De Jeugd van Tegenwoordig.

D

Fossielen van mijn leeftijd en alles daarboven kennen de tekst van Willy Alberti nog wel. ‘Niemand laat zijn eigen kind alleen, je bouwt het liefst een muurtje om haar heen’, zong ie in een liedje met zijn dochter Willeke, toevallig uitgebracht in mijn geboortejaar 1983. Ik had nooit kunnen vermoeden dat ik die woorden zevenendertig jaar later pas echt zo begrijpen en sterker nog: liever ga ik nu nog met die bakstenen aan de slag, of beter nog: een ketting. Alles om ervoor te zorgen dat ik precies weet wat mijn zesjarige zoon denkt en doet en vooral: dat hem absoluut niets overkomt. Gelukkig weet ik me te beheersen en bestaat dat ijzeren ouderschapsgordijn alleen in mijn hoofd.

Het begon al toen Stach een paar uur oud was. Terwijl ik me vroeger urenlang in een soort comateuze toestand kon begeven als ik sliep, hoor ik sindsdien elke piep en ieder zuchtje van ons kind. Inmiddels kan ik er prima mee omgaan, maar in die eerste weken en maanden dacht ik bij elk hoestje dat ons wondertje zou komen te overlijden. Dát denk ik tegenwoordig niet meer, maar de angst dat hem iets zou kunnen overkomen grijpt me nog wel regelmatig naar de keel. Zeker nu hij de leeftijd begint te krijgen waarop ie daadwerkelijk een eigen willetje heeft en erger nog: me voor steeds minder dingen nodig heeft. Zijn eigen vriendjes, behoefte aan privé-tijd en vaak niet willen delen van zijn gedachtegangen met die bemoeizieke vader van hem. Frustrerend genoeg óók nog eens honderd procent herkenbaar, dus begrijp hem volkomen. Blij word ik er echter niet van.

Interesse in sport had ik nooit, tenzij je het zo snel mogelijk leegeten van een zak chips omdat je de Flippo-verzameling compleet wilde hebben meetelt als activiteit.

Mijn ouders hadden met mij hetzelfde te stellen denk ik. Opgroeiend tot de volwassen bloem die ik ben geworden wilde ik vrij snel alles zelf kunnen doen. Omdat ik zelfstandig wilde zijn, maar óók omdat ik ze al vanaf vrij jonge leeftijd niet met mijn sores wilde belasten. Daarom deed ik mijn best op school, wist ik al vrij snel wat ik wilde worden, maar had ik ook nauwelijks vriendjes en bracht ik de meeste uren van mijn tienertijd alleen op mijn kamertje door met het non-stop herbekijken van The Golden Girls. Interesse in sport had ik nooit, tenzij je het zo snel mogelijk leegeten van een zak chips omdat je de Flippo-verzameling compleet wilde hebben meetelt als activiteit. Echte hobby’s had ik ook al niet echt, met moeite werd ik uiteindelijk op toneel gesleurd waar ik toch enorm mij ei in kwijt kon. De verplichte nummertjes zoals zwemles vond ik één van de ergste dingen die me konden overkomen en dus was ik dolblij dat ik na het met hangen en wurgen halen van mijn A-diploma níet verder hoefde te gaan. Dat ik me dertig jaar later nog steeds enorm kan generen om het feit dat ik niet kan duiken, besefte ik me toen niet echt. Dát is met zoonlief wel anders. Die duikt letterlijk vol enthousiasme zijn zwemles tegemoet, speelt het liefst elke middag met een ander vriendje of vriendinnetje en wil als ie de kans zou krijgen overal ‘op’. En dus begeef ik me op een mentale T-splitsing waarbij ik Stach álle kansen van de wereld wil geven, maar ook bang ben dat we hem overvragen of, daar is ie weer, dat hem iets overkomt.

ik zou het kind sowieso het liefst alleen nog maar volgeplakt met kussens de deur uit willen laten gaan, maar dat is ook gek. In plaats daarvan accepteer ik gewoon maar dat het een irreële angst is en dat ik simpelweg bang ben om hem los te laten.

