Bradley Cooper.

B

Een uit de Achterhoekse klei getrokken mediajongetje. Zo omschrijf ik mezelf het allerliefste en het klopt ook gewoon als een bus. Ook toen ik het oosten van het land jarenlang fysiek had verlaten, bleef ik toch altijd een kleine boer in de magische grotenmensenwereld. En nu ik sinds een paar jaar toch weer ben teruggekeerd in die Achterhoekse klei is er niets veranderd. En ik kan je melden: er is bijna geen grote tegenstelling te vinden dan mijn werkende leven en dat van thuis, een onwijze verademing, elke dag weer.

Begrijp me niet verkeerd, ik ben dol op Amsterdam, die gekke televisiebusiness waar ik altijd onderdeel van wilde zijn. Maar ik haal toch altijd weer opgelucht adem als ik die drukte achter me kan laten en via de snelweg het groen van thuis tegemoet rijd. En ik zie het ook als twee compleet andere entiteiten, op mijn werk ben ik de vrolijke en hysterische Eric, terwijl ik thuis -net zoals iedereen- voornamelijk de papa, echtgenoot, buurman en schoolpleinvader probeer uit te hangen. Maar zo heel af en toe lopen die werelden nogal eens door elkaar heen.

Het voelt heel bizar en surreëel om vanuit mijn rommelige huis met Lisa Kudrow te praten via een computer, terwijl ik mijn kind vanaf een verdieping hoger hoor zingen.

De coronacrisis heeft namelijk veel ellende gebracht, maar het brengt de verschillende velden waar ik me in begeef soms enorm dicht bij elkaar. Zo zit ik regelmatig in mijn onderbroek met een net bloesje erboven live voor een miljoen tv-kijkers te kletsen met de studio van RTL Boulevard. Mijn telefoon provisorisch op een stapel boeken geklemd en een tafellaken of kookshort voor het raam om de heftigste zonnestalen tegen te houden. Of ik schrok mijn avondeten zo snel mogelijk naar binnen, omdat ik me klaar moet maken voor een interview met een Amerikaanse filmster. Normaal gesproken een heel ding, daarvoor reis ik af naar Londen of Los Angeles, maar nu dus gewoon aan de keukentafel.

Behalve dat ik mezelf nog steeds elke keer knijp als ik bedenk wat voor toffe dingen ik meemaak, heeft dat reizen ook wel wat: het creëert afstand van thuis. Alsof het een droom is. Het voelt nu namelijk heel bizar en surreëel om vanuit mijn rommelige huis met iemand zoals Lisa Kudrow (Phoebe uit Friends, red.) te praten via een computer, terwijl ik mijn kind vanaf een verdieping hoger hoor zingen. Toch anders dan tijdens een groot persevenement in Amerika. Maar het geeft óók veel meer rust en minder zenuwen: ik ben geheel mezelf en de sterren ervaren datzelfde, die zitten ook gewoon lekker thuis op hun favoriete stoel steeds dezelfde vragen te beantwoorden. Zo werd ik vorige maand nog gewoon ‘The Netherlands Bradley Cooper’ genoemd tijdens een interview met de Amerikaanse acteur Jimmy O. Yang uit de Netflix-serie Space Force. Ik reageer vrij opgelaten en lacherig, maar was natuurlijk zwaar vereerd. En: ik kon het daarna meteen jubelend aan manlief op de bank vertellen, in plaats van toch een tikkeltje eenzaam naar een hotelkamer aan de andere kant van de wereld terug te keren met niets anders dan slechte Amerikaanse televisie en gratis roomservice (ook totáál niet shabby overigens) om tegenaan te kletsen.

Dat switchen van die petten gaat me trouwens vaak minder goed af moet ik eerlijk bekennen hoor. ‘Jij bent toch die meneer van het Journaal?’, vroeg één van de klasgenootjes van zoonlief bijvoorbeeld. Ik mompel dan een voorzichtige ‘zoiets’, om daarna meteen weer door te gaan tot de orde van de dag. En toen een onwijs enthousiaste medewerkster van de plaatselijke bakkerij me met een ‘O jij bent Eric van de televisie’ begroette, kromp ik in elkaar en kon eigenlijk alleen maar ‘één Vezelbrood alsjeblieft’ uitbrengen om me vervolgens zo snel mogelijk uit de voeten te maken. En vorige week mocht ik mijn allereerste handtekening uitdelen voor de plaatselijke supermarkt. Met ongewassen en warrig haar en mijn joggingbroek nog aan. Ja, ik ben gigantisch trots op mijn werk en de dingen die ik heb bereikt, maar als ik ‘thuis’ ben hoeft eigenlijk niemand het daar over te hebben, dan bestaat het niet. Ik ben daar misschien een tikkeltje te naïef in nog. Positieve kanttekening daarbij is wél dat ik in ieder geval nóóit naast mijn schoenen ga lopen. Dat zit überhaubt al niet in mijn aard, maar niets houdt je met beide voetjes op de grond als onderdeel zijn van een geoliede gezinsmachine. Ook al zou ik de president van Amerika interviewen (staat níet op mijn wensenlijstje overigens), voor mijn kind is het vooral belangrijk dat ik af en toe op tijd thuis ben om een verhaaltje voor te lezen in bed. En manlief stelt het dan weer enorm op prijs als ik mijn verantwoordelijkheden thuis serieus neem: de hond uitlaten en zorgen voor genoeg proviand in de voorraadkast. Zaken die ik ontiegelijk serieus neem, want bij de televisie werken was misschien één droom, een gezin vormen was die andere. En dat díe droom daadwerkelijk uitgekomen is, geeft godsgruwelijk veel rust en ben ik elke dag nog het meest dankbaar voor. Bradley Cooper-looks of niet.

 

Illustratie: Studio Zaterdag

Plaats reactie

De Archiefkast