Simpelweg Gelukkig.

S

Voor de generatie onder ons die níet eens weet wat een cd is en hun muziek alleen maar kent als digitale entiteit zonder ziel, is het op de proppen komen met een langspeelplaat wellicht iets teveel van het goede. Maar ja, deze column gaat nou eenmaal over mijn allereerste plaatje ooit, dus ze doen het er maar mee. Het gaat uiteindelijk om de boodschap. Die lp dus, René Froger was het. Met de klassieker Alles Kan een Mens Gelukkig Maken. Je kent ‘m wel.

Het nummer betekende in 1989 niet alleen de definitieve doorbraak van René in de Nederlandse muziekwereld, het simpele melodietje met de pakkende tekst is zelfs dertig jaar later nog steeds één van de weinige liedjes die regelmatig door mijn hoofd spookt. En dan vooral het stukje ‘toch wou ik dat ik net iets vaker simpelweg gelukkig was’, want dat ben ik nog steeds niet.

Want zeg nou zelf. Een succesvolle carrière, een lieve echtgenoot en ook nog eens een prachtige zoon waarvan ik dacht dat ie er nooit zou komen. En dan toch van die ochtenden meemaken waarop je denkt: ‘hè shit, ben ik toch weer wakker geworden’. Niet dat ik dan enorm graag dood zou willen, maar dat het idee van opstaan me aan de andere kant zó enorm tegenstaat dat ik hoop dat als ik me verstop onder de dekens iedereen me misschien wel gewoon vergeet. Spoiler alert: that never happens.

Simpelweg gelukkig dus. Met een strakblauwe lucht bijvoorbeeld. Of een fluitend vogeltje tijdens een ontspannen bakje koffie op het terras. Een totaal onbekend concept voor mij. Het enige wat ik tegenkom is namelijk geen lief klein vogeltje, maar een gigantische beer op de weg. Altijd maar weer. Hoe hard ik ook vecht. En áls ik dan al een eens een moment van rust of blijheid ervaar, dan is het zo gigantisch fragiel dat ik bij de eerstvolgende tegenslag in duizend stukjes uit elkaar stort alsof ik met 180 kilometer per uur tegen een betonnen muur ben gereden. Zo voelt dat denk ik ook. Die pijn.

Acteren is mijn tweede natuur geworden, dus de buitenwereld zal mijn gebrek aan geluk nooit ontdekken. ‘Ben je gelukkig?’ is eigenlijk de standaardvraag die ik aan mensen stel om een gesprek op gang te brengen. Dat mijn eigen antwoord nooit een volmondige ja is, komt goddank eigenlijk nooit ter sprake. Ik worstel me door het gesprekje heen en wens soms vurig dat ik niet wat simpeler zou kunnen zijn en niet overal over na moet denken waardoor er nooit ruimte voor gelukkig zijn is.

Maar weet je wat nu het fijne is? Het is niet meer van mij alleen. Ik schrijf het op. En deel het. Dat betekent niet alleen dat het bestaat, maar dat dit gedeelte van mij er óók mag zijn. En alleen die gedachte maakt me dan toch een stukje meer simpelweg gelukkig. Daarnaast geloof ik -net als René Froger- in sprookjes, dus ga ik nog stééds voor een happy end. Dat met mijn ingewikkelde weg ernaartoe alleen maar nóg happier zou moeten zijn.

Plaats reactie