Zelfwoorden.

Z

Het aantal zelfdodingen is vorig jaar afgenomen in Nederland. En dat is fijn. Heel erg fijn. Maar ja, er zijn nog steeds een kleine 2000 mensen die jaarlijks een einde aan hun leven maken. Waar het dus gelukt is en de gedachten hebben gewonnen. Want ik durf niet eens een schatting te maken hoeveel mensen op jaarbasis spelen met de gedachte om er maar gewoon mee te stoppen. Spoiler alert: zo’n 400.000. Ik ben daar één van en vond het maar eens tijd om dit gegeven bespreekpaar te maken. Omdat het kan. Omdat het moet.

‘Ben je suïcidaal?’, vraagt mijn lief me af en toe. Toegegeven, het is toch een minder leuk om dat naar mijn hoofd geslingerd te krijgen dan ‘wat zullen we eten vanavond?’ of ‘zal ik die blouse niet even strijken voordat je de deur uit gaat?’, maar het is nu eenmaal een relevante opmerking. Helaas. Een echt en oprecht antwoord komt er niet. Of in ieder geval niet meteen.

Zijn vraag raakt me overigens wel hoor. Net zoals de bijbehorende bezorgde blik in z’n ogen. Die prachtige ogen. Ergens. In mijn holle borstkas waar mijn hart momenteel alleen maar zit om bloed door mijn lichaam te pompen om me in leven te houden, de rest van de functies lijken uitgeschakeld te zijn. Net als alle andere emoties in het bestaan trouwens. Op sommige dagen zijn er een paar momenten waar ik oprecht iets voel: als ik de douche op de warmste stand zet ver voorbij het rode streepje en het water voelt als kokend hete messen die door mijn lichaam snijden, of door een aansteker onder mijn voet te houden, net zo lang tot er een prikkel naar mijn hoofd gaat. Niet ideaal of fijn, maar tenminste íets. Ik weet niet meer zo goed waarom ik elke ochtend opsta, sterker nog: ik word na het afgaan van de wekker boos en verdrietig omdát ik weer wakker ben geworden. In donkere periodes ga ik elke avond naar bed met maar één wens: hopelijk is dit de nacht waarop mijn hart besluit het op te geven. Dat ie uitgeput is van ’t rondpompen van dat bloed, zonder enig gevoel van liefde, compassie, empathie of geborgenheid te kunnen voelen. Of erger nog: te geven.

Wil ik dan daadwerkelijk dood zijn? Nee, dat wíl ik niet. Ik houd van leven en daar elke dag het beste uit proberen te halen. In basis. Naar het hoogst haalbare streven. Voor mijn gezin, in mijn carrière en voor mezelf. Trots zijn op mezelf. Lief zijn voor mezelf. Goed voor mezelf zorgen. Daar ben ik echter en helaas nooit een held in geweest, maar de laatste maanden lijkt het in een stroomversnelling steeds meer bergafwaarts te gaan. Zo erg zelfs, dat ik al het moois dat ik mijn gekke leven heb opgebouwd, niet meer zie. Een blinde vlek. De lieve lach van mijn geliefde die me ondanks mijn constante geschreeuw en geïrriteerde buien blijft verwelkomen. Of de zee aan liefde die onze zoon me dag in dag uit weer geeft. Zijn schreeuw om aandacht en zijn constante verbale en non-verbale communicatie die me laten zien dat hij me nodig heeft. Alsof ie wil zeggen: ‘je knijpt er niet tussenuit hoor’, het schaapje.

Ieder moment waarbij we met zijn drietjes zijn gaan er twee gedachten door mijn hoofd: de eerste is dat ik het niet verdien dat er mensen van me houden. Dat er mensen zijn die om me
lachen, het fijn vinden om bij me te zijn, zelfs als ik niet perfect ben. Die mensen vind ik dan stom. Dom. Oenig. En de andere gedachte is een soort droombeeld van
mijn echtgenoot samen met zoonlief. Zonder mij. Waar alles beter lijkt te zijn ineens. Hij heeft nog maar één ouder, maar wel een stabiele waar hij op kan rekenen. En die daadkrachtig is. Niet zo enorm bezig is mijn zijn eigen problemen als ik, die elke zucht om aandacht als iets irritants ziet. En ik wil dat mijn liefje verlost is van mijn onvoorspelbare grillen, mijn empathieloze zijn, mijn emotieloze gedrag en mijn beperkte vermogen om mezelf bloot te geven. Het gevoel dat ze beter af zijn zonder mij gaat door elke vezel in mijn lijf en op sommige dagen begin ik er zelfs oprecht in te geloven. En waar zie ik mezelf in dat scenario? Dood natuurlijk. Want ik heb mijn gezin beloofd nooit weg te zullen lopen, dus mijn enige escape is zelfmoord. Dan moeten ze me haast wel kunnen vergeven.

