Allemaal Show.

A

Ieder kind is godzijdank gezegend met een behoorlijke portie fantasie. Die rijke belevingswereld zorgt ervoor dat feit en fictie als een soort spinnenweb door elkaar lopen. Naast schattig en aandoenlijk, kán dat ook een heerlijke uitweg zijn als de werkelijkheid van je jonge bestaan te heftig is om te verdragen. Zo dwaalde ik altijd af naar allerlei droomwerelden toen ik me als tienjarige Eric afvroeg wat er in hemelsnaam mis met me was waardoor mijn vader niet meer van me hield, besloot weg te gaan en voor mijn gevoel nooit meer echt om wilde kijken. Of dat ik me vervolgens gevoelsmatig als de man in huis moest gedragen. Waardoor ik voelde dat de verantwoordelijkheid voor het geluk en blijdschap in ons gebroken gezin op mijn kleine schoudertjes terechtgekomen was. Uiteraard was ik vooral intens verdrietig, verloren en eenzaam. Maar dat begroef ik ergens in mijn hoofd, want ik was tenslotte toch degene die niet mocht huilen, het was al treurig genoeg voor de rest.

Aan de buitenkant was ik de stoere, blije en succesvolle Eric die zijn best moest doen, van binnen verstopte ik met alle kracht die ik kon verzamelen mijn angsten en boosheid.

Zonder dat ik óóit met iemand over mijn diepste vrees praatte, begon ik mezelf steeds verder te begraven in een wereld die veiliger en verdraagzamer leek dan degene waarin ik daadwerkelijk leefde. In een bijna filmische beleving voerde ik gesprekken met imaginaire vriendjes, maar ook tegen mijn knuffels die ik tot sint-juttemis allemaal in mijn bed liet slapen. De kamer die ik op zolder had geconfisqueerd werd elke dag meer een veilige haven. Vol spulletjes waar niemand aan mocht komen en waar ik alleen kon zijn met mijn bangigheid en griezelige gedachtegangen. Soms was het zó enorm fijn in die eeuwigdurende fantasiefilm, dat ik niet zeker wist of ik ooit nog wilde terugkeren naar de realiteit. Dat moest uiteindelijk altijd wel weer, dus hoe ouder ik werd, hoe extremer de verschillen tussen die twee werelden voor me werden. Aan de buitenkant was ik de stoere, blije en succesvolle Eric die zijn best moest doen, van binnen verstopte ik met alle kracht die ik kon verzamelen mijn angsten en boosheid. Dáár zat namelijk niemand op te wachten vond ik. En in dat afgezonderde gebied sprak ik een aantal dingen met mezelf af. Dat ik altijd zou zorgen voor de mensen om me heen, ook als ik zelf misschien wel de meeste hulp nodig had. Nimmer wilde ik enige vorm van zwakte of verdriet laten zien en moest ik koste wat kost voorkomen dat er ooit een moment zou komen waarbij ik afhankelijk van iemand zou worden. En wellicht het belangrijkste doel waar ik mijn zinnen op zette: geslaagd worden. Daar had ik tenminste wél de volledige controle over was in die tijd mijn mantra.

Synchroon aan deze soms ingewikkelde splitsing van mijn belevingswerelden was de opkomst van commerciële televisie. RTL 4 denderde sindsdien in zo’n beetje elk vrij uurtje via zo’n gammel en bruin ouderwets toestel m’n eenzame leven binnen. Carlo en Irene van Telekids voelden ineens als bekenden waar ik dacht wél alles aan te kunnen vertellen. De actrices op leeftijd uit The Golden Girls waren de vriendinnen die ik in het echte bestaan niet dacht te hebben. Henny Huisman, Hans Kazàn en Rolf Wouters maakten met hun grote shows dat de tv-studio’s waarin ze bivakkeerden mijn nieuwe veilige haven móesten worden als ik ooit uit dat kinderkamertje zou groeien. De door mezelf met uiterst veel zorg opgebouwde fantasiewereld maakte plaats voor een plek die echt bestond: de showbizzindustrie.

De door mezelf met uiterst veel zorg opgebouwde fantasiewereld maakte plaats voor een plek die echt bestond: de showbizzindustrie.

