Vijftig.

V
Afgelopen week ging mijn oma dood. Tachtig was ze. Op zich een prima leeftijd, maar niet om te sterven. Want al was ze de laatste jaren niet meer onwijs actief en begon ze de draad langzaam kwijt te raken, in de basis was ze nog steeds zichzelf. Een vitale vrouw die wilde leven, maar gewoon niet meer kon. En dus heeft ze helaas maar twee jaar van die zoon van ons mogen meemaken. Helaas voor haar, maar vooral ook voor hem.

Sterfgevallen doen je altijd weer even stilstaan bij je eigen leven. Van die clichés zoals hoe snel alles gaat en dat je moet genieten van elke dag zijn de afgelopen week niet aan te slepen. Maar hoe slijmerig ook, de waarheid is het natuurlijk wel. Want nu is die kleine muis van ons nog een uit de kluiten gewassen baby, maar geef hem een jaartje of zestien en hij is een volwassen man. En dan ben ik… slik… vijftig.

Ik vraag me af hoe het leven van mijn vijftigjarige zelf er precies uit zal zien. Kijk ik dan terug op een klus die geklaard is, maar eigenlijk nooit af zal zijn? Ligt er dan een leven achter me waar ik al m’n persoonlijke wensen heb laten schieten om zoonlief het best mogelijke leven te geven? Ben ik opgelucht dat ik ‘m in leven heb gehouden? Of juist verdrietig dat het allemaal zo snel voorbij is gegaan? Compleet onzinnig om me mee bezig te houden, maar ik doe het toch sinds ik mijn oma haar laatste adem heb uit zien blazen. En eerlijk is eerlijk: ik denk dat het een combinatie van al die gedachten gaat zijn. En eigenlijk hoop ik vooral dat we het halen met z’n allen en dat hem, vooral hem, nooit iets gaat overkomen.

En dan is er nog het vraagstuk over geluk. Want hoe zit dat eigenlijk? Stach is het allergrootste geluk dat ons overkomen is. Ik kan me niet voorstellen dat er een moment gaat komen dat zoiets kan overtreffen. Of gebeurt dat bij de geboorte van een tweede kind? Of als je kind gaat trouwen?

Wanhopig probeer ik elke herinnering te bevriezen in mijn gedachten, alsof ze dan nooit voorbij zullen gaan. Elke knuffel wil ik bewaren als een geest in de lamp en ieder kusje zou ik het liefste in een doosje willen stoppen. En die geur van het wakker worden met die kleine muis, stiekem naast je in bed gekropen. Een mix van een poepluier, verse zalm en bloemetjes. Als er parfum van zou bestaan had ik de hele voorraad in huis gehaald. Onbeschrijflijk.

Ik besluit cold turkey een einde te maken aan mijn onzekere toekomstgezever. Ik heb namelijk geen glazen bol en tsja, groter worden doet die zoon van ons uiteindelijk toch gewoon. Maar om het zekere voor het onzekere te nemen geef ik onze kleine muis elke dag vijftig extra kusjes en knuffels. Je weet tenslotte maar nooit.

Plaats reactie