Russische Roulette.

R

Stel je voor: de wekker gaat en je kijkt uit het raam om te checken wat voor weer het die dag is. Zonnig: yes, oké, dat t-shirt kan gelukkig weer aan. Toch wat koud, dan moet het een trui worden. Mijn dag begint óók zo, maar dan net even anders. Als ik -nadat zoonlief me op brute wijze ontwaakt heeft en richting keuken beweeg – bij het koffiezetapparaat sta te ontwaken bedenk ik me hoeveel gedachten er zich precies in mijn hoofd afspelen en of ik dat aantal kan overzien om op een normale manier het ochtendritueel af te werken. Meestal is de gedachte van wel, maar als ik mezelf vervolgens stoot aan een kastdeurtje en de hele wereld naar de tering wens weet ik: ah, dit is toch niet zo’n al te beste ochtend. Een soort Russische Roulette dus, óók voor de mensen met die ik samenleef. De troopers noem ik mijn man en kind dan ook.

De bekende uitspraak, What You See Is What You Get, heb je vast wel eens van gehoord. Die vlieger gaat bij mij dus níet op. Het is meer: het lijkt nu eventjes goed te gaan, maar bij de eerste de beste tegenslag breekt de hel volledig los. Ondanks mijn leugenachtige glimlach op mijn bek. Zo heb ik regelmatig dagen waarop ik om half zeven opsta, maar vervolgens om half negen alweer mijn bed inkruip. En sterker nog: het tijdstip waarop zoonlief naar school gaat is dan een baken in de duisternis. Zo van: oké, ik moet het kind veilig weg zien te werken om daarna weer volledig op te gaan in mijn misère. Vroeger vond ik dat erg, maar tegenwoordig ga ik er heel erg in mee. Want zo’n paar uur slaap overdag geeft me dan weer nét voldoende energie om de middagshift in één stuk door te komen.

Mijn hoofd is altijd vol. Een constante stroom aan gedachten, meestal negatief. Van ‘ik ben de slechtste vader ter wereld’ tot ‘ik ben een lelijk en dik varken, niemand wil mij zien’, gezellig hè?

Mijn hoofd is namelijk altijd vol. Een constante stroom aan gedachten, meestal negatief. Van ‘ik ben de slechtste vader ter wereld’ tot ‘ik ben een lelijk en dik varken, niemand wil mij zien’, gezellig hè? Precies de reden dat ik enorm graag slaap, dan is het namelijk eventjes weg. En waarschijnlijk óók het belangrijkste wapenfeit waarom ik zo vaak dood zou willen zijn: een definitief einde aan die dwangmatige kutgedachten, die al het plezier en levensgeluk uit je dagelijkse ritme stampt. Dat moet stoppen.

En hoewel de meeste dagen dus pikzwart zijn, zit er óók echt wel eens een rode tussen. Of tenminste een rood moment, om in de roulette-termen te blijven. Dat mijn echtgenoot me liefdevol aankijkt, mijn prachtige zoon me een knuffel geeft of en zonnestraal die op een lauwwarme herfstdag door de bomen schijnt. Toch de krentjes waarom ik steeds maar weer dat ene been na het andere uit bed sleep. Of überhaubt mijn wekker blijf zetten. Want hoe verschrikkelijk dat onstabiele rouletteleventje misschien klinkt, er is altijd een kans dat het uiteindelijk beter gaat worden. Minder moeilijk. En dat is een gok die ik -voornamelijk voor mijn gezin- toch maar gewoon moet nemen.

3 reacties