Rationeel gezien weet ik heus wel dat er een spook in mijn hoofd zit. Of op zijn minst een
klein draadje los. Die kennis zorgt ervoor dat ik -geheel tegen mijn gevoelens of wensen in-
elke dag weer opsta. Probeer om mijn dagelijkse leven te leiden. Naar mijn werk ga en daar de
vrolijke, onbezorgde Eric uithang. Omdat ik weet dat het moet, omdat ik vind dat ik dan
tenminste voor mijn gezin kan zorgen en omdat ik niet weet hoe anders te functioneren. Die
acties kosten me dan wel zovéél energie, dat ik vrijwel niets meer overhoud voor thuis. Om
even aan mijn lief te vragen hoe het gaat. Om ‘m echt vast te houden als hij verdrietig is. Om hem te helpen om de dag door te komen. Of om oprecht te laten zien dat ie mijn ware liefde
is. Ik heb er de kracht niet voor. Daarnaast weet ik simpelweg niet waar ik zou moeten
beginnen. De enige oplossing die ik ken voor een slechte dag is jezelf opsluiten in een
donkere kamer en hopen dat het zo snel mogelijk overgaat. Het liefst slapend. Slapen is fijn
want dan denk je niet.

Inmiddels ben ik 36 jaar oud geworden. Dat is niet alleen meer dan ik ooit had kunnen
denken, vroeger dacht ik namelijk dat 30 wel het einde van de rit zou zijn, ik heb ook zo’n
beetje alles wat ik me zou kunnen wensen. Een prachtig gezin, een behoorlijke carrière, ook
nog eens eentje die ik altijd wilde. Ik heb mijn moeder nog en na twintig jaar is ook mijn vader eindelijk weer terug in mijn leven. Een mijlpaal zou je kunnen zeggen. Iets om trots op te zijn. Maar omdat ik er werkelijk niets bij voel of binnen laat komen, is het betekenisloos. Want waarom zou je dag in dag uit blijven vechten als er nooit concreet iets beter gaat worden? Of: dat het nooit beter voelt, want dat er dingen beter zijn geworden wéét ik echt wel. Maar bij werkelijk iedere tegenslag wil ik niet meer. Dan wil ik weglopen, stoppen of mezelf begraven. Daar kom ik uit en ga weer een paar dagen vooruit tot het volgende op mijn pad verschijnt en ik mezelf compleet verlies, geen rekening houdende met wie of wat om me heen. Alsof ik op wekelijkse basis een granaat naar de mensen die ik het liefst zie toewerp.

Heel zijn. Dat is wat ik wil. Compleet. Er bij horen. Mezelf kunnen zijn. In zo’n donkere periode vol depressies is het namelijk alsof ik vanuit een ander perspectief naar mezelf kijk. Naar een film over mijn eigen leven, zonder er actief aan mee te doen. Gesprekken
met mijn collega’s, concentratie op het werk, aandacht voor mijn gezin, het lukt me
nauwelijks. Er is namelijk niemand thuis in mijn hoofd. Ik zweef op afstand en kijk toe hoe de
hoofdpersoon in mijn film stukje voor stukje zijn perfecte leven aan het kapotmaken is.

‘Ben je suïcidaal?’, was de vraag waarmee ik dit stuk begon. Mijn antwoord is ‘soms’.  Maar ik wil niet toegeven aan de dood. Dus gaan we maar gewoon door. Met de juiste hulp. Omdat ik elke dag weer wakker word en mijn hart het nog doet. Maar ook omdat ik met de nodige cosmetische ingrepen als oud mannetje samen met mijn andere oude mannetje vol trots naar onze volwassen zoon wil kunnen kijken. Daarnaast wil ik meemaken hoe lang Cher nog blijft optreden en of mijn lievelingsserie Dawson’s Creek ooit een reboot krijgt. En omdat de gedachte dat er altijd een uitweg is, me ergens een ultiem gevoel van rust geeft. Ik wil vechten en ik wil beter worden. En als ik tussentijds misschien toch per ongeluk of expres de handdoek in de ring gooi hoop ik dat iedereen me dat kan vergeven. Vooral mijn gezin. Want hun onvoorwaardelijke liefde voor mij is het grootste cadeau dat ik ooit van iemand heb kunnen krijgen.

Heb jij hulp nodig? Dan kun je contact opnemen met Stichting 113 Zelfmoordpreventie via 0900 0113 (24/7 bereikbaar) en 113.nl.

2 reacties

  • Wat een eerlijk verhaal in een tijd waar alles vooral leuk moet zijn , prestatie gericht en zo kan ik wel doorgaan.
    Zelf ondervonden na een opname van 9 maanden, dat er nog steeds een soort van taboe is . Ik gun je de juiste therapie/ hulp waar jij behoefte aan heb en wat gaat werken ….al is het maar om wat meer rust in je hoofd te krijgen want dat is juist wat vaak niet lukt .

  • Wow Eric,

    Wat een heftige openbaring. Heel veel respect voor het delen hiervan. Ik wens je alle goeds en beterschap. Een dikke knuffel!