Papoe.

P

‘Maar wie van jullie twee noemt ie dan straks papa?’ De meest gestelde vraag sinds mijn lief en ik de trotse ouders zijn geworden van Stach, onze zoon. Voor veel mensen een logische gedachte, maar ik vind ‘m net zo achterlijk als de vraag ‘wie van jullie tweetjes is dan het vrouwtje in de relatie?’ Eh, allebei niet dus. We zijn twee mannen, dus niemand van ons is op welke manier dan ook een vrouw. Niet in het leven en niet in ons huwelijk. Voor ons zo klaar als een klontje, voor de botte buitenwereld maar een warrige boel. Net zoals het hebben van twee vaders. ‘Hartstikke modern en vooruitstrevend natuurlijk, maar een kind heeft uiteindelijk toch een moeder nodig’: hoe vaak ik dát al gehoord heb.

Waar. Om geboren te worden heb je een mannetje en een vrouwtje nodig. Of eigenlijk een eitje, wat zaad en een baarmoeder. En als je geluk hebt ben je ook nog eens heel erg gewenst en komt er een flinke portie liefde bij kijken. Zo traditioneel is het bij ons niet gegaan. Wc, potje, spuitje, dat werk zeg maar. En talloze pogingen later was daar ineens dat kloppende hartje op die allereerste echo. Na een zwangerschap met enorme pieken en diepe dalen ben jij in ons leven gekomen. Met meer liefde dan je je ooit hebt kunnen wensen. Die van je vaders, maar ook die van je moeder. Haar liefde voor ons heeft haar zo gek gekregen om je voor ons te dragen. Groter kan een hart bijna niet worden hoor. En je hebt twee vaders, maar je hebt ook nog je moeder. Een draagmoeder welteverstaan, maar dat woord haat ik, ze is je moeder, al woon je niet bij haar, maar bij ons. En je blijft haar ook gewoon zien. En je noemt háár mama, als je daar zin in hebt natuurlijk. Niets hoeft.

In ons doen en laten zijn wij best een gewoon gezinnetje. Misschien ietsje anders, dan. We lezen je talloze verhaaltjes voor, luisteren uren naar je onbegrijpelijke gebrabbel en troosten je op de meest onchristelijke tijden in de nacht als je verdrietig bent omdat je eerste kiezen zich door je tandvlees een weg naar buiten banen. Het voelt echt, alsof het nooit anders is geweest en of het altijd al zo heeft moeten zijn. Ik denk niet dat je daarbij de aanwezigheid van twee borsten of een zachte vrouwenhuid mist. Jij bent net zo blij met de talloze kusjes van je twee stoppelbaardpapa’s.

Heel eventjes dachten we dat je tóch een keuze gemaakt had. Mijn lief was papa en ik zou door het leven gaan als papoe. Had jij helemaal zelf bedacht, dus vol trots straalden wij allebei van oor tot oor. Maar het was heel gek, je zei het alleen als je aan tafel zat. Dat bleek logisch te zijn, omdat je met papoe, je prachtige blinkende lepel waar je alles mee doet behalve eten, bedoelde. Dus onze theorie is de prullenbak ingedonderd en we zijn weer terug bij af. Je noemt ons allebei hele dagen papa. Het meest praktische is dat misschien niet, maar het klinkt mij nog steeds elke keer als de meest prachtige symfonie in de oren.

Deze column verscheen ook online bij Fabulous Mama & Family op 01-02-2016.

Plaats reactie