De Bepaalde Man.

D
Als we de geschiedenisboeken mogen geloven zijn mannen eigenlijk maar goed voor een paar dingen: jagen, veel geld binnen harken, bier drinken, boeren en gefixeerd zijn op auto’s. O ja en op korte rokjes uiteraard. Een beeld wat gelukkig allang enorm achterhaald is, maar toch heeft De Man het best lastig om dat gigantische macho-imago van zich af te schudden. Want niet huilen, niet ziek zijn, meer verdienen dan je vrienden en een grotere auto hebben dan je buurman blijven toch de codewoorden der mannelijkheid.

Ik vond het maar een aandoenlijk tafereeltje toen ik mijn tweejarige zoon en zijn beste vriendje aantrof op de glijbaan van de speelplaats van het kinderdagverblijf. Niet alleen omdat ze zo zoet aan het spelen waren, maar omdat er bij allebei een schattig, klein staartje op hun wilde haardos prijkte. Een welkome afwisseling tussen het geweld van graafmachines, schaafwonden en auto’s waar het alle andere keren tijdens het ophalen na een dagje spelen om draait. Want qua lompheid en het clichématige idee van wat een jongetje hoort te zijn hebben we het wel getroffen met die van ons. Met poppen en de kleur roze heeft ie namelijk helemaal niets, de liedjes van K3 kan ie nog net accepteren, dus de extreme trotsheid die zoonlief beleefde door dit staartje vond ik prachtig.

Zijn vader, hij heeft er twee, dus ik heb het nu over mezelf, staat met zijn drieëndertig jaar op de teller nog steeds in het leven zoals het volgens de bekende geschiedenisboeken zou moeten zijn. Oké, ik ben getrouwd met een man, dat is behoorlijk hip. We hebben een geweldige zoon met een fantastische moeder, ook heel erg modern family. Maar in alle andere gevallen neem ik het aloude spreekwoord ‘spreken is zilver, zwijgen is goud’ heel graag ter harte. Ik vind dat je als man niet hoort te klagen, gewoon je bek moet houden en alles zelf maar op dient te lossen. Problemen in de slaapkamer, in je hoofd, of medisch gezeik, daar praat je als man niet over. Punt. Maar ja, als die problemen dan écht boven je hoofd groeien, wat moet je dan doen? Ik zou in staat zijn om met een knettergrote hersentumor door te blijven lopen, omdat ik te eigenwijs ben om bij een huisarts aan te kloppen. Sterker nog: ik zou het niet eens aan mijn eigen man vertellen uit angst dat ie me dan zou dwingen.

Gek eigenlijk, dat de maatschappij zo aan het veranderen is en dat ik ondanks mijn levensstijl qua gedachtegang niet meebeweeg. Een beschermende, zorgende en inspirerende rol, zoals mijn man dat doet, dat wil ik ook. Geen beslissingen meer nemen zonder er echt bij stil te staan en eindelijk eens fatsoenlijk leren eten in plaats van een verlepte vrachtwagenchauffeur. Of eindelijk eens iemand zijn waar mijn vrienden op kunnen bouwen, onvoorwaardelijk. Een echtgenoot en vader die er honderd procent van de tijd is, in plaats van de twintig procent van nu. Wat wil ik qua werk? Qua wonen en qua toekomst? Verder kijken dan tot na de lunch. Eindelijk zélf eens die beslissingen maken, in plaats van zo lang wachten tot iemand anders het al voor je gedaan heeft. Oef, het valt niet mee om uit dat vastgeroeste rolpatroon te stappen, maar dat het mogelijk is weet ik zeker, ik word er namelijk elke dag naast eentje die het wel kan wakker.

Plaats reactie

De Archiefkast