Als je Slaapt.

A

Als pasgeborene doe je niet anders. Als kind vecht je er steeds tegen, omdat je wilt blijven spelen. Als puber ga je maar door, het kan dan namelijk altijd later nog. Als volwassene snak je ernaar, als ouder ben je blij met iedere minuut die je maar kunt krijgen. En op een dag, dan is het voor altijd. Dan doe je je ogen nooit meer open en slaap je maar door. En door. En door. Het liefst als oud en verschrompeld persoon, het leven geleefd.

Wakker worden was altijd mijn minst favoriete moment van de dag. Tuurlijk, blij dat ik het werd, maar altijd te vroeg. Tegenwoordig vind ik het fijn, omdat ik niet meer met een schreeuwerige wekker de ochtend begin, maar met jouw geklets. Soms roep je ons, maar meestal ben jij je dromen aan het delen met Aap en Dino. Je knuffelige slaapmaatjes. Ik laat je eventjes gaan en na een tijdje kom ik je halen zodat je nog even bij je papa’s in bed mag.

Maar vandaag niet. Vandaag werd ik wakker van licht. Helaas niet die van de opkomende zon, maar van m’n iPhone die het ene na het andere pushberichtje de wereld in slingert over de zoveelste terroristische aanslag, deze keer in het Franse Nice. Tijdens de viering van hun vrijheid in het hart getroffen, wederom. De filmpjes en foto’s komen in een roes aan me voorbij. Als verdoofd bijna. Maar er komt één foto hard binnen. Die van hierboven. Die van dat kindje. Onder een doek. Met zijn of haar pop naast het koude lijfje. Hartstikke dood. Samen met papa en mama misschien. Of oma. Of opa. Of een totale vreemde die net als jij barbaars met een vrachtwagen omgeploegd werd om hun ogen daarna nooit meer open te doen. Niet omdat ze dat wilden, of dat ze klaar waren met hun lange leven, gewoon, zomaar. Door een gek. Het blijft niet te bevatten, hoe vaak het inmiddels ook gebeurt.

Ik loop naar je kamertje en tref je lachend en kirrend aan. Met Dino en Aap stevig tussen je armpjes geklemd, alsof je leven ervan afhangt. Ik lach ook, maar er valt tegelijkertijd een traan op je matras. Ik til je uit bed en zo hard als ik maar kan druk ik je tegen me aan en neem ik je mee naar onze kamer om nog even verder te slapen. En te dromen. En vooral om te vergeten in welke nachtmerrie we met zijn allen terechtgekomen zijn. Want alles is weer gewoon eventjes goed als je slaapt. In welke omstandigheden dan ook.

Plaats reactie

De Archiefkast