De Boer Op.

D

Een huisje op zo’n schraal bungalowpark ergens in de provincie. Daar betaal je normaal gesproken de absolute hoofdprijs voor en daarom houdt de Hollandse zuinigheid me op regelmatige basis tegen om zo’n plekje voor mezelf te boeken. Gelukkig was daar ineens de alsmaar voortslepende pandemie en verdwenen die kansloos hoge bedragen als sneeuw voor de zon. En dus zit ik nu voor de tweede keer in drie maanden tijd te schrijven vanuit mijn allereigenste zespersoonscottage op een willekeurige Landal. Uiteraard met alle gordijnen dicht en kaarsjes aan, om toch nog enige vorm van gezelligheid en sfeer in deze thuisloze triestheid te pompen.

Eerlijk is eerlijk: misschien is het financiële plaatje niet helemáál de reden dat ik nu pas een tijdelijk plekje voor mezelf heb gezocht. Het voelt toch een beetje als een mislukking, dat ik het niet kan opbrengen om vierentwintig uur per dag om mijn gezinsleden plus hond te zijn. Hoewel dit euvel zeker in deze tijd bij talloze gezinnen voorkomt en ‘t gewoon de waarheid is, blijf ik mezelf toch een vreemde eend in de bijt vinden. Een beetje op z’n Amerikaans: not the marrying type zeg maar. Behalve dat ik wél getrouwd ben. En bewust met m’n volle verstand voor een kind gekozen heb (zo makkelijk ging dat namelijk niet in ons geval). Maar nu dus op een punt terecht ben gekomen waarbij dat bestaan niet altíj́d tot mijn basisbehoeftes behoort.

zoonlief heeft het in mijn gezicht boeren tot ware kunstvorm verheven. De eerste keer kan ik daar nog om lachen, maar na de zoveelste uiting van lichaamsgassen in mijn aura, slaan al mijn stoppen door.

Als een soort tikkende tijdbom ziet mijn leven thuis er vrijwel iedere week hetzelfde uit. Na een paar dagen alleen begint alles rustig en rein. Ik vind iedereen keilief, maar binnen no-time vertonen de eerste barstjes zich al. Dat begint bij het gedrag van de twee alfamannetjes waar ik mee samenwoon. Die er -sowieso al tot mijn grote irritatie- geen enkel probleem mee hebben om zich boerend en schetend om me heen te begeven. Sterker nog: zoonlief heeft het in mijn gezicht boeren tot ware kunstvorm verheven. De eerste keer kan ik daar nog om lachen, maar na de zoveelste uiting van lichaamsgassen in mijn aura, slaan al mijn stoppen door. Een vlieger die overigens óók opgaat voor ieder ander geluid of welke activiteit dan ook. Als ik in de flow zit waarbij ik enkel nog maar alleen wil zijn, is een simpele ‘goedemorgen’ al genoeg om me volledig over de flos te krijgen. Of een schuivende stoel over de vloer. Ik wil weg. Geen énkele invloed van wie of wat dan ook op mijn dag, dat is de enige wens. En dan weet ik natúúrlijk ook wel dat die ene scheet het verschil niet gemaakt heeft. De hoofdschuldige van de ellende is my stinky attitude.

De paniek en angst knijpen in één klap mijn keel dicht en elk gevoel van passie en plezier is bij binnenkomst van m’n gezin door diezelfde voordeur ontsnapt.

Na het vervolgens vijf hele dagen bivakkeren tussen de grauwe gordijnen en dito deurkozijnen komt het moment dat ik me enigszins eenzaam begin te voelen op het zogenaamde plezierpark. Alleen is dan toch maar alleen en hoe handig de hond die ik als wandelend fitnessapparaat heb meegenomen ook is, echt terugpraten doet ie niet. Gelukkig maar. Dus als het huisje voor zes uiteindelijk in het weekend niet meer één, maar drie bewoners telt, voel ik me in eerste instantie weer herboren en compleet. Tot de ultieme stress zich binnen een vrij beperkt tijdsbestek door al mijn aderen weet te verspreiden. Alle geluiden komen weer knetterhard bij me binnen, de met zorg opgebouwde rust lost pardoes op in de lucht en zelfs het met een millimeter verplaatsen van een kaars door zoonlief kan me in een staat van schuimbekken slepen. In een tijdbestek van enkele seconden kan ik me absoluut niet meer herinneren waarom ik überhaupt niet all the time alleen ga zijn. De paniek en angst knijpen in één klap mijn keel dicht en elk gevoel van passie en plezier is bij binnenkomst van m’n gezin door diezelfde voordeur ontsnapt. Al laat ik daar voor de buitenwereld natuurlijk zo lang mogelijk helemaal níets van merken.

