Géén Pod Nat.

G

Het begon ooit met de avondvierdaagse. In 2019 alweer, want de edities 2020 en 2021 hebben vanwege de pandemie het levenslicht nooit gezien. Terwijl het vroeger één van de hoogtepunten van mijn schooljaar was (weet niet wat dat precies zegt over mij of m’n leven), vond ik het als papa ineens een toch iets minder rooskleurige ervaring. Het plezier wat zoonlief erdoor ervaarde was het belangrijkste, maar of voor míj́ het constante gezang, geslenter en geneuzel ‘t waard was, weet ik niet. Doet er in deze context ook niet toe, dat moment leverde de hashtag #dadoralive op. Met het idee dat het vaderschap fantastisch is, maar simpelweg niet altijd. Soms lig je ook gewoon voor dood in de greppel. Geeft niks, maar mag wel wat meer belicht vonden dacht ik. In mijn tv-collega Manuel Venderbos vond ik een partner in crime om dat concept verder uit te werken en na héél hard ploeteren ziet onze eerste gezamenlijke baby het levenslicht: de podcast Dad or Alive.

Elk format moet eigenlijk in één zin uit te leggen zijn, het onze doet voldoet daar prima aan: twee vaders die elke week met een andere bekende papa in gesprek gaan over de hoogte- en dieptepunten van het vaderschap. Met toch nog een aantal zinnen aanvulling: dat doen we open, eerlijk en met de nodige (zwarte) humor. Grappig genoeg doen we het ergens allemaal anders, maar hebben één ding met elkaar gemeen: het gezinsleven is niet altijd zo rooskleurig als de boekjes ons nog vaak (willen) laten denken. Het blad Ouders van Nu besloot uiteindelijk met ons in zee te gaan en dus is er een tien afleveringen tellend eerste seizoen in aantocht. Alsof dit nieuws niet al heuglijk genoeg is, werden Manuel en ik óók nog eens op de gevoelige plaat vastgelegd en geïnterviewd voor een diepgravende spread in het magazine. En dáár heb ik vast een aantal highlights van op een rijtje gezet. Of eigenlijk: de quotes waarvan ik me bij nader inzien het minst voor schaam.

OvN: Weet je nog hoe het voelde om ineens vader te zijn?

Ik: ‘Ik was ervan overtuigd dat een baby ons compleet zou maken, dat het leven altijd alleen nog maar fantastisch zou zijn.’

OvN: Dat bleek niet zo?

Ik: ‘In eerste instantie vond ik het best tegenvallen. Vooral dat gehuil ’s nachts. Een keer betrapte ik mezelf op de gedachte: wat als ik hem nu uit het raam gooi… Ik vond het zo heftig dat ik überhaupt in staat was zoiets te denken; Stach was pas een paar weken oud, wat was ik voor een mens? Vreselijk! Ook qua relatie vond ik de beginperiode behoorlijk intens. Stonden we ’s ochtends serieus ruzie te maken over wie er het minst had geslapen die nacht! Dat waren wel onvoorziene dieptepunten. Ik had alles gelezen over groeispurten en tandjes, maar hierover wist ik niks. Ik had verwacht dat ik m’n ego meteen aan de kant zou zetten en met gemak in dienst van het kind zou leven, onzin natuurlijk, maar het verbaasde me wel. Mijn partner is veel verzorgender dan ik en bouwt met engelengeduld urenlang vliegtuigjes met Stach. Ik denk na één vliegtuigje: nou, en nu weg allemaal.’

OvN: Wat vind je interessant aan het vaderschap?

Ik: ‘De spiegel die je kind je voorhoudt. Als ik tijdens het inruimen van de vaatwasser een kopje laat vallen, begin ik woest te schelden. Dat doe ik al honderd jaar, maar nú kan dat niet meer, omdat die kleine erbij zit. Hetzelfde geldt voor onredelijk uit mijn slof schieten: naar mijn partner kan ik dat sneller maken, maar voor mijn kind wil ik dat niet. Het vaderschap zorgt ervoor dat ik bij alles wat ik doe of uitkraam eerst tot tien tel. Ik ben me bewuster van mijn reacties. Stach is bijvoorbeeld echt een dromer op de fiets, hij kijkt alle kanten op behalve voor zich. Laatst zag hij een roze auto en reed hij zo een struik in. Mijn eerste reactie is dan: “Hoe vaak moet ik nou nog zeggen dat je moet uitkijken?” Terwijl ik ook zou kunnen beginnen met: “Gaat het, liefje?” Ik heb nog veel te leren. Maar leg Stach wel uit wat er gebeurde, als ik ongeduldig of nukkig heb gereageerd. Dat ik bijvoorbeeld verdrietig of gespannen ben, waardoor ik feller was dan bedoeld. Maar dat het niet door hém komt. Zo is elke dag een interne strijd voor me, maar wel een interessante: als ik geen vader was geworden, had ik mijn zwakheden waarschijnlijk nooit aangepakt.’

OvN: Verlang je nog weleens terug naar de babytijd?

Ik: ‘Als baby is je kind altijd dichtbij, dat is fijn. Bovendien heb je zelf nog de controle: alles wat je voorstelt vinden ze een avontuur. Dat verandert; ik krijg Stach nu niet meer juichend mee naar de supermarkt. In praktisch opzicht wordt het wel makkelijker, je hoeft niet meer je halve inboedel mee te zeulen als je een dagje weggaat. Stach eet gelukkig bijna alles. Bovendien hebben wij de regel –kersverse vaders, leer hiervan- dat Stach één ingrediënt per gerecht mag skippen. Dus pulkt hij de champignons eruit, dan moet hij wel de uien opeten. Maar zelfs als Stach gelukzalig aan zijn hamburger zit te knagen, denk ik: jaja eet nou maar door, ik wil nog meer doen vandaag! Geduld is wel een dingetje bij mij.’

OvN: En wat is het positieve aan het papa-zijn?

Ik: ‘M’n liefje is er en ook werk, maar alleen aan mijn kind denk ik de hele dag, of hij in de buurt is of niet. Stach is de reden van mijn bestaan. Voorheen bleef ik bij een baaldag de hele tijd in bed liggen, dat kan niet meer. Als vader maak je er wat van, want je hebt echt iemand om voor te leven. Dat geeft me ook een bepaalde rust: hier doe ik het voor, die jongen heeft mij nodig.’

Het volledige interview lees je in Ouders van Nu, editie #9. En wil je helemaal níets missen van onze podcast Dad or Alive? Abonneer je dan direct via Apple Podcasts of Spotify.

Illustraties: Studio Zaterdag

Plaats reactie

Sjieke Spam

Een vorstelijke behandeling krijgen als lezer? Dat kan! Schrijf je in en ontvang direct een mailtje als een nieuwe column het levenslicht heeft gezien...

Koninklijk Archief