Natúúrlijk ben ik gillend trots op hem als ie zelfstandig op zijn crossfiets de meest halsbrekende toeren uithaalt en daar van geniet. Maar ik zie alleen ál die andere auto’s in de buurt en de enge stoeprand die ineens veel hoger lijkt te zijn dan toen ik er een paar uur daarvoor met de hond nog overheen liep. Mijn hart warmt helemaal op als ik Stach in zijn fantasierijke wereld de meest heldhaftige verhalen hoor verzinnen tijdens het vuurtje stoken in de tuin en ondertussen overal grote takken vandaan sleept om in de vlammen te gooien. Maar dat gevoel komt nogal op de achtergrond omdat ik óók non-stop bedenk waar het dichtstbijzijnde blusdeken zich bevindt en of het raar is als ik die uit voorzorg gewoon vast om hem heen zou willen. Overigens zou ik het kind sowieso het liefst alleen nog maar volgeplakt met kussens de deur uit willen laten gaan, maar dat is ook gek. In plaats daarvan accepteer ik gewoon maar dat het een irreële angst is en dat ik simpelweg bang ben om hem los te laten.

Ik wil namelijk dat als Stach niet alleen nu, maar ook als ie niet meer zo’n klein aapje is, zijn eigen conflicten kan oplossen. Dat ie kan samenwerken met anderen, weet te onderhandelen en ook weet wat competitie is, zonder alles op een presenteerblaadje aangereikt te krijgen. En ik wens hem vooral een toekomst waarbij hij blijft doorzetten, ook als het af en toe tegenzit. Dat is namelijk altijd mijn grootste probleem geweest, nu nog steeds trouwens. Logisch misschien ook, want als het vroeger niet ging zoals ik wilde dat het liep, ging ik naar mijn kamer en had ik alleen mezelf als klankbord. Dat ga ik dus ánders aanvliegen heb ik besloten: zoonlief zoveel mogelijk zijn eigen gang laten gaan, hem helemaal kapotknuffelen als ie valt of verdrietig is en hem vooral zo lang mogelijk kind laten zijn. Ik wilde op zijn leeftijd namelijk al volwassen zijn, news flash: zo enorm leuk is dat niet altijd.

Van ons mag ie dus alles proberen wat ie wil. En dat is anno 2020 nogal wat. Zo brengt ie elke dinsdagmiddag extra lang op school door omdat ie via allerlei proefjes en andere wetenswaardigheden wil leren over scheikunde. Om vervolgens thuis met flessen olijfolie, water en zout zijn eigen brouwsels te maken. Enorm veel tijd heeft ie daar overigens niet voor, want op diezelfde middag volgt ook nog pianoles. Niet iets waar ie zelf énorm om stond te springen, maar wat wij belangrijk vonden om ‘m in ieder geval kennis mee te laten maken. En wat denk je? Hij vindt het nog leuk ook, alleen dat oefenen heeft ie nog niet zo’n zin in, daar werken we nog aan. Dan is er dus nog die zwemles en zijn er verschillende naschoolse speeldates in de week. Kleine Eric zou er spontaan een jeugdige burn-out van hebben gekregen, maar onze zoon klapt alleen maar uit elkaar van enthousiasme en energie.

Dus doe ik het enige waarvan ik denk dat het goed is: loslaten. Steeds een beetje meer en stapje voor stapje. Omdat ik weet dat ie daar een moedige, niet-bange, zelfverzekerde en minder kwetsbare of impulsieve volwassene van zal worden ooit. Stiekem doe ik -als ie dat toelaat tenminste- het liefst zo vaak mogelijk met hem mee. Om toch nog een beetje van die onbezorgde jeugd mee te snoepen.

Illustratie: Studio Zaterdag

 

2 reacties

  • Wat leuk Eric om jou verhalen te lezen .
    Vooral ook omdat ik uit Hummelo kom en jou zoon Stach ken ..nou jou kennen hij zit bij mijn klein dochter in de klas.
    Ik vind het wel leuk om jou te volgen met jou verhalen..

  • XXX Komt me bekend voor jongen. Als ouder doe je je best en hoopt dat dit ook voor je kind het best is. Pas later zal je zie of dat ook zo was. En de waarheid is dat er altijd wel iets is wat je beter of anders had kunnen doen. Maar zolang je altijd alles met liefde gedaan hebt zal je kind dat begrijpen. Love you! XXX

Sjieke Spam

Een vorstelijke behandeling krijgen als lezer? Dat kan! Schrijf je in en ontvang direct een mailtje als een nieuwe column het levenslicht heeft gezien...

Koninklijk Archief