De Ochtenden.

D

Er waren zaterdag- en zondagochtenden dat ik om vijf uur wakker was. Of half zes. Of zes uur. Dan was ik gewoon nog steeds wakker na het stappen. Net terug uit de plaatselijke dansschuur, uit de kotsbus gerold en via de snackbar naar bed. Natollend van een hele nacht feesten viel ik dan tegen het ochtendgloren wel weer in slaap. Die tijd ligt achter me. Ver achter me. Of, dat dacht ik althans. Maar niet heus, want de ochtenden zijn weer als vanouds. Om vijf uur wakker zijn is weer dagelijkse kost. Maar de feestjes zijn niet meer in de disco, die zijn nu op de slaapkamer van onze zoon. En alcohol is er niet meer bij, die heeft plaatsgemaakt voor de papfles.

Bovenstaande foto is van Stach. Trots voorop de fiets bij papa. Ergens halverwege de ochtend. In mijn vorige leven zou ik tot dat moment niets anders hebben gedaan dan koffie zetten en misschien, heel misschien een wasje. Tegenwoordig heb ik ons muisje dan al vaker verschoond dan me lief is, meer van Nijntje gezien dan dat ik zou willen, talloze torens gebouwd, fruit geschild en gesneden, boterhammen gesmeerd, in moordend tempo mijn haar gewassen zodat de kleine geen zeep in zijn oogjes krijgt en gewacht tot de supermarkt open was gegaan. Inderdaad, de Christusvroege openingstijd van de supermarkt is nu halverwege mijn ochtend. Ik heb serieus al eens staan wachten, tussen de werkelozen uit de wijk. Bizar.

Als Stach tegen het einde van de ochtend aan zijn middagslaapje begint ga ik er stiekem het liefst naast liggen. Sterker nog: ik breng de zaterdagmiddag tegenwoordig zo’n beetje altijd slapend door. En als ik ‘m dan na een uurtje of twee hoor rommelen in zijn bedje moet ik eerst diep ademhalen en flink zuchten. Voor eventjes dan maar, want zo gauw ik dat blije hoofd boven zijn bedje uit zie steken is alles heus weer de moeite waard. En het idee dat dit de komende zestien jaar zo blijft geeft ook wel wat rust. Van de broodtrommel inpakken tot bezorgd opblijven tot ie thuiskomt van het stappen, ik ben er geloof ik klaar voor.

Plaats reactie