Snowtime.

S
Vroeger als klein Ericje was het voor mij het ultieme wintergevoel: met het sleetje door de sneeuw, die wekenlang de tijd kreeg om zich te ontwikkelen op de ijskoude steentjes van de woonwijk. Van die winters dat je simpelweg de deur niet uit kon, omdat de bovenste drie huidlagen in één klap van je kindergezichtje af zou waaien. Of dat je aan het einde van de straat begon te rollen en voordat je de achtertuin bereikt had, je alle andere kinderen in de buurt moest vragen om je te helpen duwen omdat de sneeuwbal buitenproportionele afmetingen aangenomen had. De eerste jaren van mijn leven was ik in de veronderstelling dat een wortel de neus van de sneeuwpop was, in plaats van een groente in de stamppot.

Voor die kleine babymuis zijn de kaarten anno 2017 toch een tikkeltje anders geschud. Sneeuw is een soort magische en mythische verschijning die alleen in zijn sprookjesboek te vinden is. Dat het uit de lucht komt vallen is nog wel basiskennis, maar verder heeft het kind geen enkel benul wat de witte vlekken in zijn verhaaltjes te betekenen hebben. Misschien dat ‘ie denkt dat de inkt voor het drukken op was?

Tot afgelopen weekend. Het weekend dat alles anders werd. Op zaterdagochtend begonnen we rustig in onze eigen tuin. Toen het kind eindelijk buiten was – hij noemde het namelijk ‘gatsiedakkie’ bij zijn eerste aanblik uit het raam – konden we los. Ik had een sneeuwpop belooft, dus een sneeuwpop zouden we maken. Dat het stiekem oude sneeuw was en muurvast aan de grond vastgevroren zat, had ik niet helemaal doordacht in mijn masterplan. Met een grote schep en heel veel agressie hebben we er uiteindelijk een mislukte berg ijs van kunnen brouwen. Vol modder en stukken gras: bij gebrek aan stenen en een wortel waren dat dus zijn twintig ogen en een halve neus.

De dag daarna dan. In het bos. Als een blad aan een boom ging onze zoon in één klap volledig voor zijn allereerste bewuste sneeuwervaring. Geen sneeuwpop, sneeuwengeltjes of iets anders liefs en onschuldigs, maar gewoon keihard oorlog. Die kleine man van ons had pas rust toen we volledig druipend van de kou doorspekt met de sneeuwvlokken waren… En meneer zelf? Die zag het bos als één groot lopend ijsbuffet. Van de besneeuwde paadjes tot de dikke ijspegels aan de dakgootjes, hij stopte het in zijn mond. “Lekker, lekker, lekker”, een andere vocabulaire zat er tijdens ons winterse wandeltochtje niet in. Lief, schattig, maar vooral heel erg koud. Wat mij betreft staat de volgende vorstperiode dus pas begin 2018 op het programma.

Plaats reactie