Twee.

T

Als kind was ik al een dromer. En ik geloofde in wonderen. Iedereen die dat onzin noemde, vond ik maar stom. Vol overgave sprong ik dan ook het zwembad in, overtuigd van het feit dat als ik dat maar vaak genoeg deed, ik een vissenstaart zou krijgen. Net als Ariël.

Naarmate ik ouder werd, sleet dat dromerige niet bepaald. Tijdens mijn pubertijd dwaalden mijn gedachten bijvoorbeeld af naar de bekende boybands en was het geen kwestie van óf ik daar ooit in zou zitten, maar wanneer. En toen ik als volwassene eindelijk tot het besef kwam dat er méér in het leven was dan keihard werken, droomde ik van een echt gezin. Met man, kind en katten. Een redelijk kansloze droom als je een egoïstische, homoseksuele workaholic bent. Maar de kleine Eric die in dromen geloofde bleek toch gelijk te krijgen: niets is onmogelijk. Want oké, geen vissenstaart en zangcarrière, maar wél een heus gezin met alles erop en eraan.

Deze week wordt ie twee, die zoon van ons. Ongelooflijk eigenlijk, want het voelt als de dag van gisteren dat zijn moeder ons vertelde dat ze ‘m voor ons wilde ‘maken’. Een week na ons huwelijk om precies te zijn. Dat ze ondanks haar eigen perfecte gezin en haar prima gezondheid tóch de gok op nog een zwangerschap wilde wagen. Niet voor zichzelf, maar voor die twee pasgetrouwde jongens die nog steeds in dromen geloofden.

Het voelt helemaal niet als twee jaar geleden dat we nerveus zijn hartje voor het eerst zagen kloppen op de echo, dat we heel onwennig met zijn drietjes in de wachtkamer van de verloskundige zaten als de plaatselijke attractie. Want twee mannen met één vrouw, dat zag je nou eenmaal niet zo heel vaak. Al dat vallen en dat opstaan, de bijzondere gesprekken en de heftige aanvaringen, alsof het vorige week was. En dan de bevalling. Zelfs voor het dromerige type als ikzelf was het aanschouwen van zo’n gigantisch wonder een extreem geval. Alweer twee jaar geleden is het dat mijn lief en ik daar in die ziekenhuisstoel zaten met onze baby in de armen. Alsof het nooit anders had moeten zijn, maar wat een waanzinnig wonder was het. En is het nog steeds. Inclusief bonusfamilie en alles, waar we sinds die dag onderdeel van zijn.

Voor iemand die alles in zijn leventje al heeft, is het best lastig om een cadeautje voor zijn verjaardag te verzinnen. Maar voor de vrouw die hem op de wereld heeft gezet is dat nóg een tandje moeilijker. Want wat geef je degene die je man een blik van geluk heeft bezorgd die ik nog nooit eerder gezien had? De persoon die je het enige heeft gegeven wat je na een vreselijke dag weer aan het lachen kan maken, alleen al door zijn aanwezigheid? Hoe kan je iemand bedanken die je iets heeft gegeven wat met geen cent te koop is? Ze heeft vaders van ons allebei gemaakt, met niets anders dan haar onvoorwaardelijke liefde. En haar baarmoeder uiteraard. Daar staat geen fatsoenlijk bedankje tegenover. Dus blijf ik ons verhaal gewoon vertellen. Keer op keer op keer. Nu onze zoon twee is, maar straks ook als hij twintig is. Tegen iedereen die het horen wil. Met altijd dezelfde reacties tot gevolg: wauw, verbazing en respect.

Dus voor iedereen die niet (meer) in dromen gelooft: doe het alsjeblieft wél. Soms komen ze namelijk uit. Die van ons blaast dankzij zijn fantastische moeder en onze vriendin deze week twee kaarsjes uit.

Plaats reactie