Doe Maar Gewoon.

D

Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Dat denk ik al sinds ik nog een klein Ericje was. Waarom weet ik eigenlijk niet, maar het voelde goed, het voelt nog steeds goed. Want natuurlijk wilde ik niet middelmatig zijn en wilde ik best boven de rest uitsteken. Maar ik wilde ook gewoon zijn. Normaal. Net als iedereen. Zelfs toen ik merkte dat ik misschien toch een beetje anders was als de andere jongens op mijn school. Bang werd ik daardoor. Onzeker. Want ik wilde mijn familie niet teleurstellen. En mijn vriendjes en vriendinnetjes. Maar het draaide natuurlijk vooral om mijn eigen teleurstelling. Want ik was niet zoals de rest. Mijn lieve familie wist natuurlijk al lang dat ik homo was, mijn vriendengroepje ook. En stiekem wisten zij allemaal dat ik gewoon Eric zou blijven. Ik was daar niet zo zeker van. Eenzaam, alleen. Dat zou ik altijd blijven. Want ik was ongewoon en anders. Dacht ik.

Inmiddels zijn we zo’n vijftien jaar verder. Homo zijn is in Nederland bijna net zo ingeburgerd als de Afsluitdijk. ‎En ondanks een paar ongelukkige uitschieters hier of daar zijn we toch een eind gekomen met elkaar. En ik ook met mezelf. Ik ben zelfs getrouwd. Met een man. Terwijl ik zelf ook een mannetje ben. En ik fiets rond met een fiets met kinderzitje en fietstassen. Want: we hebben een kind. Een prachtig en blij mannetje die elke dag stralend naar zijn twee vaders kijkt en daar geen negatieve associatie bij heeft. De normaalste zaak van de wereld. Voor hem. Voor ons. En voor iedereen om ons heen. Tuurlijk kijken mensen wel eens raar op, doen lacherig of stellen domme vragen. Maar uiteindelijk zijn wij een gewoon gezinnetje, net zoals er in Nederland miljoenen van zijn. Maar dan een tikkeltje anders.

The End. Happy End. Zou je denken. Op zich wel, maar niet echt. Want er zijn van die momenten dat ik hardhandig uit m’n blije wat-hebben-we-veel-bereikt-bubbel ‎geflikkerd word. Als ik één van de gruwelverhalen van een Syrische vluchteling lees bijvoorbeeld. In zijn gemeenschap betekent homo zijn namelijk dat je gaat sterven. IS jaagt actief op homo’s en als ze je vinden gooien ze je van een gebouw af. Terwijl anderen toekijken. Of ze nemen je mee naar een open veld waar je gestenigd aan je einde komt. En dat is vaak niet eens het grootste gevaar, want als IS je niet op een gruwelijke wijze ombrengt, dan doet je familie het wel. Uit schaamte. Omdat je in hun ogen niet bent wat ze willen dat je bent.

Ver van ons bed. Dat lijkt het. Maar dat is het heus niet. Het is écht de hoogste tijd om keihard op te treden tegen IS. Maar vooral ook tegen elk ander onrecht, geloof, of wat dan ook dat mensen het recht ontneemt om zichzelf te zijn. Waar ook ter wereld, maar zeker ook in Nederland (lees: Staphorst, Rijssen en dat soort vreselijke plaatsen). Want middelmatig of bijzonder, er is heus wel een plekje voor ons allemaal. Als we er maar gewoon over doen.

Plaats reactie