Droomland.

D
Eigenlijk heb ik al mijn hele leven de spanningsboog van een garnaal. Zowel in privégesprekken als op kantoor ben ik zó snel afgeleid door de dingen die om me heen gebeuren dat ik waarschijnlijk na het horen van je naam al in mijn eigen wereldje terechtgekomen ben.

In basis is het ’t makkelijkst om er gewoon vanuit te gaan dat als je met me aan het praten bent en er passeert een hond/kat/baby of olifant dat ik me dan afvraag hoe dat object er dan met een boa en confetti uit zou zien. En als ik tijdens een vergadering glazig voor me uit zit te knikken, dan zie ik mezelf waarschijnlijk aan de binnenkant van mijn ogen in een regenboog K3-jurkje tussen Karen en Kristel heftig danspasjes oefenen. Ontvluchten van de werkelijkheid noemen ze dat. Heerlijk.

Je bent denk ik pas echt volwassen als je je realiseert dat je eigenlijk gewoon een kind gebleven bent. En ik denk ook dat de wereld er een stuk leuker uit zou zien als we dat innerlijke kind eens wat vaker naar buiten zouden laten. Want als ik met de borstel onder de douche sta te zingen, luister ik met één oor vooral of niet iemand me kan horen of binnenkomt, want stel je toch eens voor dat iemand het ziet? Ehm, ja wat zou er dan gebeuren hè? Waarschijnlijk een zucht van herkenbaarheid, want we doen het allemaal. Net als masturberen eigenlijk. Het geeft gewoon wat licht in de soms donkere en grijze grotemensenwereld.

Ik ben blij dat mijn verbeelding de volwassenheid heeft overleefd. Als kind was ik namelijk al een dromer. Want ook al was ik graag alleen, in mijn fantasie was ik dat nooit. Laten we om die aardkloot wat op te leuken dit soort gedrag met elkaar delen. Dus de eerstvolgende keer dat je me met cowboyhoed ziet huppelen op een denkbeeldig paard, terwijl ik denk dat er niemand kijkt, droom dan gewoon eventjes lekker met me mee.

Plaats reactie

De Archiefkast