Vuilnisbelt.

V

Wat kunnen we als Nederlanders toch trots zijn op ons land. We worden meestal prima bestuurd door de overheid, we hebben alles wat ons hartje maar zou wensen en mocht dat plotseling niet zo zijn dan bestaat er zoiets als een sociaal vangnet om ons door de moeilijke maanden heen te loodsen. Je zal hier toch maar geboren zijn, dan kan je jezelf elke dag wel in de handjes knijpen van geluk. En omdat we ons zo gelukkig mogen prijzen is het natuurlijk vanzelfsprekend dat we een stukje van ons geluk delen. Met mensen die het minder getroffen hebben, zoals een vluchteling. Die geen enkele kans in het leven gehad heeft en na een barre tocht naar Nederland een plekje zoekt om te schuilen voor de winterkou.

Dat is natuurlijk maar mijn mening, mijn visie. Daar hoeft en kan niet iedereen het mee eens zijn. Gelukkig! Maar dat is misschien wel het allerfijnste van het wonen in Nederland: de democratie. Openlijk kunnen zeggen wat je voelt en denkt, zonder dat daar gevaarlijke consequenties aan zitten. Heerlijk. Ik ga zelf graag de dialoog aan, ik houd namelijk onwijs van discussiëren. Zo lang we het beschaafd, open en eerlijk kunnen houden. Hoe hoog de emoties misschien oplopen. We zijn mensen, geen apen. We praten met onze mond en vechten geen conflicten uit met onze handjes.

Iedereen die dat wel doet is tuig. Van de richel. Asociale Tokkies die zonder eigenlijk te weten waar ze over praten een gat slaan in onze democratie. Dat na een debat over een toekomstig asielzoekerscentrum in Geldermalsen alleen een ravage overblijft is natuurlijk om te huilen. Dat raadslieden met angst in hun ogen de zaal moeten verlaten omdat relschoppers op het punt staan de ramen in te slaan en dat de burgemeester met tranen in zijn ogen staat te kijken hoe het dorpsplein getransformeerd is tot een vuilnisbelt. Letterlijk. Protesteren tegen het gevaar noemen ze dat. Een grappig fenomeen, want inmiddels zijn we een groter gevaar voor onszelf dan welke vluchteling of terrorist dan ook. Nederland is in oorlog, in oorlog met zichzelf. De democratie staat op het spel. Als we niet eens meer op fatsoenlijke wijze de dialoog met elkaar aan kunnen gaan is einde compleet zoek. Dus zeg ik maar weer sorry. Sorry voor deze vreselijke mensen. De politiek zegt wederom sorry. Sorry voor deze vreselijke mensen. Maar de tijd van excuses is nu wel echt voorbij. Vuilnis hoort thuis op de vuilnisbelt. Laat ze daar met z’n allen gaan wonen, gebruiken we hun warme huizen voor de vluchtelingen. Twee vliegen in één klap.

Plaats reactie