Dertig.

D

Toen w‎e vroeger ooit eens gingen verhuizen was mijn nieuwe zolder‎kamertje nog lang niet klaar. Tot die tijd crashte ik dus bij mijn tweeënhalf jaar jongere broertje Rutger op z’n kamer. De werkzaamheden op zolder duurden wat langer dan gepland, mijn lieve opa deed alles zelf, dus dat werden uiteindelijk maanden samen op één kamer slapen. Terugkijkende op mijn jeugd is dat misschien wel het leukste ooit geweest. Kletsen, ruzie maken, de dag doornemen, muziek luisteren. Dat soort dingen. Momentjes delen die je met niemand anders kan delen dan met je broer.

Vandaag is hij jarig. Dertig kaarsjes mag ie uitblazen. ‎Dertig. Een angstaanjagend getal als je het mij vraagt. En dan niet omdat ik dan zelf bijna de drieëndertig aantik, maar omdat het nu zo pijnlijk duidelijk is dat we de magie die we als kinderen hadden, op volwassen leeftijd nooit meer terug hebben gekregen. En waarom eigenlijk niet? Er zijn genoeg broers en zussen die nog steeds vervlochten zijn in elkaars leven. En niet alleen wat vage levensupdates krijgen tijdens de kerstdagen of een familiefeestje hier of daar. Als ik erover nadenk komen de bekende excuses bovendrijven: te druk, andere interesses, uit elkaar gegroeid. Het ene nog grotere bullshit dan het andere natuurlijk. Ik heb maar één broertje, die qua interesses totaal anders is, maar we lijken verder meer op elkaar dan we zouden willen. Tegenwoordig wonen we zelfs maar drie straten bij elkaar vandaan, dus de tijd van smoesjes lijkt me wel een beetje voorbij.

Je bent oom van onze zoon, je was mijn getuige op ons huwelijk. Misschien moeten we weer getuige worden van elkaars leven, daar hebben we op de lange termijn toch echt veel meer aan. Want wat is nou dertig? De beste jaren liggen nog voor ons. Gefeliciteerd broertje!

1 reactie