Begrijp me niet verkeerd, ik wil niets liever dan oud en grijs worden met mijn geliefde en ons mensenkind aan m’n zijde. Maar ik vind het wellicht een rustgevend idee als dat in aparte huizen gaat zijn. Met m’n eigen rotzooi om me heen, zonder dat eeuwige schuldgevoel omdat ik negenennegentig procent van de tijd chagrijnig en schreeuwend door mijn dagen stap. Tegelijkertijd kan ik dan meteen het nachtdier in mezelf vrijlaten zonder consequenties. Dus gewoon om drie uur naar bed omdat ik dan tot leven kom en pas rond lunchtijd aan de dag beginnen. Ochtenden zijn wat mij betreft sowieso zwaar overrated. Een functie als parttime partner en papa zou ik ergens wel ambiëren vrees ik dan. Zoals na een echtscheiding eigenlijk, maar dan zónder de daadwerkelijke echtscheiding. Af en toe een dagje met zoonlief, een aantal avonden in de week samen eten, hier en daar een sleepover, maar als de letterlijke en figuurlijke darmgassen me uiteindelijk tóch te verstikkend worden, lijkt het me ultiem fijn om weer naar mijn eigen grot te kunnen terugkeren.

Maar ja, hoe werkt zo’n latrelatie plus kind in de praktijk dan eigenlijk? Levert het voor ons allemáál bepaalde rust op? Komt er niet ineens enorm veel op de schouders van mijn teerbeminde terecht? Heeft zoonlief enige baat bij de verkapte vorm van co-ouderschap en hoe kom je ooit nog tot eenheid als je juist meer afstand creëert? En ook -hoewel ik me daar niet mee bezig wil houden, maar doe het toch- denk ik alleen maar aan de mening van de buitenwereld. Het gros van de tijd voel ik me al als de meest slechte echtgenoot en vader ooit, hoe gaat het mezelf fysiek verwijderen van m’n gezin daar op enige wijze positief aan bijdragen? Daar kan ik kort over zijn: waarschijnlijk krijg ík mezelf terug. De rustige, stressvrije en creatieve Eric. In plaats van de chagrijnige, woedende en eeuwig gehaaste maniak die zich nu op dagelijkse basis in mijn fysieke verschijning op onsubtiele wijze heeft verstopt. En dat resulteert dan wellicht in meer kwalitatief fijne momenten als ik er wél ben, in plaats van de non-stop in mineur verkerende kwantiteit van tegenwoordig.

Voorlopig neigt de ouderwets denkende boerenpummel in mij nog dat alles bij het oude moet blijven. Wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten, dat idee. Maar ook dát is weer een gedachtegang die ik mijn gezin niet gun, zij hoeven niet de blaren in het leven te zijn. Hoeveel vieze luchtjes er ook soms tot m’n grote ongenoegen ook uit hun billen ontsnappen. Het ligt aan mij dat het klassieke gezinsleven vaak niet voor me werkt, dus moet ík daar ook een weloverwogen beslissing over nemen vind ik. De gevolgen daarvan dragen we dan wél weer met z’n allen, dus zo simpel is het allemaal niet. Die lockdown lijkt gelukkig voorlopig nog wel in lengten van dagen te gaan duren, dus kan ik de komende maanden best een aantal keer gierig en goedkoop proefdraaien. Een beetje rust is af en toe namelijk oprecht heerlijk. Maar is het ook daadwerkelijk mijn redding? Tijdens de scheepsladingen me-time die nog voor me liggen kom ik vást snel tot de conclusie dat ik mezelf tot de orde moet roepen en geen poep moet praten. Ik hoor bij mijn gezin. Altijd. Einde bericht. Maar voor nu steek ik snel nog even de thuis ultiem verboden geurkaarsen aan. Mijn negatieve aura verdrijven ze misschien niet, een lekker luchtje is het tenminste wel.

Illustraties: Studio Zaterdag

4 reacties

  • Je komt hier doorheen Eric. Je weet ons te vinden als je wil praten. Koppie op en knokken voor en met je gezin. De lockdown gaat voorbij. Er zijn zoveel dingen om wel gelukkig te zijn.
    Wij houden van jullie. Liefs ons♥️♥️♥️

  • één advies wat ik je zeker wil geven is dat je in crisistijden nooit zulke grote ingrijpende beslissingen moet nemen. Die worden dan alleen maar gevoed door hoe je je nu voelt en niet door de realiteit. En dat is niet zoals je zou willen. Dergelijke ingrijpende beslissingen lossen het probleem namelijk niet op, dat is alleen maar symptoombestrijding om het zo maar te noemen. Maar de gevolgen zijn zo groot dat je die ook niet wil.
    De lockdown maakt het allemaal niet makkelijker maar dat gaat voorbij. Zoals ik in mijn mail al schreef, zorg voor een eigen ruimte in of bij je huis, JOUW ruimte waar je niet gestoord wil worden als je even alleen wil zijn. Jouw grote liefdes weten dat dan ook en zullen dat respecteren, alles voor het goede doel immers. Voel je weer een bui aankomen, trek je dan op tijd terug voordat je bom barst. Dan ben je het misschien net voor. Al is het maar een uurtje om op te laden, het is jou plekje waar je even tot jezelf kan komen hoe lang je er ook voor nodig hebt. En dat zonder te gaan latten. Dat kan altijd nog ;o) Ik weet, het is heel lastig maar alles komt echt goed.

Sjieke Spam

Een vorstelijke behandeling krijgen als lezer? Dat kan! Schrijf je in en ontvang direct een mailtje als een nieuwe column het levenslicht heeft gezien...

Koninklijk Archief