Ik kan het liedje van Irene Moors nog woord voor woord meezingen. ‘Soms denk je ach, ‘t is weer zo’n dag, waarom ben ik nou toch geen ster?’, ging het. ‘Met eigen shows en veel cadeaus, die wereld lijkt zo ver’, vervolgde ze. En wat me het meest bijgebleven is uit de tekst: ‘Let dan goed op want heel misschien komt je droom gewoon uit…’ Van dat laatste was geen enkel woord gelogen en aan de belofte die ik mezelf toen stelde heb ik me uiteindelijk gehouden. Want wat er ook zou gebeuren en hoe ellendig ik me soms ook nog zou voelen, ooit zou ik mijn hart volgen en op de plek terechtkomen waar ik hoorde: de televisiewereld. En dan was al het gedoe in één klap voorbij. Of tenminste de moeite waard geweest.

Dat moeten vechten voor mijn plekje op jonge leeftijd heeft me absoluut geholpen om te komen waar ik nu ben. Nooit op willen geven en een duidelijk doel voor ogen hebben sleepten me zo’n beetje overal doorheen. En omdat ik enorm sterk voelde dat er jarenlang ongewild over mijn grenzen was gegaan, ging ik me bij deze droom door niets en niemand uit het veld laten slaan. Dat was een succesvolle formule, want met inmiddels zo’n vijftien jaar televisiemaken op mijn cv heb ik elke studio van binnen gezien, zijn de jeugdhelden van weleer echte kennissen van vlees en bloed geworden en heb ik als klap op de vuurpijl een plekje vóór de camera weten te bemachtigen. Eind goed, al goed. Toch?

Nou nee. ‘Leren doe je het zo, want het is allemaal show’. De woorden van een zingende mevrouw Moors schieten weer regelmatig door mijn hoofd. Ik heb het uithangen van de hysterische kwebbelkont namelijk tot een ware kunstvorm verheven. Niet alleen op mijn werk, maar óók ver daarbuiten houd ik nog steeds een parallelle versie van mezelf in leven, waarbij verdriet, woede en zorgen nooit lijken te bestaan. Lange tijd hield ik die -net als vroeger- voor mezelf, waarbij de buitenwereld niet verder mocht komen dan mijn met uiterst veel zorg geoefende tandpastasmile. Maar er ís licht aan het einde van de tunnel, het lukt me namelijk steeds meer om bij man en kind écht mezelf te zijn. Helaas is dat toch nog vaker dan ik zou willen de uitgebluste en energieloze vaatdoek die regelmatig tot tien moet tellen om zijn geduld te bewaren en de opgekropte woede weer terug dient te stoppen in z’n hersenenhokje. Niet echt eerlijk voor de mensen thuis, dat zijn namelijk míj́n mensen. Maar het geeft wel aan dat ik de kleine en bange Eric die ik ergens nog steeds bij me draag, langzaam de nek om aan het draaien ben. Dat ik die terugstuur naar zijn kamertje om me niet langer lastig te vallen met onzinnige angsten uit het verleden, waar tóch niets meer aan te veranderen is. In plaats daarvan wil ik op mijn werk flink de showpony uithangen, maar bij m’n liefjes de echte doch ietwat beschadigde Eric zijn, die soms simpelweg een beetje verdrietig is. En die ook dán nog steeds goed genoeg is om van te houden. En om niet voor verlaten te worden. ‘Want als je maar wilt dan lukt het best neem dat van me aan’, zingt Irene. ‘Je bent heus niet slechter dan de rest, laat je nou gewoon gaan’… Zal een seintje geven als ik daar ook eindelijk écht in ben gaan geloven.

Illustraties: Studio Zaterdag

14 reacties

  • Een lach en een traan, denkend aan toen, je kamer, de ritjes naar Telekids, etc etc. Ik zou het zo weer over (maar dan iets anders) doen! 🙁 Ik hou van je xxx❤

