Vriendendienst.

V

Vergeet Facebook, Snapchat en WhatsApp: voordat de jeugd definitief in de valstrik van social media valt is er eerst nog een andere halte om te passeren: het good old vriendenboekje. Terwijl ik dacht dat het fenomeen ergens halverwege de jaren negentig uitgestorven was, krijg ik tegenwoordig elke week minstens één exemplaar van zoonlief in mijn handen gedrukt. De inhoud is nog lekker puur: want kinderen van vier en vijf roepen nog niet wat je zou wíllen horen, maar vooral wat ze ook daadwerkelijk denken. En dat is verhelderend.

Wonend in een dorpje in de Achterhoek met 450 inwoners is zo’n beetje elk antwoord op het kopieerapparaat te leggen: K3 doet het nog goed, net als het vertrouwde Kinderen voor Kinderen trouwens. Friet staat nog steeds bovenaan het favoriete eten-antwoord en ook de toekomst ligt al redelijk vast: de jongens willen hier zo’n beetje allemaal boer worden, de meisjes moeder. Behalve die van ons natuurlijk: tovenaar is zijn antwoord. En ter info: hij heeft liever een sneeuwpop dan een zandkasteel.

Ik besloot voor de gelegenheid om mijn eigen vriendenboekje uit de nineties weer op te snorren en na wat geblader door het stoffige geval blijft vooral de vraag ‘wat wil je later worden?’ me uitermate intrigeren. Tv-presentator krabbelde ik in 1995 blijkbaar bij het vakje toekomstplannen. Niet heel gek trouwens, mijn hele jeugd stond zo’n beetje in het teken van dat doel: bij die magische wereld van de televisie werken. Mezelf op de borst kloppen doe ik niet enorm vaak (eerder het tegenovergestelde), maar dát gedeelte van mijn leven is best aardig gelukt. Dat roept bij mij dan wel meteen de vraag op: wat zijn dan nú m’n dromen?

Want waarom zou ‘later’ stoppen bij het moment dat je de volwassenheid bereikt? Waarom zou je een bepaalde richting voor je leven kiezen en daar dan altijd in blijven hangen? Zelfs als dat pad die ene jeugddroom was. Er kleeft namelijk een groot gevaar aan dat principe: het wordt saai en makkelijk. En iets wat je wellicht als opstapje naar meer zag, is ineens je levenswerk geworden. Daarnaast durf ik vaak óók niet meer te zeggen wat ik in dat klassieke vriendenboekje nog wél kon: mijn daadwerkelijke dromen uitspreken. Vasthouden aan het veilige en me schamen voor m’n creativiteit zijn er voor in de plaats gekomen helaas.

Dus vul ik mijn vriendenboekje anno 2019 gewoon voor mezelf weer eens in. De conclusies? Een boek maken over mijn dagelijkse issues zou ik wel willen. Of sowieso open en eerlijk schrijven en praten over mijn problemen, om zo tenminste één iemand te laten voelen dat ze niet alleen zijn. Meewerken aan Goede Tijden, Slechte Tijden lijkt me ook wel wat. Of een talkshow maken voor een groot publiek met onderwerpen die écht taboe zijn. Hoe ik dat ga realiseren of hoe ik daar ook echt ga komen zie ik later wel. Dat is nog even bijzaak. Want het antwoord op de klassieke ‘wat is je wens voor mij?’-vraag in een gemiddeld vriendenboekje weet ik allang: dromen. Met dromen haal je namelijk altijd het beste uit jezelf, of je nou 3, 6 of 36 jaar oud bent. Iets beters kan ik je niet toewensen.

Plaats reactie