Aan de Ketting.

A

Onze zoon Stach is inmiddels negentien maanden, maar hij lijkt soms wel een eigen willetje te hebben van iemand van negentien jaar. Zo heeft hij sinds kort een ketting, een prachtig exemplaar, zo een met houten kralen. Er hing in eerste instantie ook nog een koe aan, maar die heeft na ongeveer een halve dag het bijltje erbij neergegooid en ligt ergens weg te rotten in een stoeprand. Maar die ketting dus, zoonlief is er helemaal verslingerd aan. Sterker nog: hij gaat het huis niet uit zonder de houten kralen om zijn nek. Een zeer aandoenlijk tafereeltje, zeker omdat hij vol trots zijn buik uitzet, dus hij op een soort pimp lijkt, met een houten in plaats van een gouden ketting en zonder sigaar en bitches uiteraard.

Eerlijk is eerlijk, het gaat soms door mijn hoofd: een jongetje met een ketting. Mijn zoon met een ketting, kan dat wel? Een gedachtegang die te bizar voor woorden is, dat weet ik heus wel. Want A) ik speelde vroeger met poppen en liep op mijn moeders hakken en ik ben prima terecht gekomen, en B) tuurlijk weet ik heus wel dat een ketting niks betekent en dat zowel jongens als meisjes die kunnen dragen, dûh! Maar zelfs ík denk dus na over dat soort dingen. Over de maatschappij en wat ze dan wel niet van ons zullen denken. “O zie je nou wel, die twee mannen met hun zoontje, ze trekken hem een roze broek aan! En met die ketting, jeetje”, dat soort bizarre scenario’s zie ik voor me. Nergens op gebaseerd, want het enige wat we tot nu toe op straat toegeworpen krijgen zijn meer dan liefdevolle blikken. “Niet aanstellen Eric”, noteer ik op een post-it.

In Amerika, daar hebben ze pas echt problemen. Zo’n beetje alle wetten en regels die de afgelopen jaren zijn opgebouwd om de mensenrechten te beschermen en om gelijkheid af te dwingen, worden door gelovigen massaal teruggedraaid door de Religious Freedom Restoration Act, waardoor op basis van geloofsovertuiging bepaalde diensten aan groepen geweigerd kunnen worden. Of het nou gaat om mensen met een andere huidskleur of met een andere geaardheid: in sommige staten zijn ze nog steeds van mening dat ze niet horen te bestaan en al helemaal geen gezinnen zouden mogen stichten. Homo’s zouden niet mogen trouwen, niet mogen adopteren, niets wat ook maar enigszins op hun ‘normale’ kerkelijke gezin zou kunnen gaan lijken. Eigenlijk zouden we niet eens mogen ademhalen. In Nederland heb je dat soort mensen ook op behoorlijk kleine schaal, maar hier is de wet gewoon overduidelijk: liefde is liefde en een gezin is een gezin, in welke vorm of kleur dan ook.

Wij hebben het maar goed hier met ons blije en fijne gezinnetje. En het is best goed om daar af en toe blij stil te staan. Als je boos bent over een irritant lang rood blijvend stoplicht, of als die ene fles pastasaus net uitverkocht is bij de supermarkt. Of dat je, zoals ik, tijd hebt om na te denken over wat andere mensen van je ouderschap zouden vinden. Het kán tenminste! We kunnen ons leven leiden zoals wij dat willen en met wie we dat willen, daar lopen we in Nederland maar mooi mee voorop. En liggen we goddank niet, zoals in Amerika en meer dan genoeg andere landen, aan de ketting.

Deze column verscheen ook online bij Fabulous Mama & Family op 11-04-2016.

Plaats reactie

De Archiefkast