichématigheden hoor, dat ik geen andere uitweg zag, niemand pijn wilde doen, heel veel sorry. Het bekende riedeltje. Ondertussen zocht ik ijverig op Google welke pijnloze manieren om jezelf te doden nog níet voorbij waren gekomen tijdens mijn talloze research door de jaren heen. Uiteindelijk kwam ik voor de zoveelste keer tot de conclusie dat suïcide niet zonder lijden komt, al is het maar voor de talloze harten die je breekt bij de achterblijvers. Ik besloot dat deze stomme tijd in combinatie met een nog stommere ruzie géén reden was om ermee te stoppen. Ik heb wel voor hetere vuren gestaan in m’n bestaan. Dus vouwde ik het papiertje op, klapte mijn laptop dicht en ging uiterst obstinaat in het logeerbed liggen. Dat wel. Mijn misère langzaam plaatsmakend voor moeheid.

De volgende ochtend hangt de vlag er metéén heel anders bij. Niets ellende of uitzichtloze situatie, gewoon weer een nieuwe dag waarop het kind gevoederd dient te worden, de hond uitgelaten moet worden en ik -al is het schoorvoetend- heus wel kan toegeven dat ik wellicht met die bewuste ruzie een vrij normale situatie heb laten ontsporen. De dood is niet meer zo dichtbij als de avond ervoor en met het verstrijken van de week is ie helemaal niet meer on top of mind. Ik weet inmiddels wel beter. Hoe enorm dat gevoel me elke keer weer verrast, het afschudden ervan gaat me óók steeds makkelijker af. Ik heb namelijk besloten dat ik, ook deze paniekaanval overwinnend, wil blijven leven. Maar dan wél op mijn eigen manier.

Een virtuele reddingsboei, die heb ik mezelf toegeworpen. Ik heb écht geen zeemeermin nodig die me uit het water hengelt als ik voor de zoveelste keer op het punt van verdrinken ben aangekomen, zoals bij Prins Eric in De Kleine Zeemeermin. Ik takel mezelf bij elkaar en sleep me -met enige tegenstand soms, ga ik niet over liegen- terug op het droge. En maak heel gemakkelijk het besluit dat al heeft de rest van de wereld bedacht alles weer te doen zoals voorheen, ik tegen die richting in ga zwemmen. Geen geïmplanteerde haar op mijn hoofd die weer non-stop gaat filerijden naar Amsterdam, zich groen en geel ergert aan nietszeggende conversaties op oninteressante partijtjes of de clown uit probeert te hangen op de momenten waarop ik eigenlijk liever stil in een hoekje naar een knetterend vuurtje zou willen kijken. Als een moderne en kaaskoppige David Hasselhoff ben ik de lifeguard van mijn eigen bestaan. Het zal me allemaal boeiuh dus. En ook al schommelt het vertrouwen daarin van tijd tot tijd, ik geloof toch nog oprecht meer in een leven op m’n eigen voorwaarden, dan helemaal geen leven. Dat ik daardoor níet meer standaard het gespeelde lichtpuntje in het gezelschap ben, of dat ik een stuk vaker ‘nee’ moet verkopen of m’n gebrekkige communicatieskills blootleg, neemt de mensheid me vast wel voor lief. In ruil daarvoor zet ík dan weer mijn beste beentje voor om niet eerder dood te gaan dan voorbestemd voor me is. En dat vind ik zelf eigenlijk een best aardige deal. No strings attached. Letterlijk in dit geval.

Heb jij hulp nodig? Dan kun je contact opnemen met Stichting 113 Zelfmoordpreventie via 0800-0113 (24/7 bereikbaar) of 113.nl.

Illustraties: Studio Zaterdag

2 reacties

Sjieke Spam

Een vorstelijke behandeling krijgen als lezer? Dat kan! Schrijf je in en ontvang direct een mailtje als een nieuwe column het levenslicht heeft gezien...

Koninklijk Archief