De Woeste Weg.

D

Je hoort best vaak als een moord is gepleegd, of een ander geweldsdelict: ‘goh, dat had ik nou nooit achter de dader gedacht, was altijd zo’n rustig type’. Eigenlijk snapte ik daar helemaal niks van, want hoe kan je dat nou niet weten? Tot ik mijn eigen gedrag eens fatsoenlijk onder de loep ging nemen en al vrij snel tot de conclusie kwam dat ik daar zelf óók gewoon een schoolvoorbeeld van ben. De light-versie dan.

Als kind had ik soms al vlagen van woede waarbij ik zó enorm boos op iemand kon worden, dat me het gevoel bekroop dat als ik eenmaal zou beginnen met slaan, ik daar pas mee wilde stoppen als diegene dood zou zijn.

Niet dat ik nou enorm agressief of gewelddadig ben aangelegd hoor. Vroeger had ik nog wel ‘s de neiging om te vechten, maar het was toen al nooit mijn intentie om iemand fysiek pijn te doen. Maar ik werd nogal vaak gepest en mijn brute kracht was toen een wapen om enigszins respect af te dwingen en om te laten weten dat als ik geduwd zou worden, ik dan absoluut terug zou meppen. Maar als kind had ik vlagen van woede waarbij ik zó enorm boos op iemand kon worden, dat me het gevoel bekroop dat als ik eenmaal zou beginnen met slaan, ik daar pas mee wilde stoppen als diegene dood zou zijn. Dus deed ik niets en kropte het op. Een trucje dat ik ver tot in mijn volwassen leven heb volgehouden, tot de woede links en rechts op allerlei manieren alsnog naar buiten kwam sijpelen. In plaats van die boosheid fysiek te botvieren op mijn geliefden, deed ik lange tijd vooral mezelf pijn. Overspoelen met bijna-kokend water onder de douche, een aansteker onder m’n voet houden of zelfs het zo lang mogelijk botsen met m’n hoofd tegen de muur. Ondanks dat ik het een geruststellende gedachte vond dat ik nóóit iemand lichamelijk iets aan doen, vond ik het toch de hoogste tijd om mijn woede anders te stroomlijnen. Op een manier dat daar ook nog eens zo min mogelijk mensen last van zouden hebben. En dus ontstond al snel mijn safe space: de auto.

Als een soort opgeblazen ballon die elk moment met een doffe klap uit elkaar kan spatten projecteer ik mijn negatieve en opgekropte gevoelens en frustraties op talloze onwetende weggebruikers. Inclusief zo’n beetje alle denkbare scheldwoorden.

Boos kan ik nog steeds worden om de meest kleine dingen trouwens, die dan weer eigenlijk om de grote zaken gaan. Extreem boos. Van mijn favoriete yoghurt die uitverkocht is bij de supermarkt tot het met blote voeten verpulveren van het zoveelste stukje rondslingerende Lego op de grond van zoonlief. Terwijl die onzinnige woede dan weer een erfenis is van mijn getroebleerde jeugd, waarbij mijn vader op jonge leeftijd wegging en ik door de hernieuwde en aangepaste gezinssamenstelling veel te vroeg op eigen benen moest leren staan. Eigenlijk kan zo’n beetje alles wat op een bepaald moment niet gaat zoals ik het zou willen ervoor zorgen dat er mentaal een bom ontploft. Maar goed, dat soort gevalletjes houd ik dan binnen en bewaar ik tot die autodeur achter me dichtslaat en ik mezelf vervolgens vrij spel geef. Als een soort opgeblazen ballon die elk moment met een doffe klap uit elkaar kan spatten projecteer ik mijn negatieve en opgekropte gevoelens en frustraties op talloze onwetende weggebruikers. Inclusief zo’n beetje alle denkbare scheldwoorden. De ene nog erger dan de andere. Dat het met de gedragingen van de andere autobestuurders níets te maken heeft weet ik heus wel, het lucht écht lekker op. Want als de bewuste ballon dan is geknapt, kan ik er toch mooi weer een aantal uurtjes tegen. Of als ik geluk heb zelfs dagen, al moet ik eerlijk bekennen: dat is vrij zeldzaam. Maar is dat bliksemafleiden van je eigen negatieve gedachtegang op onschuldige anderen nou zo’n enorm goed idee? Waarschijnlijk volgens de boekjes niet, maar ik doe het er behoorlijk lekker op.

Behalve een sporadische klap op het stuur of een enkele middelvinger, pas ik mijn rijgedrag niet op de ordinaire uitspattingen aan.

Het is voor mij namelijk een soort omgekeerde meditatie. Niks zweverige kutmuziek of een inspirerende podcast, lekker losgaan op alles en iedereen om me heen. Last daarvan heeft overigens niemand, want ik houd de schaamteloze scheldtirades fatsoenlijk als ik ben uiteraard voor mezelf. En behalve een sporadische klap op het stuur of een enkele middelvinger, pas ik mijn rijgedrag niet op de ordinaire uitspattingen aan. Niks bumperkleven, afsnijden of de kamikaze uitgangen, het blijft bij af en toe een beetje te hard rijden. Uiteindelijk is het overigens soms zó gênant hoe ik mezelf in de achteruitkijkspiegel tekeer zie gaan, dat ik oprecht even moet stoppen bij een tankstation om een frisse neus te halen. Of even rusten om van de slappe lach af te komen. Welk scenario van die twee het ook is, ik kom altijd als herboren op de plaats van bestemming aan. In één stuk, niet geheel onbelangrijk.

Illustratie: Studio Zaterdag

2 reacties

Laat een reactie achter aan Jacqie Annuleer reactie

Sjieke Spam

Een vorstelijke behandeling krijgen als lezer? Dat kan! Schrijf je in en ontvang direct een mailtje als een nieuwe column het levenslicht heeft gezien...

Koninklijk Archief