Nieuwe Buren.

N

‘Je bent een zuur en onaangenaam mens’, stuurde mijn teerbeminde me via iMessage toe. ‘Weet dat’, voegde hij er nog liefkozend aan toe. Om af te sluiten met een superaardige ‘chill out, ik ga stoppen met appen nu.’ We hadden een klein meningsverschilletje over onze nieuwe buren. Onze enorm luidruchtige en aanwezige nieuwe buren. Hun verhuizing verbleekte namelijk de kermis van Yolanthe toen ze voor het oog van de draaiende camera’s met de staart tussen de benen uit Volendam vertrok tien jaar geleden. Voor mij waren deze mensen die zo nodig naast ons moesten komen wonen vanaf de eerste keer dat ze me in de ogen keken staatsvijand nummer één.

Inmiddels zijn we een week verder en heb ik gelijk gekregen. Van hun loslopende terrorhond tot hun dagelijkse barbecues onder onze openstaande ramen: een tikkeltje meer geciviliseerde versies van de Tokkies. Maar dan echt maar een beetje. Eigenlijk zijn ze het best te vergelijken met Daisy en Onslow uit Keeping Up Appearances. Aardig en lief, maar tegelijkertijd bloedordinair en simpel.

Het is uitzonderlijk dat dit soort eerste indrukken correct zijn. Want eigenlijk had mijn liefje tijdens onze sms-discussie niet helemaal ongelijk. Ik serveer zo’n beetje elk menspersoon al na (of zelfs vóór) de eerste ontmoeting af. Om een dertien in dozijn-reden. Te saai, te rumoerig, te vaak aan het woord, te oppervlakkig of toch alleen maar met zichzelf bezig. Vaak krijgt dit willekeurige type dan nooit meer de kans om nog in mijn gratie te vallen en haat ik ze voor eeuwig. Pas als ze terug blijven komen en ik geduldig in kan zien dat mensen meerdere kanten hebben en niet alleen maar bestaan om mijn leven tot een enorme hel te maken sla ik vaak als een blad aan een boom om.

Een slechte eigenschap, dat weet ik. En makkelijk te herleiden tot vroeger weer: het kleine Ericje in mij heeft geen vertrouwen in mensen, dus houd ik ze maar op veilige afstand. En áls ze dan al bij me in de buurt mogen komen dan moet het vooral nergens over gaan, dat vind ik namelijk eng. Gevoelens enzo, jakkes. Die schrijf ik wel gewoon op. Dat ik daardoor de nieuwe buren niet recht in de ogen aankijk is nog tot daar en toe, maar het feit dat ik mijn beste vrienden stelselmatig jarenlang kan negeren omdat ze mijn inziens net iets té dicht bij mijn struggles komen, is toch iets minder grappig. Als ik na een jaar dan plotseling weer aan een verjaardag denk en ik mijn WhatsApp open, zie ik een hele geschiedenis aan onbeantwoorde berichtjes aan mij. Een simpele reactie geven kostte me overduidelijk toch moeite. Dus deed ik niks.

Het is een Eric-wereld en de mensen die er in willen leven moeten doen wat ik zeg. Niet omdat ik dat daadwerkelijk zo voel en ervaar, maar omdat mijn innerlijke gevoel van leegte zó enorm groot is, dat ik elke dag weer een showtje opvoer om er toch maar iets te maken. En als mijn fragiele maskertje dan uiteindelijk tóch afvalt omdat mensen willen weten hoe het écht met me gaat, schiet ik in mijn standaard afweermechanisme: afstand, afstand, afstand. Soms in de vorm van negeren, soms in de vorm van achterbakse grappen maken en in het geval van onwetende weggebruikers in de vorm van een gigantische scheldpartij. Met allemaal dezelfde gemene deler: een soort kinderlijke manier van reageren om vooral níet mijn ware aard te hoeven laten zien. Want ook al is daar echt niks mis mee, voor mij is ie niets waard. En dat is best vermoeiend kan ik je melden, maar ik wéét het nu tenminste.

Dus als ik de komende tijd ineens een berichtje naar je stuur of spontaan een gesprek met je aanknoop ben ik niet dronken of ziek, dan ben ik juist weer een beetje beter. Dan probeer ik dat ingebakken onvolwassen gedrag de kiem in te smoren. Dat gaat héél langzaam en met vallen en opstaan, maar het is toch íets. En wat die nieuwe buren betreft is het in dit geval een verloren strijd, maar voor de volgende staat heus wel een kopje koffie klaar. Als ik een heldere dag heb uiteraard.

2 reacties

  • Eric, ik lees Columns nu sinds een paar weken.
    Ooit lang lang geleden bij je in de klas gezeten op de HAVO 🙂
    Heb je inmiddels ook een paar keer met je vrolijke hoofd bij Boulevard gezien, maar wat ik hier lees vind ik nogal wat.
    Knap hoe je het hier allemaal verwoord en super dat je hier gewoon voor uit durft te komen en het taboe doorbreekt.
    Je schrijft op een ontzettend aantrekkelijke manier over je “struggles”. Hier moet je meer mee doen!
    Ik hoop dat je “kleine Eric” ooit een keer de baas gaat worden en je wat meer kunt gaan genieten.