  • Wat mooi geschreven en zo herkenbaar voor mij .
    Ook ik heb een veilige fantasie wereld voor mezelf gecreëerd als kind maar dan meer in mijn hoofd .
    Mijn vader heeft ons verlaten toen ik nog in de buik van mijn moeder zat en heeft mij dus nooit gezien of zelfs vastgehouden als baby , dat heeft mij altijd het gevoel gegeven niet belangrijk genoeg te zijn om van te houden , en dat gevoel heb ik op mijn 52e nog steeds .
    Ik was nooit knap genoeg , slim genoeg , sterk genoeg en welbespraakt genoeg het enige wat ik wel kon zijn was lief genoeg en altijd tot dienst zijn van anderen .
    In tegenstelling tot jou heb ik naar buiten toe juist een heel op de achtergrond blijvend alter ego gecreëerd , eentje die nooit iemand tegensprak en altijd dienstbaar was , alles deed wat er van hem verlangd werd zonder daarover in discussie te gaan .
    Ik was dan ook de perfecte gastheer en werknemer voor mijn vele verschillende werkgevers .
    Maar van binnen ging ik kapot van onzekerheid , verdriet en vooral heel veel angsten waarvan mijn grootste angst de angst voor het leven zelf was.
    Alle zware negatieve dingen die ik heb meegemaakt als kind en als volwassenen heb ik altijd diep weggestopt ( verkrachting als kind , verbranding door electra op mijn 5e waardoor ik een vinger ben verloren , geen vader , geweer op mijn hoofd gehad op mijn werk etc etc ) nooit heb ik ergens over gepraat en nooit heb ik daar hulp voor gevraagd , nee ik ging altijd gewoon door .
    Totdat ik op volwassen leeftijd een zware angststoornis heb ontwikkeld waarvoor ik verschillende malen opgenomen en behandeld ben geweest , ook slik ik al zo,n 25 jaar angstremmers en ben nog steeds in behandeling om te leren omgaan met mijn angst .
    Alleen in deze behandeling gaat het anders ( schema therapie) daar gaat het niet om mijn angsten maar gaat het over mijn kinder jaren ,het bange angstige jongetje welke altijd bang was om verlaten te worden door zijn moeder of zijn moeder te verliezen . Die verlatings angst heb ik later geprojecteerd op mijn partners , altijd de angst gehad dat ze mij zouden verlaten of dat ik ze zou verliezen door de dood .
    Dat bange jongetje dat alles altijd maar wegstopte ergens ver weg in zijn geheugen ( kon me ook heel lang heel weinig herinneren van vroeger ) , dat jongetje welke nooit goed genoeg was voor deze wereld en altijd maar stil in zijn eigen wereldje zat .
    En dat bange jongetje ben ik nog steeds , ik voel mij nooit een 52 jarige man die al een half leven achter zich heeft met een berg aan levenservaring .
    Ik voel me nooit gelijk aan mijn leeftijdsgenoten maar altijd de mindere.
    Durf ook nog steeds niet echt voor mezelf op te komen , ja thuis net als jij daar durf ik alles , bij mijn partner heb ik wel die grote mond en voel ik mij sterk en gelijkwaardig .
    Maar daarbuiten is het altijd lief glimlachen en vooral mensen niet kwast maken of tegen de schenen schoppen .
    Maar wat ik nu aan het leren ben is om van dat bange jongetje te gaan houden en hem te troosten .
    Tegen hem zeggen dat zijn angsten normaal zijn doordat wat hij heeft meegemaakt ( voelde mij altijd een freak ) .
    Mag hem leren om wel over zijn verdriet en woede te praten en zich te uiten en niet alles weg te stoppen .
    Maar vooral ook dat hij het recht heeft om te leven en om zijn plaatsje in te nemen op deze aardkloot.

    Maar desondanks onze verhalen erg verschillen van elkaar herken ik zoveel uit jou verhaal , en voel ook je pijn en je verdriet .
    De frustratie dat je eigenlijk zoveel mooie jaren heb weggegooid door niet je zelf te kunnen zijn .
    Maar ik merk nu dat ik steeds meer dat kleine jongetje leer te begrijpen en dat ik van hem mag gaan houden .

    Je kent me van Instagram

  • Die foto 🙂 …De Eric die ik dus dacht te kennen, mijn eerste verliefdheid op 13 jarige leeftijd hihi ..ook ik droeg veel verdriet met mij mee maar als je zo jong bent weet je nog niet dat het juist goed is om erover te praten met anderen…Goed om te lezen dat het steeds beter gaat met je. Dikke knuffel van Corinne

    • Aaaaah. Wat een lief bericht! En die vlieger gaat voor mij óók op hoor… Suf dat we ons niet eerder beseft hebben dat praten helpt. Maar hé, we zijn er uiteindelijk gekomen! En dat is het belangrijkste toch? Dikke kus! XE

      • Op die leeftijd ben je met zulke andere dingen bezig blijkbaar…onzekerheid enzo…en ondertussen is er bij elk huis een kruisje…denk dat we allebei opkroppers waren…maar eind goed al goed, het is zeker goedgekomen! Dikke kus terug!

Sjieke Spam

Een vorstelijke behandeling krijgen als lezer? Dat kan! Schrijf je in en ontvang direct een mailtje als een nieuwe column het levenslicht heeft gezien...

Koninklijk Archief