Ontdek Je Plekje.

O

Ik ga op vakantie en neem mee… mijn zelfmoordgedachten. Niet tussen de zonnebrandcrème en mijn zwembroek in mijn koffer gepropt overigens, was het maar zo’n feest. Nee hoor: ze zijn altijd bij me. Dus óók op dat zogenaamd relaxte weekendje weg met mijn gezin of die ‘wat gaan we enorm bijtanken’-trip naar het strand. Je kan het wellicht wel raden: de zomervakantie is niet bepaald de beste tijd van het jaar voor mij. Net als de feestdagen en de herfst trouwens. Nu ik dit zo teruglees is er eigenlijk überhaubt geen bijzonder prettige periode voor mij, dus laat ik me voor de vorm dan nu maar beperken tot de warmste maanden van het jaar.

Zo’n beetje iedereen is vrolijk -of in ieder geval ogenschijnlijk- en de meest gestelde vraag is ook dit jaar weer: ‘ga je nog op vakantie?’. Op zich een verfrissend onderwerp na vijfenveertig weken oppervlakkig gezwets over weekendplannen en non-stop lullen over de Brexit en het klimaat.  Ik doe vrolijk mee en geef antwoord: ‘Jazeker wel, kan écht niet wachten’… Terwijl er bij mijn gesprekspartner een glimlach verschijnt bedenk ik me in mijn hoofd hoe het stuk voor stuk laten uittrekken van mijn teennagels als een beter scenario klinkt dan reizen. En ik lach vriendelijk terug.

Zo’n donkere en duistere dag is stiekem toch het best te killen in je eigen veilige haventje thuis dan ergens ver weg op een terras tussen de boten aan een toeristische playa. Dat is alleen op Instagram een succes.

Vakantie is toch de tijd dat niets moet. Alles kan. En het dagelijkse leven staat even in de pauzemodus. Alleen klein probleempje: mijn deprimerende gedachtegang heeft schijt aan die modus en maakt óók op het strand zijn spetterende opwachting. Om nog maar te zwijgen over dat niets moeten op vakantie. Hell no. Het moet vooral léuk zijn. En fijn. Maar ja, als de nummer één must-see op je dagplanning vooral je hoofd onder een gigantisch kussen begraven is, doe je meestal niet écht lekker mee met de rest van het gezelschap. Tenzij je met een groepje veenlijken aan het overleven bent in het moeras natuurlijk. Daarnaast is zo’n donkere en duistere dag stiekem toch het best te killen in je eigen veilige haventje thuis dan ergens ver weg op een terras tussen de boten aan een toeristische playa. Dat is alleen op Instagram een succes.

De meest recente vakantiebestemming beleefde ik met mijn gezin op Vlieland. Daar komen we al jááren, dus op zich best een tweede thuis te noemen tegenwoordig. Manlief en kind waren al eerder vertrokken, ik haakte na een paar dagen aan. Al tijdens de boottocht dwaalden mijn gedachten af naar de film Titanic. Ik bedacht me hoe het Kate Winslet was vergaan als ze zich niet had laten inpalmen door Leonardo DiCaprio en wél gesprongen was en verslonden door de schroef van het gigantische schip als vissenvoer had voortbestaan in de oceaan. ‘Maar ja, zo’n klein veerbootje zorgt er vast voor dat ik alleen mijn benen verlies, dan heb ik helemaal een kutleven’, bedacht ik me. Dat zou het sowieso niet worden. Eenmaal aangekomen op het eiland werd het er niet beter op: tijdens de wandeling op een redelijk drukke openbare weg naar ons huisje toe, waarbij mijn lief vol enthousiasme vertelde wat er in de dagen die ik gemist had allemaal voor magisch gebeurd was, telde ik het aantal voertuigen dat in moordend tempo langs ons heen reed en probeerde te ontrafelen op welk moment ik het beste kon springen zodat er zo weinig mogelijk van me over zou blijven. Je begrijpt: de vakantievreugde stróómde als het ware door mijn lichaam.

Het werd een prutvakantie waarbij ik vele uren met een dekentje doorbrengend op de bank afwisselde met een wandeltochtje naar het strand. Af en toe enigszins vrolijk kijkend voor de plichtmatige vakantiefoto en wachtend tot tenminste het middaguur: dan mocht van mij de fles rosé open. En met een constant alcohollevel in mijn systeem was ik toch net íetsje beter te pruimen ontdekte ik al snel. Een tripje dat je overduidelijk níet in de gemiddelde Sunweb-brochure tegenkomt dus. Goddank.

En nu is het dus alweer bijna tijd voor de volgende. Waar ik ook gewoon weer mee naartoe ga. Aan de voorpret doe ik niet echt mee, maar thuisblijven is geen optie. Niet alleen omdat ik die depressieve motherfucker in mijn hoofd niet wil laten winnen, maar óók omdat elke fijne herinnering met mijn gezin er één is. Omdat naast de bak ellende die ik soms meebreng op vakantie ik ook onuitputtelijk kan spelen met zoonlief. Ik het maken van zandengeltjes met die kleine muis tot kunstvorm verheven heb. En vooral omdat ik de briljant goede keuze heb gemaakt om me door deze fantastische twee mensen te laten omringen. Dankzij hen voelen veel ellendige dagen tóch een beetje als vakantie, dan kan ik het die paar weekjes echte vakantie ook wel proberen vol te houden voor hen. Zo goed en slecht als dat soms gaat. Een beetje zoals de doorsnee maaltijd in een ordinaire badplaats. Daarvan weet je ook nooit precies hoe ie gaat vallen.

Plaats reactie